Doorzoek volledige site
25 januari 2021 | FILIP CANFYN

Recensie (Filip Canfyn): 'Manifest - Architecten over klimaat en ongelijkheid'

Illustratie | de Architect

Sommige boeken moet je gelezen hebben om te weten dat je ze beter niét gelezen had. Zo’n zonde-van-de-tijd-voorbeeld is ‘Manifest – Architecten over klimaat en ongelijkheid’, uitgegeven naar aanleiding van 50 jaar ‘De Architect’, toch het notoir vakblad in Nederland. De boodschap en de teneur worden almaar tenenkrullender, tot de laatste pagina eindelijk mag gedraaid worden.

Wie zijn schrijfsel een manifest noemt mag dit niet vrijblijvend doen. Een manifest wil een statement maken. Een manifest is geen column maar een vertaling van gezonde ambitie en pretentie, die een verwachtingspatroon bij de lezer scheppen. Een manifest wil werven en wegen, mentaal tackelen en scherp stellen pour la bonne cause. Een manifest benadrukt dat de onderschrijvers een voorhoede willen vormen.

Als de architecten in ‘Manifest – Architecten over klimaat en ongelijkheid’ (kleppers en tweedeklassers, van Thomas Rau over De Zwarte Hond tot KAAN Architecten) die voorhoede vormen, dan moeten we ons allemaal en de architecten in het bijzonder zorgen maken. Wat op ruim tweehonderd bladzijden aan koude kak verkocht wordt is dan alarmerend en zelfs beschamend, zeker als dit onder de noemer ‘manifest’ gebeurt. Sense of urgency maakt plaats voor veel geblaat en weinig wol, voor een voorraad aan clichés, voornemens en andere dooddoeners.

Over de klimaatkwestie, die gemakshalve verengd wordt tot duurzaamheid (het favoriete containerbegrip zonder inhoud noch engagement), wordt natuurlijk druk georeerd. Iedereen onderkent het probleem, doet hartstikke zijn best maar kijkt blijkbaar lijdzaam toe. Alles zit immers tegen. Duurzaam is duurder maar willen we daarvoor betalen? De actualiteit haalt het toch van de dringendheid? Waar blijven de wetenschap en de wetgeving? Wat kunnen we meer doen dan opdrachtgevers wijzen op hun verantwoordelijkheden voor mens, samenleving en milieu? De voorhoede weet het niet meer. Zelfs de vaststelling dat niét bouwen uiteindelijk beter is leidt slechts tot de wens niet meer te bouwen met schadelijke impact omdat een architect met bouwen het verschil kan maken. Kortom, na het doorgeven van de zwarte piet hebben we gelukkig de architect nog, die wel van goede wil is en daarom maar beter zijn bescheiden taak kan blijven uitvoeren. Business as usual.

Over de ongelijkheid als maatschappelijk probleem wordt zelfs bijna niets gezegd, buiten wat gezwam rond community building en de toegankelijkheid van voorzieningen, openbaar vervoer, publieke ruimte en woningen. “Het is uiteraard niet zo dat architectuur kan helpen de ongelijkheid te verdrijven.” Wie als voorhoede hiervan overtuigd is heeft geen reden en al zeker geen recht om rond dit issue een manifest te breien.

Over de rol van de architect wordt nog abundanter gefilosofeerd dan over duurzaamheid. En al even voorspelbaar als anders: de architect is een monddood slachtoffer maar ook een krachtige regisseur, als hij tenminste de kans krijgt. Ja, de architect heeft zich achteruit laten dringen door ontwikkelaars, adviseurs, managers en politici maar hij moet gerehabiliteerd worden. Ja, de architect mag zich alleen nog moeien met esthetiek en beeldvorming maar hij moet weer maatschappelijke impact hebben. Ja, de architect gaat gebukt onder de interne concurrentie maar hij moet meer vrijheid krijgen. Ja, de architect denkt te snel in zijn eentje problemen te kunnen oplossen maar hij moet verhinderen dat anderen in zijn plaats die oplossingen bedenken. Ja, de architect kan wel donderpreken maar hij moet uiteindelijk zelf het voorbeeld geven. Dit is warm en koud blazen, een manifest onwaardig, zeker als het gros van de voorbeelden van eigen werk, die die voorhoede aanhaalt, vastgoedeenheidsworst blijft. Core business as usual.

Als conclusie poneert het graatmagere manifest dat (ik citeer en parafraseer) de architect zijn autonome positie verloren heeft aan vastgoed en kapitaal, wat onverenigbaar is met aandacht voor klimaat en ongelijkheid, maar dat de betrokkenheid van die architect wel groot blijft. De klassieke dubbelop wordt weeral bevestigd, zonder meer. Toch ligt de gevolgtrekking voor de hand. Ofwel is de architect(uur) écht belangrijk en dan moet de bijhorende verantwoordelijkheid opgenomen worden, tot en met het weigeren van slechte, onverantwoorde opdrachten. Ofwel is de architect(uur) niét belangrijk en dan mag niet meer gepredikt worden, niet meer met de vinger gewezen worden en zeker geen manifest meer geschreven worden. Met narcisme worden niet het klimaat en de ongelijkheid beter maar alleen het zelfbeeld van de architect, van de zogenaamde voorhoede.

 

MANIFEST – Architecten over klimaat en ongelijkheid, 
onder redactie van Harm Tilman
Vakmedianet, 2020

GERELATEERDE DOSSIERS

GERELATEERDE ARTIKELS