Doorzoek volledige site
16 maart 2021

Staalbouwwedstrijd 2020: A Giant Sculpture van Gijs Van Vaerenbergh laureaat specifieke elementen in staal

A Giant Sculpture, Kasterlee Illustratie | Matthijs van der Burgt

Infosteel maakte op 22 februari de laureaten van de Staalbouwwedstrijd 2020 bekend. De Staalbouwwedstrijd wordt jaarlijks georganiseerd beurtelings in België en in Luxemburg en was aan zijn 21ste editie toe. De komende weken zetten we op architectura.be de laureaten in de schijnwerpers. Deze week is het de beurt aan de laureaat in de categorie 'specifieke elementen in staal': A Giant Sculpture in Kasterlee van Gijs Van Vaerenbergh

Motivatie van de jury

"Voor het publiek een interactief kunstwerk, vanuit staalbouw-opzicht een technisch huzarenstukje. Door de toepassing van facetten in een schaalstructuur, ontstond een toonbeeld op het vlak van engineering en een meesterwerk op vlak van uitvoering. Het toont op discrete wijze de extreme mogelijkheden van ontwerpen en bouwen met staal", aldus de jury.


Het winnende project

Opdrachtgever: Provincie Antwerpen
Architect: Gijs Van Vaerenbergh
Studiebureau: Ney & Partners
Hoofdaannemer/Staalbouwer: Arel

Een gevarieerd landschap met naaldbossen op zandgrond, heidevelden, vennen, open stuifzanden, holle wegen en waterlopen: de Hoge Mouw, dat deel uitmaakt van de Kempense Heuvelrug nabij Kasterlee, is een bijzonder natuurgebied dat rijk is aan mystieke verhalen die teruggaan tot prechristelijke culturen. Op het hoogste punt van de heuvelrug – boven op de 30 m hoge slapende landduin van de Hoge Mouw – prijkt ‘A Giant Sculpture’, een permanente, sitespecifieke sculptuur.

Het gefacetteerde hoofd is opgebouwd als een koepel, die uit 2.115 aan elkaar gelaste, 6 mm dikke metalen driehoeken bestaat. Op enkele plekken zijn er stukken uitgespaard en aan één zijde is het mogelijk om de holle ruimte van de sculptuur te betreden. De kolos meet 6 x 5 x 3 m en weegt zo’n 2 ton.

Ondanks zijn imposante afmetingen, geeft het beeld zijn geheimen niet meteen prijs. Vanuit het bos betreedt de bezoeker de open, verzonken plek, waar het monumentale hoofd ligt. Het lijkt alsof het juist is blootgelegd en dat de rest van het lichaam zich nog onder de oppervlakte bevindt. Als een restant uit vroegere tijden rijst het op uit de paraboolduin. Het hoofd vertoont de klassieke trekken van godinnen uit de Griekse beeldhouwkunst. De grootte van het werk doet ook denken aan opgegraven fragmenten van beeldhouwwerken uit de oudheid. Op die manier wordt er gespeeld met kunsthistorische en plaatsgebonden verwijzingen, die ontsproten zijn aan de buitengewone aard van de plek. Dit nieuwe, bevreemdende element voedt de verdere mythevorming van het landschap.