Doorzoek volledige site
16 februari 2021

TECHNISCHE INFO. Brandgedrag van platte daken: ATG’s om uit de impasse te geraken

Illustratie | CSTC - WTCB - BBRI (SRI Charleroi)

/De normalisatie met betrekking tot het brandgedrag van platte daken heeft onlangs een aantal aanzienlijke veranderingen ondergaan. Dit heeft tot gevolg dat dakopbouwen die tot voor kort aan de reglementaire eisen voldeden, dat nu niet per se meer doen. Daarom is het aangeraden om zich te voegen naar de technische goedkeuringen (ATG’s) van de dichtingsmembranen die recentelijk aangepast werden. Lees er meer over in dit artikel verschenen in WTCB-Contact, editie 2019/4. 

Een reglementaire impasse

Volgens de brandreglementering die in België van kracht is voor nieuwe gebouwen, meer bepaald het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing, moeten dakafdichtingen de eigenschappen van de klasse Broof(t1) vertonen.

Ter inleiding van dit artikel verwijzen we de lezer naar de WTCB-Dossiers 2014/4.6, gewijd aan het brandgedrag van platte daken, en herinneren we eraan dat de klasse Broof(t1) van toepassing is op het volledige daksysteem en dus niet louter op het dichtingsmembraan.

Voormeld Koninklijk Besluit stelt dat de prestaties van een aan een externe brand blootgestelde dakafdichting geattesteerd moeten worden door de CE-markering. Indien het aanbrengen van deze markering niet verplicht is (bv. omdat er voor het product in kwestie geen geharmoniseerde norm bestaat), moeten de prestaties geattesteerd worden door een classificatieverslag dat gebaseerd is op proefresultaten (volgens de norm NBN EN 13501-5) of door een ATG.

Vermits gewapende bitumineuze membranen en membranen uit plastomeren en elastomeren onder de geharmoniseerde normen NBN EN 13707 en NBN EN 13956 vallen, is het verplicht om deze dakafdichtingen van een CE-markering te voorzien en moeten hun prestaties ten opzichte van een externe brand in principe geattesteerd worden door de bij deze markering geleverde prestatieverklaring. Volgens de huidige versies van deze twee normen zou in de prestatieverklaring van het product echter alleen de klasse Froof(t1) vermeld mogen worden. Theoretisch gezien is het dus onmogelijk om het Koninklijk Besluit na te leven.

In afwachting van een oplossing voor deze reglementaire en normatieve impasse is het aangeraden om de informatie uit de ATG’s van de dichtingsmembranen of uit de classificatieverslagen op te volgen, ook al stemt deze aanpak niet helemaal overeen met de manier waarop de brandprestaties volgens het Koninklijk Besluit geattesteerd moeten worden.

 

Nieuwe extrapolatieregels

Aangezien de prestaties van een aan een externe brand blootgestelde dakafdichting van toepassing zijn op het volledige daksysteem en niet op het dichtingsmembraan alleen, gelden de proefresultaten normaal gesproken enkel voor de beproefde dakconfiguratie. Een daksysteem kan immers uit een grote verscheidenheid aan onderdelen bestaan, die elk verschillende parameters kunnen hebben (type, dikte, afwerking, wapening, bevestigings- of plaatsingswijze, brandreactie …). Dit kan het proefresultaat beïnvloeden.

Om het aantal te beproeven dakconfiguraties te beperken, heeft de Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw (BUtgb) enkele jaren geleden een aantal regels vastgelegd die de te beoordelen configuraties identificeren in functie van het in de ATG’s vermelde toepassingsgebied (zie het informatieblad 98/1 ‘Brandgedrag bij platte daken – De ATG-aanpak’).

Voormelde BUtgb-regels werden onlangs echter vervangen door de extrapolatieregels voor de proefresultaten van het brandgedrag van daken die blootgesteld zijn aan een externe brand uit het Europese technische voorschrift CEN/TS 16459. Deze nieuwe regels verschillen aanzienlijk van de regels die we totnogtoe kenden en vereisten dus een grondige herziening van de ATG’s met betrekking tot dakdichtingsmembranen. De aangepaste versies van deze ATG’s zijn recentelijk van kracht geworden. Dit neemt niet weg dat er nog tal van configuraties getest moeten worden.

De sector is momenteel op zoek naar oplossingen om de oude Belgische aanpak, die tot op heden doeltreffend bleek te zijn, in de mate van het mogelijke aan te passen aan het nieuwe Europese kader.

 

Gebruiksaanwijzing van de nieuwe ATG’s

Naast de beschrijving van de onderdelen en de informatie met betrekking tot de prestaties, bevatten de ATG’s ook uitvoeringsrichtlijnen en plaatsingsfiches. Deze fiches geven een overzicht van de toegelaten daksystemen en geven bijkomende uitleg over de verschillende types membranen en hun plaatsingstechnieken in functie van de ondergrond. Ze geven tevens aan of een toepassing in overeenstemming met de brandeisen mogelijk is.

De ATG’s worden aangevuld door een bijlage A, die dieper ingaat op de eigenschappen van de verschillende dakonderdelen om aan de brandeisen te voldoen. Men vindt er tevens informatie in terug in verband met de beproefde configuraties:
• type, dikte en plaatsingswijze van het membraan
• type, afwerking, dikte en bevestigingswijze van de isolatie
• het feit of er al dan niet een dampscherm aanwezig moet zijn
• het type ondergrond …

Tot slot willen we erop wijzen dat dakafdichtingen die voorzien zijn van een zware schutlaag (grindlaag van minstens 5 cm dik, minerale daktegels van minstens 4 cm dik …) verondersteld worden te voldoen aan de klasse Broof(t1), zonder dat men hiervoor hoeft over te gaan tot proeven.


Bron: WTCB-Contact 2019-4, p.8-9.

GERELATEERDE DOSSIERS