Doorzoek volledige site
25 januari 2021 | FILIP CANFYN

Recensie (Filip Canfyn): 'Beeld van de stad. Langs hedendaagse kunst en architectuur in Brugge'

Illustratie | Borgerhoff & Lamberigts

Toegegeven, ik ben Bruggeling en ik heb zelfs familiale banden met opgenomen werken, maar dit boek over wat Brugge vooral deze eeuw artistiek en architecturaal presteerde is een meer dan waardig en vooral intelligent alternatief voor het traditioneel prentjesalbum over deze toeristenhub. Brugge toont met verve een ander gezicht en nodigt impliciet collega-steden uit om hetzelfde te doen. Waar wacht de uitgever op?

Op initiatief van de Stad Brugge, die een wervend relatiegeschenk en dito marketingtool wou, en naar aanleiding van de twintigste verjaardag van het Unesco Werelderfgoed-diploma hebben experten een selectie gemaakt van de jongste kunst- en architectuurexploten, waarmee de stedelijke bewoner en bezoeker geconfronteerd worden. Een deskundige redactie schreef kernachtige teksten bij elk werk terwijl gastauteurs, zoals Marc Dubois, Koen Van Synghel en Luc Verpoest, alles uitdiepen in meer dan leesbare essays. In elk geval, geen enkele van de meer dan 230 bladzijden (inclusief een Engelse vertaling) mist relevantie noch meerwaarde.

Het wordt soms te veel apologie. ‘Bruges la morte’, de stokoude dooddoener van Georges Rodenbach, wordt meer dan eens aangehaald om per se het tegendeel te willen bewijzen: ondanks Unesco is Brugge bijdehands, ondanks massatoerisme is Brugge vitaal, ondanks het neo-karakter is Brugge hedendaags. Deze Calimero-reflex wordt een maniërisme en zal niet verdwijnen met een boek, dat vooral door reeds overtuigden zal gelezen worden. Brugge moet zich als ‘brand’ vooral anders in de markt zetten, tegen de chocolade-bier-kant-stroom van het dagjespeloton in.

De selectie van kunst en architectuur (71 stuks in totaal) oogt alvast indrukwekkend. Om een paar sterke exemplaren te noemen: het hangende beeld ‘Coupure’ (2002) van Ugo Dehaes in de buurt van de wonderbaarlijke Conzettbrug (2002) van Jürg Conzett, het houten vastgoed ‘De Wispeltuin’ (2018) van ESTE in de Rodenonnenstraat, de elegante voetgangersbruggen (2012) van Ney & Partners rond de Smedenpoort, de gelaagd-gotische stadswoning van Robbrecht en Daem op het Muntplein, de monumentale sculpturen (met ramen uit gesloopte Chinese woningen) ‘Wu Wei Er Wei’ (2015) van Song Dong naast de Sint-Salvatorskathedraal. Eén minpuntje: het statige wooncomplex ‘Stil Ende’ (2010) van POLO Architects verdient meer dan een foto.

Tot slot. Het essay van Koen Van Synghel vertelt terecht nog eens het spannende verhaal van de Concertgebouw-wedstrijd, dat naast de niet evidente aanduiding van Robbrecht en Daem als architecten vooral een brede discussie rond de gebouwde toekomst van Brugge opleverde. Hij noemt het uitgevoerde ontwerp dan ook de (mentale) dijkbreuk pro hedendaagse architectuur in deze tot dan eerder angstvallige, schutterige, slaapwandelende stad. Die dijkbreuk heeft daarenboven een boeiend en uitdagend boek opgeleverd. Het blijft nu nog wachten op de volgende meesterzet en mijlpaal: de Beurshal (2021) van Eduardo Souto de Moura en META.

 

‘Beeld van de Stad’ is verschenen bij Borgerhoff & Lamberigts en kost 29,99 euro. Meer info vind je hier