Doorzoek volledige site
12 mei 2021 | JOLIEN CELIS

An Fonteyne (noAarchitecten) over Het Steen: “Dit kan tot een interessant, eeuwenoud debat leiden”

Illustratie | noAarchitecten
Illustratie | noAarchitecten
Illustratie | noAarchitecten
Illustratie | noAarchitecten
Illustratie | noAarchitecten
Illustratie | noAarchitecten
Illustratie | noAarchitecten

Toen twee weken geleden een deel van de stelling werd weggehaald om iets te herstellen, werd zo een gedeelte van de uitbreiding van Het Steen in Antwerpen voor het eerst zichtbaar. Er volgde heel wat commotie en een petitie die oproept tot de afbraak van het gebouw. noAarchitecten blijft wel achter hun ontwerp staan. “We streven naar schoonheid en houden van een architectuur van continuïteit.”

Uit een groep van vijf architectenbureaus koos de jury van de Open Oproep voor de restauratie en herbestemming van Het Steen in 2016 het ontwerp van noAarchitecten. De stad Antwerpen wil het monument herwaarderen en toegankelijk maken als publiek gebouw met een toeristisch onthaal, een tentoonstelling over Antwerpen, ruimtes voor events en een vertrekhal voor de passagiers van cruiseschepen.

noAarchitecten koos ervoor om de jaren vijftig-bouw te vervangen Een nieuw gebouw kan volgens hen sterker relateren aan het bestaande monument en kan het programma op een logische manier huisvesten. Het Steen kende een bewogen geschiedenis, gekenmerkt door vele vormen en gebruiken. “Het aspect van bescherming, van omwalling en van fortificatie spreekt sterk uit de oudste delen”, vertelt architecte An Fonteyne, mede-oprichter van noAarchitecten. “Dat aspect is voor ons het uitgangspunt geworden om een volumetrie te ontwikkelen die hier sterk op inspeelt. Om het bouwen van een hedendaagse burcht te onderzoeken, kwamen we in de Engelse context het woord castleness tegen. Dat lijkt een wetenschap te suggereren over het bouwen van burchten en kastelen, een fictie.”
 

"We houden van een architectuur van continuïteit en verkiezen dat eerder dan contrast.”

 

Castleness

Met het begrip castleness in het achterhoofd gingen de architecten aan de slag. Ze bestudeerden burchten en vertaalden de uitsnijdingen, volumes, op- en neergaande dakranden en de torens in relatie tot het bestaande Steen. Het bouwwerk wordt, meer nog dan vroeger, deel van de promenade langs de kaaien in Antwerpen. Een nieuwe toren met lift en een brede, robuuste trap brengen de wandelaar naar een uitkijkpunt over de Schelde.

Zowel de gevels als het interieur worden uitgevoerd in bakstenen. De kleuren volgen het palet van het bestaande gebouw. Het Steen heeft een donkere basis en lichtere kleuren naar boven toe door een combinatie van patina en verschillende bouwmaterialen. In het nieuwe gebouw verlopen de tinten heel geleidelijk van donker onderaan naar licht bovenaan. Samen met kunstenaar Pieter Vermeersch maakten ze een nauwkeurige selectie van bakstenen en testten ze uitvoerig het kleurverloop op schaal een op een uit om het finale kleurverloop vast te leggen. “Door tijd en patina te abstraheren, ontstaat er een natuurlijke dialoog tussen het oude en het nieuwe gebouw”, zegt Fonteyne. “De uitvoering is veeleisend. De kleuren van de bakstenen en het voegwerk werken samen om het resultaat te bereiken.”

“Eigen aan kastelen is tevens een logische stapeling van functies”, aldus de architecte. Benedenverdiepingen zijn vaak gesloten omdat ze fragiel zijn voor indringers terwijl bovenverdiepingen heel open zijn met representatieve, grote en hoge zalen. Hoe hoger je gaat, hoe minder hoog de ruimtes worden en hoe meer hout er gebruikt wordt. “We hebben dat gebouw ook zo opgevat en ontwikkeld met binnenin grote trappen die de zalen verbinden”, zegt Fonteyne. “Zoals met elk nieuw gebouw dat we ontwerpen, is het gebouw ook hier op lange termijn bedacht.” Zo kan het gebouw functioneren als toeristisch onthaal en cruiseterminal, maar is het niet gebonden aan dat gebruik. Volgens de architecte zal de geschiedenis van Het Steen zeker niet ophouden met die functie.

 

Bouwen aan een monument

“Monumenten zijn een vorm van oerstructuren in de stad”, zegt Fonteyne. “We streven naar schoonheid en zijn altijd geïnteresseerd om verder te werken aan en met wat voorhanden is. We houden van een architectuur van continuïteit en verkiezen dat eerder dan contrast.” De discussie over het origineel is altijd interessant. Ook bij het Steen volgens de architecte: “Wat we vandaag zien als origineel is het resultaat van eeuwen bouwen en verbouwen.” Die verschillende bouwperiodes zijn vandaag niet meer duidelijk te onderscheiden. “We vinden die verwarring wel interessant”, vertelt de architecte. “Het scherpt de blik en je vraagt je soms af wat er nu juist veranderd is.”

Toch zijn ze bij noAarchitecten geschrokken van alle commotie. Hoe reageer je daarop? “Met verbazing”, reageert Fonteyne, “We zijn als bureau twintig jaar aan het werk en een beetje per ongeluk werken wij heel vaak aan bestaande en geklasseerde gebouwen. Dat werk wordt gewaardeerd en gehonoreerd. Nu wordt er gesuggereerd dat de opdracht werd uitgedeeld in de achterkamers van de politiek en wordt uitgevoerd zonder enige kennis van zaken. Beide zijn niet correct.”
 

“Het feit dat mensen emotioneel geraakt worden door hoe er aan hun stad wordt gebouwd is relevant. Een publiek debat over hoe we monumenten kunnen actualiseren is zeker aangewezen”

 

Publiek debat 

Toen de petitie tegen Het Steen werd gestart, wist Fonteyne ook niet goed of ze die serieus of als een grap moest opvatten, want de petitiestarters vragen om het af te breken en te vervangen door “bijvoorbeeld een gigantisch beeld van de reus Antigoon met afgehakte hand waarlangs je het Steen kan betreden via de openstaande gulp.” Volgens haar roepen de petitiestarters op tot afbraak zonder het project voldoende te kennen. Zelf vindt ze dat een petitie ondertekenen studiewerk vraagt, maar over het toekomstige gebouw was geen informatie beschikbaar. Na de eerste dag, op 28 april 2021, was de petitie toch al elfduizend keer ondertekend. Op twee weken tijd zijn er nog meer dan zesduizend handtekeningen bijgekomen.

De architecte denkt wel dat er een breder gesprek nodig is. “Het feit dat mensen emotioneel geraakt worden door hoe er aan hun stad wordt gebouwd is relevant. Een publiek debat over hoe we monumenten kunnen actualiseren is zeker aangewezen”, vertelt de architecte. “Dat kan tot een heel interessant debat leiden dat overigens eeuwenoud is.” Als voorbeeld haalt ze Zwitserland aan: “Daar wordt elk project dat met publieke middelen gebouwd wordt aan de hand van een referendum voorgelegd aan de burgers. Het goed informeren, tijdig betrekken en met kennis over architectuur spreken is iets dat we in België zeker kunnen verbeteren, zowel in de pers als in het communiceren over de opdrachten.” Ondertussen blijft noAarchitecten ook na alle commotie uitkijken naar het afgewerkte gebouw.