Doorzoek volledige site
23 februari 2021 | LIESBETH VERHULST

De Praatstoel: Dries Geysen en Sam Cardinaels (Buro Bauer)

Sam Cardinaels (links) en Dries Geysen Illustratie | Stefan Tilburgs
Jeugdcentrum Loenhout Illustratie | Buro Bauer / Hanne Joosen
Hedendaagse fermette Wuustwezel Illustratie | Buro Bauer
Weekendwoning Gierle Illustratie | Buro Bauer / Steven Wynen
Jeugdlokalen Kruibeke Illustratie | Buro Bauer

Voor het Antwerpse Buro Bauer leidt de aanwezigheid van schaarste in elke opdracht tot doordachte maar vanzelfsprekende ontwerpoplossingen. Belangrijke thema’s in een opdracht worden met een gezond boerenverstand behandeld en ontwerpend onderzocht. Een gebrek aan budget, tijd of plaats zijn geen beperkingen maar mogelijkheden om het ontwerp rechtstreeks mee vorm te geven. Buro Bauer vindt samenwerking cruciaal om tot het best mogelijke resultaat te komen. Elk project wordt met een open geest en zonder vooroordelen benaderd. Een gebouw staat volgens Buro Bauer enkel maar in functie van de mens. “Architectuur moet eerder stil zijn en mag zichzelf niet verheerlijken”, klinkt het. “Een gebouw moet aanvullend en inspirerend werken.” Vorig jaar was Buro Bauer nog genomineerd voor een Belgian Building Award in de categorie Rookie of the year. Hoog tijd voor zaakvoerders Dries Geysen en Sam Cardinaels om plaats te nemen in onze Praatstoel.

Op welk eigen gerealiseerde projecten bent u het meest fier en waarom? 

Aangezien we elk project met een onbevooroordeelde blik benaderen valt er niet onmiddellijk één lijn te trekken in ons werk. Wat wel een rode draad vormt doorheen ons portfolio is dat we een intensief proces aangaan en dat we dezelfde houding van onze klanten verwachten. Daarom kijken we met trots terug naar twee van onze eerste projecten.

Aan de bouw van het jeugdcentrum in Loenhout ging een intensieve zoektocht naar een bouwperceel vooraf. Samen met bestuur en de gemeente Wuustwezel werden voor- en nadelen afgewogen en werd het debat met alle betrokken partijen uitgebreid, openlijk en soms vrij heftig gevoerd. Uiteindelijk dwong een restperceel tussen een buurt- en sportpark het gebouw naar de ondergrond. Het ingraven van het jeugdcentrum bleek een evidentie. Door het grote gebouw naar de ondergrond te verdringen en enkel de dubbelhoge zaal en berging als houten paviljoenen te laten zien, past het zich neutraal in de parkomgeving in en zorgt de gronddekking voor een minimale geluidsoverlast. Twee vliegen in één klap… We merken dat het gebouw verzoenend werkt tussen de jeugd en de omwonenden en dat het heel breed gebruikt wordt door de bewoners van de gemeente. Erg fijn om te zien.

Gedurende het ontwerpproces voor een typisch Vlaamse halfopen eengezinswoning werd er met de klant danig gediscussieerd over architectuurstijlen. Wat zij als ‘landelijk’ zagen, was eerder klassiek en wat in hun ogen ‘strak/modern’ was, was eerder hedendaags. Wat een weinig aantrekkelijke opdracht leek, werd gedurende het proces omgevormd tot een fijne oefening in stijlelementen. Het abstraheren, het samenvoegen en uitvergroten van deze elementen zorgt uiteindelijk voor een stijl- en tijdloze woning met een eigen identiteit die de tand des tijds tracht te doorstaan. Als we aan mensen de lastige vraag stellen in welke stijl dit nu gebouwd is, krijgen we vaak verschillende antwoorden. Precies wat we wilden bereiken.

Beide projecten zijn projecten uit het begin van onze loopbaan. Als we er nu naar terugkijken moeten we toegeven dat in beide projecten nog veel fouten en onvolmaaktheden zitten. Er worden echter wel duidelijke principes uitgezet waarvoor we nog steeds staan. Het gaat in al onze projecten over ‘diepte’, we willen de vrijblijvendheid ervan wegnemen. 

 

Van welk project in uitvoering of in voorbereiding koestert u hoge verwachtingen? 

In de bossen van Gierle werken we momenteel een weekendwoning af. Het is een mini-exemplaar dat binnen zeer strikte en dwingende bouwvoorschriften een zeer eigen gestalte heeft gekregen. Het leefvertrek krijgt zo veel mogelijk plaats, oriënteert zich optimaal naar het omliggende bos en vergroot zich naar drie verschillende soorten buitenkamers. De slaapkamers zijn niet meer dan slaapkajuiten met een bed tussen twee muren en een raam met uitzicht op het bos. Ook hier was het ontwerp- en bouwproces zeer intensief. Het is ongezien hoe de bouwheer elk detail en elke centimeter van het plan perfect kent én waardeert. 

In 2021 zullen we voor het eerst een ontwerp dat via een wedstrijdprocedure werd gegund verwezenlijken. Een lokaal voor 200 chirojongeren in Kruibeke is naar ons gevoel echt een project voor ons bureau. Enerzijds is het een schaal die we bevatten, anderzijds is dit een gebouw dat iets kan bijbrengen tot de ontplooiing van de jeugd. We ontwierpen een gebouw dat even introvert als extravert is. Afdelingslokalen schakelen zich intern rond een centraal atrium en krijgen aan de gevel een loggia die de verbinding maakt met een speelterrein. Het gebouw is een archetype van een jeugdlokaal: robuust en stevig maar tegelijkertijd warm en lief én met een rood golfplaten dak met een hoek af… 

 

Welk project van een andere Belgische architect is voor u een schot in de roos? Gelieve hiervoor geen architect te kiezen van uw eigen bureau. 

We merken dat we tijdens ontwerpprocessen vaak naar dezelfde projecten verwijzen. Ik veronderstel dat we die dus goed vinden… 

De Mosterdfabriek van Dhooge & Meganck gebruiken we steeds om aan te tonen dat een louter functioneel gebouw niet om een louter functionele esthetiek vraagt. De zeer kleine en fijngevoelige ontwerpmatige ingrepen leveren een zeer specifiek gestalte van het gebouw op. Dat vinden we bewonderenswaardig en we proberen hiermee aan te tonen dat zowel de eerste lijn als het laatste detail heel belangrijk zijn voor de globale perceptie van een gebouw. 

Het Gielsbos van Dierendonckblancke is een project dat we geregeld passeren op de terugweg van een werfvergadering. Het project spreekt ons zo hard aan omdat het een zeer belangrijke maatschappelijke functie heeft. De lieflijkheid die Dierendonckblancke weet te implementeren in het project is de absolute kwaliteit van het project. Hoe materialen aansluiten en volumetrieën mekaar raken en versterken, gebeurt op zo’n evident verzorgde manier. We weten hoeveel inspanningen er nodig zijn om er iets evident te laten uitzien, vandaar dat we zeer veel respect hebben voor dit gebouw.



Welke buitenlandse architecten vormen voor u een grote bron van inspiratie? 

Wij zijn een bureau met een voorliefde voor alles wat ‘bevattelijk’ is. Daarom zullen we nooit snel de grote klassiekers of de gerenommeerde bureaus citeren of aanhalen. We kijken met bewondering naar bureaus die qua schaal niet veel groter zijn en steeds met dezelfde passie werken. Bureaus als Monadnock uit Rotterdam en 31/44 architects uit Londen lijken op een zeer ambachtelijke manier aan architectuur te doen. Het lijkt alsof ze, net als wij, blijven ‘prutsen’ om tot architectuur te komen. Met die onderzoekende, ambachtelijke houding hebben wij veel affiniteit.


Wat zijn volgens u de meest geslaagde recente bouwprojecten in het buitenland? 

Het ‘Corner House’ van 31/44 in Londen blinkt uit in normaliteit. Het gebouw is even grijs dan het stil is en zal nooit onmiddellijk door iemand opgemerkt worden. We kijken met grote ogen naar dit project aangezien het qua schaal en opdracht perfect in ons portfolio zou passen en we dus beseffen hoe moeilijk het is om zo’n uitgebalanceerd, perfect ingepast project te realiseren. 

Met dezelfde grote ogen kijken we naar het Leids museum van Happel Cornelissen Verhoeven. Het is ongelofelijk om te zien hoe een idee op papier uiteindelijk gebouwde realiteit wordt. We hebben ook een grote appreciatie voor de vakman die dit soort gebouwen mee realiseert! 

 

Welke jonge architect in Vlaanderen maakt momenteel veel indruk op u (liefst geen architect van het eigen bureau selecteren)?

De mannen van Objekt Architecten zijn ex-partners en goede vrienden. We hebben nog vaak contact, meestal wanneer we werk van mekaar zien verschijnen en mekaar daarbij feliciteren. Je kan de mannen van Objekt niet in een hok stoppen. Elk ontwerp is fris, steeds anders, maar nooit vergezocht… En het knipoogt telkens wel op een manier naar iets waardoor het geheel spannend blijft.

Maximiliaan Royakkers, een collega van Dries op de Faculteit Architectuur op de UA, is op vlak van architectuur- en kunstgeschiedenis een encyclopedie (al zal hij dat zelf ontkennen). Hij observeert hedendaagse sociale, politieke en ecologische kwesties door middel van architecturale productie, artistiek onderzoek en pedagogische experimenten en weet dit op een zeer bevattelijke manier aan studenten en ons te duiden. Het is zo’n persoon waarnaar je opkijkt omdat hij zijn kennis van het vak op zo’n vanzelfsprekende en gewone manier brengt.

 

Wat vindt u zo boeiend aan uw job als architect? Zou u uw kinderen aanmoedigen om in uw voetsporen te treden?

Dries: Ik ben voornamelijk bezeten door het ‘proces.’ Hoe iets tot stand komt, wat het verhaal is, wie meedenkt en meewerkt vind ik écht noodzakelijk en hieruit haal ik mijn plezier. Soms duurt het even om iedereen mee in dit intensief traject te krijgen maar eens dit lukt, we met zijn allen hetzelfde doel voor ogen hebben, is dat een gelukzalig gevoel. Ik vind de job van architect heel alomvattend: je bent creatief bezig, er wordt verondersteld technische kennis te hebben en je communiceert veel. Dat maakt dat de job heel variërend en spannend is. Dat kan fijn zijn, maar soms wordt het té spannend. In de bouwwereld moet je een dik vel hebben en ik moet toegeven dat ik dit soms niet heb waardoor de job erg bepalend kan zijn. Ik zou mijn kinderen met geuren en kleuren kunnen vertellen over architectuur, al besef ik ook dat ze vaak te maken gaan krijgen met een zeurende vader… Aan hen om te beslissen hoe ze dit in hun leven meenemen. Ik zou alleszins stilaan maar zeker tijd willen vinden voor een gezin met kinderen en dat als prioritair in mijn leven aanstippen.

Sam: De maakbaarheid van architectuur is iets wat mij elke dag bezighoudt. Tijdens een ontwerpproces wordt er continu een dialoog aangegaan tussen de ontwerpende fantasie en de praktische realiteit en het is net die wisselwerking die mij enorm boeit. Ik hou van de zoektocht naar de meest evidente manieren om projecten te ontwerpen, te tonen én te bouwen. Ik blijf daarom ook steeds onder de indruk als ik een geslaagd project effectief gerealiseerd zie worden. De impact die de architectuur van elk gebouw, klein of groot, kan hebben op zijn gebruiker zal me steeds blijven motiveren. Moest ik ooit kinderen hebben, dan zou ik ze echter vooral motiveren om zelf op zoek te gaan naar iets wat ze graag zouden doen.

 

Welke ontmoeting is bepalend geweest voor uw verdere architecturale ontplooiing?

Dries: Vele mensen die mijn pad kruisen zijn bepalend voor hoe ik in het leven sta. Voor mijn architecturale ontplooiing dragen ook mensen die niet in het vak staan erg bij. Zij zorgen ervoor dat we architectuur niet als niche gaan zien, dat het de normaalste zaak van de wereld moet zijn. Die houding wil ik steeds aannemen als ik met architectuur bezig ben.

Christiaan Kieckens en de toen nog erg jonge Koen Van Bockstal zijn erg bepalend geweest tijdens mijn studies. Koen omdat hij architectuur durfde te vergelijken met het sprankelende voetbal van Real Madrid of de ziekenhuisballen van FC Beringen. Hij vond mijn schetsen soms schattig fout, maar legde daarna steeds uit waar het fout liep. Ook durfde hij zaken soms zonder omwegen als “fak” te benoemen. Het hielp om mezelf niet té serieus te nemen en “gewoon normaal” te zijn. Christiaan beïnvloedde me misschien net op de andere manier. Gesprekken met hem, die meer niet dan wel over architectuur gingen, zullen me altijd bijblijven. Hij vond het plezier er in studenten met nog meer vragen terug naar huis te sturen. Je ging nadien wel een goed nadenken waarmee je eigenlijk echt bezig was. Het was een crème van een man, steeds met een fonkel in zijn ogen, een gemis voor de architectuur in België en een gemis als persoon.

Sinds een jaar of drie geef ik ook zelf les aan de architectuurstudenten van de UA en de interieurarchitectuurstudenten van Thomas More in Mechelen. Het is een zaligheid om je passie te mogen delen met jonge mensen. Ik probeer mijn beperkte kennis vanuit ‘enthousiasme’ over te brengen. Het lesgeven is geen eenzijdige beweging, het is echt een dialoog tussen hen en mij. We doen het samen. Ik hoop dat ik even verrijkend ben voor hen dan zij voor mij zijn!

Sam: In de afgelopen jaren zijn er ontelbare kleine ontmoetingen geweest die elk mijn kijk op architectuur telkens lichtjes bijsturen: een bouwheer met een zot idee, een vriend of vriendin met een eerlijke mening, een aannemer met een andere kijk, … Als jongelui in het vak is het volgens mij van belang om goed naar anderen te luisteren en open te staan voor hetgeen alle betrokken partijen te zeggen hebben, ongeacht hun kennis van zaken.

Op een bepaald moment in mijn opleiding zijn er wel twee personen geweest die architectuur voor mij duidelijk in de realiteit plaatsten, iets waar ik toen echt nood aan had. Jan Moens opende zijn eerste les destijds met de woorden “ik ga jullie leren bouwen.” Zijn bewondering voor de schoonheid van het bouwen en de technische realisatie van architectuur was enorm aanstekelijk. In kader van datzelfde vak maakte enkele medestudenten en ik een excursie naar enkele projecten van Juliaan Lampens, waaronder ook zijn eigen woning. Daar kregen we de gelegenheid om even met hem zelf te babbelen. Hoewel ik als verlegen 20-jarige weinig eigen inbreng had, lieten zijn bescheidenheid en realistische kijk op het Vlaamse architectuurlandschap een blijvende indruk na.

Daarnaast kan ik ook niet ontkennen dat de ontmoeting met mijn huidige collega Dries nogal cruciaal is geweest. Volkomen toevallig was ik voor een zomerstage bij het toen nog piepjonge Objekt Architecten terecht gekomen, waar het meteen klikte met Dries en zijn andere twee collega’s. Vooral het kindse plezier van het ontwerpen was iets wat ik daar (her)ontdekte. Zoveel jaren later werken we samen aan Buro Bauer, dus qua bepalende ontmoeting kan dat wel tellen volgens mij!

 

Herkent u zichzelf nog in de ambitieuze jonge student die u ooit zelf was? Komen droom en werkelijkheid sterk overeen?

Dries: Ik ben nooit echt ontzéttend ambitieus geweest. Ik voel geen drang om iets specifiek te bereiken of te realiseren. Dat was niet als student en dat is nog steeds niet als architect. Ik wil geen ei leggen. Ik denk ook dat dit in deze tijdsgeest niet relevant is. Ik hou niet van tafelspringers, geef mij maar mensen op de derde of vierde rij. Ik heb een echte voorliefde voor Jan modaal. Als afstuderend architect had ik het me misschien allemaal nét iets rooskleuriger ingebeeld. Ik moet toegeven dat gedurende mijn loopbaan alle scherpe kantjes er wat van af zijn gegaan. Maar nu ik erover nadenk vind ik dat absoluut niet erg. Soms is het varen op een kabbelende beek wel eens noodzakelijk als je al wat stormen hebt doorgemaakt. De dag dat we niet meer op deze manier met architectuur kunnen bezig zijn, stopt het voor mij en zal ik het eerder als een hobby bezien. Maar dat is nog absoluut niet het geval, misschien moet ik toch nog ergens een ei kwijt…

Sam: Net als Dries heb ik nooit de allergrootste ambities gehad. Zolang ik goed werk kan leveren en ik daarbij niet al te hard opval, ben ik content. Toen ik aan mijn opleiding begon was ik niet goed voorbereid op wat me allemaal te wachten stond. Het heeft dan ook even geduurd voor ik na een hobbelig studietraject begon te beseffen waar ik eigenlijk echt naartoe wilde. Ik denk dat we met Buro Bauer stilaan die visie stukje bij beetje mogen waarmaken, maar het is nog veel te vroeg om te zeggen of dat effectief een geslaagd verhaal is.

 

Faits divers

Welke job zou u nu uitoefenen als u geen architect was?
D: Leerkracht of iets in zorgsector.
S: Iets met fotografie of IT.
Waar hebt u uw architectuuropleiding gevolgd?
D: Henry Van de Velde instituut, Artesis Antwerpen.
S: Universiteit Gent
Bij wie hebt u stage gelopen?
D: Planners, Antwerpen en LV-architecten, Wuustwezel.
S: Objekt Architecten, Antwerpen/Aalst.
Wat was de titel van uw eindwerk?
D: Cobra Sportcentrum op Olympische site Berlijn.
S: Energieprestatie van een CO2-neutrale woonwijk in Kortrijk.
Favoriet architectuurboek:
D: Turnhoutse School, Modern bouwen in Kapellen, De architectuur van het geluk.
S: Het Lelijkste Land Ter Wereld.
Favoriet ander boek:
D: Ik lees niet meer dan de krant…
S: Vermoedelijk een van de vele Stephen King klassiekers.
Favoriete film:
S: Het gehele oeuvre van Stanley Kubrick.
Favoriet tv-programma:
D: De Mol, Down The Road.
S: Firefly, Seinfeld.
Favoriete muziek:
D: Van Wim de Craene, over Wilco tot …And You Will Know Us By The Trail Of Dead.
S: Punk/hardcore oftewel alles wat luid, vuil en/of snel klinkt.
Hebt u veel vrije tijd en hoe brengt u die het liefst door?
D: Sport en bier met vrienden, koffie, schetsboek en krant alleen.
S: Muziek en prutsen met allerhande hardware en software.
Favoriete Belgische stad:
D: Antwerpen.
S: Gent.
Favoriete Europese stad:
D: Berlijn.
S: Barcelona.
In welk land zou u het liefst geboren en opgegroeid zijn?
D: België, al zegt Italië me ook wel wat.
S: Zweden.
Actief of passief sportbeoefenaar? Welke sport?
D: Semi-actief: Keeper bij zaalvoetbalclub ZVC Chiro en de verplichte ochtendloop (= niet leuk).
S: Uiterst passief.
Favoriete architectuursite?
D: De websites van vele goede Vlaamse architectenbureaus.
S: Idem.
Favoriete andere website?
D: Sporza.be
S: Reddit.com