Doorzoek volledige site
30 maart 2021 | LIESBETH VERHULST

Han Vandevyvere (EnergyVille/VITO) over Europese Green Deal: “De uitdaging voor de bouwsector is immens, maar biedt ook veel kansen”

Illustratie | Han Vandevyvere
Illustratie | Han Vandevyvere

Europa wil het eerste klimaatneutrale continent worden tegen 2050. Dat is althans de ambitie die de Europese Commissie heeft vastgelegd in de Green Deal. Gezien gebouwen verantwoordelijk zijn voor zowat 40 % van de energieconsumptie in Europa, en amper 1% van onze gebouwen vandaag een energetische renovatie ondergaat, is een heuse renovatiegolf een speerpunt van de Green Deal. Ook in Vlaanderen, met haar verouderde gebouwenbestand, is er nog veel werk aan de winkel. Maar wat zijn nu de obstakels en mogelijke oplossingen om onze renovatiegraad op te krikken? Wij gingen te rade bij Han Vandevyvere, projectmanager duurzame stadsontwikkeling bij EnergyVille/VITO. Vorige week gingen we al dieper in op de wisselwerking tussen energetische renovatie en hernieuwbare energie en op mogelijke manieren om renovaties te stimuleren (lees hier). Deze week nemen we de impact van de coronacrisis en de capaciteit van de bouwsector onder de loep. Ter conclusie vroegen we Han Vandevyvere waar de prioriteiten liggen in Vlaanderen om de klimaatdoelstellingen van de Green Deal te halen.

De renovatiegolf vooropgesteld in de Green Deal speelt een centrale rol in het Europese post-COVID-herstelplan. In een recente position paper gaat EnergyVille/VITO dieper in op hoe grootschalige renovatie tot een duurzame relance voor de Vlaamse economie kan leiden. Tegelijk wijst u in diezelfde paper op de mogelijk nadelige effecten van de coronacrisis op onze ruimtelijke ordening. Het ‘ongezonde’ imago van de stad kan ons terug in de richting duwen van de ‘virusvrije’ vrijstaande suburbane woning en privé-autogebruik. Hoe hoog schat u die impact in en hoe kunnen we die tegengaan? 

Han Vandevyvere: “Intuïtief is men inderdaad geneigd om te denken dat de stad, waar iedereen dichtbij elkaar woont, te mijden is in deze coronatijden. Mensen stappen liever in de veilige cocon van hun eigen wagen om  ‘op de buiten’ in hun veilige cocon te gaan wonen. Deze redenering wil ik heel expliciet bestrijden. Ik hou de besmettingskaarten al sinds het begin van de coronacrisis in het oog en stel vast dat zich net zo goed besmettingshaarden voordoen ‘op de buiten’ als in de steden. De conclusie dat de stad gevaarlijk is omwille van corona, is manifest onjuist.”

“Dat betekent niet dat we onze steden niet corona- of lockdownproof kunnen maken. Iedereen heeft recht op voldoende leefruimte, op een park op wandelafstand. Dat is een kwestie van goede stedelijke planning, ook los van corona. Wij pleiten er dan ook voor om dit momentum aan te grijpen om te investeren in toekomstbestendige wijken, in plaats van terug te grijpen naar open bebouwingen in een verkaveling. Als we nu beslissen dat iedereen in zijn auto moet springen en in het groen moet gaan wonen, gaan we niet alleen op de foute basis een oplossing zoeken voor de pandemie, maar gaan we het veel grotere probleem, het klimaatprobleem, nog extra gaan aandikken. En corona is – zoals tal van experts al hebben aangetoond - nog maar een voorproefje van wat ons te wachten staat indien we niet snel overschakelen naar een duurzame economie.”


Grootschalige renovatie brengt veel werkgelegenheid met zich mee. Toch is de capaciteit van de bouwsector een vaak aangehaald obstakel om die grootschalige renovatie te realiseren. Hoe kunnen we dit verhelpen?

Han Vandevyvere: “Het capaciteitsprobleem van de bouwsector stelt zich in heel Europa, zowel naar aantallen beschikbare werknemers toe, als naar de specifieke competenties die nodig zijn voor o.a. de integratie van bepaalde duurzame technieken, de juiste uitvoering van isolatie,... We hebben goed opgeleide werkkrachten nodig, terwijl de arbeidspool in de sector vandaag aan het verouderen is en het beroep onvoldoende jonge mensen aantrekt. Het is dan ook cruciaal om jongeren warm te maken voor een opleiding in de bouwsector, en dat kan op velerlei manieren.”

“We evolueren in de richting van een bouwindustrie 4.0, waarbij een gebouw wordt opgemeten met een laserscan en in het atelier een nieuwe huid wordt klaargemaakt die bij wijze van spreken in een week tijd kan gemonteerd worden zonder dat de bewoners uit hun huis moeten. Dat is een totaal andere manier van werken dan huis per huis op de traditionele manier renoveren. Integreren we ook de energietechnieken in dergelijke bouwpakketten, krijgen we een totaal andere bouwsector.”

“Het post-COVID herstel kan ons daarin helpen door mensen in de met banenverlies bedreigde sectoren om te scholen naar de jobs van de toekomst in de sectoren van energierenovatie, duurzame energieproductie, duurzame mobiliteit, enz. Stel dat de luchtvaart niet meer herneemt zoals voor corona, waarom kan een airhostess dan niet opgeleid worden om een machine te bedienen die bouwpakketten klaarmaakt, of om een BIM-model op te volgen waarin de optimale renovatie-ingrepen zijn opgenomen? Kortom, het is hoog tijd om de bouwsector klaar te stomen voor de 21ste eeuw. Het is reeds bewezen dat een investering in de duurzame sectoren meer jobs creëert dan wanneer dezelfde hoeveelheid geld in de klassieke, fossiele industrieën wordt gepompt. De uitdaging waar we met z’n allen voor staan is immens, maar biedt tegelijk ook heel wat kansen. We moeten ons alleen de juiste vragen durven stellen.”  

“Dat gaat trouwens ook op voor de financiële sector. Vanuit onze rol als coördinator van de Smart Cities Marketplace van de Europese Commissie, een kennisplatform rond duurzame en slimme steden, vernemen wij van de financiële sector dat er voldoende kapitaal beschikbaar is om grootschalige renovatieprojecten te realiseren, maar dat de businesscase niet goed is op vlak van onder meer risicobeperking. Het is zaak om de kloof tussen interessante duurzaamheidsprojecten en de financiële wereld te overbruggen en dat ligt niet voor de hand. In het geval van collectieve renovaties bijvoorbeeld is er een pool nodig van projecten, met gebouweigenaars die aan boord zijn, een plan van aanpak hebben,... Maar eens die goede businesscase er is, is kapitaal vinden niet het probleem.”

 

Het mag duidelijk zijn dat er veel werk aan de winkel is. Waar moeten volgens u de prioriteiten liggen in Vlaanderen om de doelstellingen van de Green Deal waar te maken?

Han Vandevyvere:Waar alle experts het al heel lang over eens zijn is dat er nood is aan langetermijndoelstellingen waar de kortetermijnpolitiek stapsgewijs op wordt afgestemd, zodanig dat er rechtszekerheid en investeringszekerheid is. Met een kortetermijnpolitiek – zoals in Vlaanderen het geval is bij de zonnepanelen, de bouwshift, ruimtelijke ordening, de CO2-taks, nucleaire uitstap enz. - krijg je een weg-en-weerbeleid dat fataal is voor het behalen van de klimaatdoelstellingen. Er is nood aan een duidelijk pad dat ervoor kan zorgen dat moeilijke grote investeringen op lange termijn economisch veel interessanter zijn dan business as usual. Die investeringen moeten we faciliteren.”

“Ik neem de CO2-taks als voorbeeld. Iedereen is het erover eens dat we gaan moeten renoveren en warmtepompen plaatsen. De businesscase is hiervoor momenteel echter slecht, simpelweg omdat elektriciteit te duur is en gas te goedkoop. We hebben een taxshift nodig die de lasten op elektriciteit wegneemt – want elektriciteit is de toekomst – en ze heft op de zaken die vervuilend zijn zoals gas en olie. Wanneer je dat van de ene dag op de andere doet, gaan de burgers terecht op hun achterste poten staan omdat ze onverwacht met een meerkost worden geconfronteerd. De gele hesjes zijn hiervan een goed voorbeeld.  Burgers hebben zich niet kunnen voorbereiden want er was geen duidelijk veranderingspad afgesproken, waarop ze hun gedrag of investeringen konden richten.  Of de alternatieven blijken onvoldoende beschikbaar te zijn. Indien onze regeringen al in 2000 of 2010 een duidelijk pad hadden afgesproken naar 2050, met een stapsgewijze invoering van een brede CO2-taks en de uitrol van de juiste maatregelen, hadden heel wat van de problemen rond energie vandaag vermeden kunnen worden. Alle experts zijn het erover eens dat we onze economie in een duurzame richting kunnen sturen door te belasten wat het milieu belast en te promoten wat milieuvriendelijk is. Een CO2-taks hoort daar hoe dan ook bij.”

“Europa is in dat opzicht een zegen omdat het de juiste langetermijndoelen vooropstelt in de transitie naar een duurzame economie, en we hebben er allemaal belang bij om daar maximaal aan bij te dragen. We moeten dit zien als een kans, en niet als een kost. Ik vergelijk het graag met een historisch voorbeeld: van halfweg de jaren 60 tot halfweg de jaren 70 heeft men in België honderden kilometers autosnelweg aangelegd en allerlei investeringsvehikels opgezet om dit gedaan te krijgen, allemaal met het idee dat de auto dé toekomst was, de heilige graal van het moderne leven. Die mentaliteit om te investeren in de toekomst hebben we vandaag ook nodig, uiteraard niet voor autosnelwegen maar voor duurzame oplossingen. Maar daar is moed voor nodig. Onze beleidsmakers moeten durven het langetermijnbeleid vooropstellen. Dat is geen politieke boodschap maar de logica van een maatschappelijke transitie.”