Doorzoek volledige site
01 februari 2021 | FILIP CANFYN

Steen & Been: Grand cru

Illustratie | Pixabay

Onze huiscolumnist Filip Canfyn komt terug op zijn recente recensie van ‘Manifest: architecten over klimaat en ongelijkheid’, waarin hij kool noch geit spaart. De architecten in kwestie kregen onder meer deze vraag voorgeschoteld (waarbij door de steller verwezen werd naar de beladen voorhistorie van die vraag): “Waarom nog architecten?” Die bewuste vraag is inderdaad 52 jaar oud en kreeg toen al een cassant antwoord van een eminent architectuurcriticus.

(Ik citeer bijna letterlijk uit een essay-lezing.)
“De architect is tussen dokters, advocaten, juristen, professoren en industriëlen een figuur zonder gezicht, die alleen bestaat bij de gratie van een beschermende wet.
De architect heeft geen gezag tegenover de gemeenschap en de opdrachtgevers: ze begrijpen niet eens elkaars taal.
De architect is binnen het proces met opdrachtgever en aannemer een decoratief personage, dat zichzelf au sérieux neemt en duiveltje-doet-al mag spelen.
De architect heeft zijn taak aan anderen overgedragen en is bediende in een aannemersbedrijf geworden.
De architect heeft zijn initiatiefrecht verkocht voor een bord linzensoep.
De architect begrijpt niet dat hij in een heel kleine wereld – zijn wereld – is teruggedrongen en bezig is met problemen, die alleen voor hem belangrijk zijn.
De architect is verantwoordelijk voor zijn eigen situatie en de door hem gecontesteerde misbruiken maar ontkent de collectieve verantwoordelijkheid van alle architecten.
De architect bouwt sociale woningen aan de lopende band om zich te kunnen permitteren één villa te zetten, die kan gepubliceerd worden.
De architect is slachtoffer van zijn eigen beroep, zijn eigen ideeën, zijn eigen werk. Zijn opdrachtgevers vragen herhalingen van fouten, die architecten gemaakt hebben want alles wordt door architecten gemaakt.
De architect van nu is een architechnocraat, die als gevestigd lid van het establishment meerwerkt aan de instandhouding van dat establishment.”

 

Bovenstaand scherp proza komt uit de lezing ‘Waarom nog architecten?’, die op 13 december 1968 (!) in Brugge gehouden werd voor een select publiek van beroepsverenigingen van architecten. Auteur-spreker was Geert Bekaert, notoir architectuurhistoricus, -criticus en -professor. Ik heb hem nog gekend, ik heb nog college van hem gehad en ik kan, hand on my heart, getuigen dat hij een minzame grote meneer was, die  nooit sprak vooraleer hij zeven keer zijn tong ronddraaide in zijn mond. En dan kon hij wel eens cru uitpakken. I rest my case, 52 jaar later.