Doorzoek volledige site
01 februari 2021 | JOHAN RUTGEERTS

OPINIE. Johan Rutgeerts: 'Als de erelonen te laag zijn, komt dat omdat er teveel architecten zijn'

Illustratie | Pexels

“Als de erelonen te laag zijn, komt dat omdat er gewoon teveel architecten zijn. Moeten we dan het aantal architecten limiteren? Ja en neen. Niet het aantal architecten, wel het aantal bureaus. Daarom slechts één boodschap: samenwerken, samenwerken en vooral: samenwerken.” Dat zegt Johan Rutgeerts in een reactie op de kritiek die Lorenzo Van Tornhaut uitte op Rutgeerts’ oproep om een wettelijk minimum ereloon voor architecten te bedingen bij de Europese Commissie. Om zijn punt te maken beroept Rutgeerts zich op de Duitse ‘Honorar fur Architecte und Ingeniere’ en de inzichten van econoom Adam Smith.

Toen de Reichstag in Berlijn officieel werd ingehuldigd vroeg la Merkel aan Sir Norman Foster wat hij aangenaam vond tijdens deze opdracht in Duitsland. ‘Your HOAI’ antwoordde hij. Ik weet niet of de anekdote waar is maar ze wordt in ieder geval gretig verteld door de vertegenwoordigers van het Duitse Verbände der Architectenkammern.

In 1971 nam de Federale Regering het besluit de prestaties van architecten en ingenieurs te controleren. In 1972 en 1977 onderzocht de universiteit van Berlijn bij een 2.500-tal beoefenaars de workload. Sinds 1977 is die HOAI - de zogenaamde Honorar fur Architecte und Ingeniere - een feit en wordt die gecontroleerd en regelmatig aangepast onder supervisie van het departement Bauwesen, Bauwirtschaft und Bundesbauten im Bundseministerium für Umwelt, Naturschuts, Bau un Reaktorsicherheit. Om maar te zeggen dat zoiets niet in één of ander achterkamertje gebeurde.
Sindsdien liggen die honoraria vast bij ministerieel besluit.

Het idee was: laten we mekaar geen concurrentie aandoen op vlak van tarieven maar op het vlak van kwaliteit; de opdrachtgevers en bij uitbreiding, heel het Duitse volk, zal er baat bij hebben. Sommige idealen klinken te mooi om waar te zijn. 

Via een wet die verschillende aangelegenheden behandelt – juristen en wetgevers noemen dit wel eens de vuilbakwetten die twee keer per jaar gestemd worden – werd die HOAI        aangenomen. Weliswaar het voorlaatste agendapunt van meer dan negentig goed te keuren punten, met slechts één stem op overschot, maar die HOAI werd een wettelijk feit.

De protagonisten van die HOAI beweerden dat die tarifering gold voor alle opdrachten, zowel voor de private sector als voor de overheid. Dat verhaal klopt niet helemaal, maar het werd wel vaak gehanteerd en bij discussies omtrent erelonen voor de rechtbanken werd die HOAI vaak als basis gebruikt om tot een uitspraak te komen, indien de geleverde prestaties overeenkwamen met wat in het kader van te leveren prestaties geleverd werd. Dat die HOAI als wettelijk minimum kon opgelegd worden klopt ook niet helemaal want bij veel kandidatuurstellingen of onderhandelingen werd vaak gevraagd hoeveel reductie er kon bekomen worden alvorens de handtekening onder de overeenkomst zou gezet worden.

Als tegenprestatie voor die wettelijke HOAI eiste de overheid wel dat van dan af aan, alle medewerkers op de architectenbureaus zouden ingeschreven worden als werknemers die betaald worden volgens de wettelijke barema’s inzake arbeidsovereenkomsten. België is niet het enige land in de wereld waar architectenbureaus in hoofdzaak bemand worden door een fluïdum van zelfstandige medewerkers en stagiairs; ik heb genoeg gereisd en internationale contacten gehad om te weten dat dit een wereldwijd fenomeen is. From the United States over Azie, Afrika, Zuid-Amerika, Oceanië tot over quasi heel Europa. Enkel op de Noord- en Zuidpool bestaat deze praktijk niet.

Dat bediendenstatuut gaf op termijn een lager verloop van medewerkers op de bureaus en een grotere kennis- en knowhow opbouw, wat wel resulteerde in betere kwaliteit van minstens de bouwdossiers. Dat in combinatie met een hoger ereloon bracht mee dat er meer tijd en kwaliteit in de dienstverlening kon gestoken worden. Dat wordt ook bevestigd door de verzekeraars van de Duitse architecten wat, op termijn, ook gunstig is voor de opdrachtgevers. Tenminste, dat zeggen nog steeds die protagonisten van de HOAI.

De basistarieven die men als uurloon hanteert om de workload mee te vermenigvuldigen variëren tussen de 90 en 120 € per uur. Voor bescheiden werken (tot 100.000 €) komt het ereloon van de HOAI in de buurt van 16 tot 21,5 % op de bouwkost, naargelang de complexiteit van het werk. Dat ligt niet ver uit de buurt van wat wij ooit berekenden als workload voor deze categorie van werken maar dan met een bescheidener gemiddeld uurloon. Veel hangt af van wat er van de architect allemaal verwacht wordt en in België is dat heel wat. Voor het minste geringste aan complexiteit wordt in Duitsland beroep gedaan op gediplomeerde specialisten die door de opdrachtgever afzonderlijk betaald worden.

De Europese Commissie heeft nu ook Duitsland gevraagd deze HOAI als minimum af te schaffen. La Merkel was aanvankelijk niet geneigd om er van af te stappen maar de Europese molen mag dan traag malen, hij maalt wel grundlich. Sinds 2020 mag die HOAI als maximum gehanteerd worden doch de prijszetting is … vrij. De HOAI werd ontdaan van het ministerieel besluit.

Je moet in ons land in een opiniestuk maar eventjes de retorische vraag stellen waarom het ene vrije beroep (in casu de notarissen) over een wettelijk tarief mogen beschikken en het ander vrij beroep (de architecten), dat niet mogen niettegenstaande hun ontwerpen moeten beantwoorden aan een hele reeks wettelijke bepalingen, of je krijgt een repliek met een waaier aan argumenten, die geen antwoord geven op de gestelde vraag.

Dat we toch pleitten voor een gezamenlijke strategie onder de diverse ordes en kamers in Europa was een schot voor de boeg waar collega Lorenzo Van Tornhaut mooi is ingetrapt. Uit ervaring weet ik dat de diverse organisaties nooit, echt nooit, tot een éénvormig standpunt zullen komen om de eenvoudige reden dat ze daartoe niet in staat zijn, en mocht het ooit zover komen, ze nooit zouden weten hoe ze dit strategisch moeten aanpakken.

So, forget it. Ik zou het er overigens moeilijk mee hebben dat alle confraters die er de kantjes van aflopen of er een beetje met hun pet naar gooien, plots zouden kunnen aanspraak maken op een basisereloon waar nauwelijks een prestatie, die naam waardig, tegenover staat. Dàt zou pas onrechtvaardig zijn.

De economische principes die Adam Smith zo helder beschreven heeft en de conclusie dat onze maatschappij daar op termijn daar alleen maar beter van wordt, zullen we hier niet aanvechten, wel integendeel. Maar Adam Smith stelt ook dat de vraag en het aanbod in evenwicht moeten zijn om tot een fair trade te komen.

Als de erelonen te laag zijn, komt dat omdat er gewoon teveel architecten zijn. Moeten we dan het aantal architecten limiteren? Ja en neen. Niet het aantal architecten, wel het aantal bureaus. Zowel de solopraktijken als de grootschalige bureaus moeten in aantal verminderen. Hoe schaarser het aantal opdrachtverwervers, hoe meer deze kunnen wegen op hogere erelonen. Dat is wat de theorie van Adam Smith zo goed beschrijft.

Daarom slechts één boodschap: samenwerken, samenwerken en vooral: samenwerken.

Johan Rutgeerts
Architect en urbanist
Prof. Emeritus bouwmanagement – faculteit architectuur KULeuven