Doorzoek volledige site
27 mei 2021

Oostende wil van site oud zwembad opnieuw open ruimte met groen maken

Impressies van hoe een herbestemming van het zwembad er zou kunnen uitzien. Illustratie | Géraldine Vandenabeele
Illustratie | Géraldine Vandenabeele
Illustratie | Eva Lo
Illustratie | Eva Lo
Illustratie | Eva Lo

Stad Oostende heeft na lang wikken en wegen haar visie uit de doeken gedaan voor het oude Stedelijk Zwembad, in 1978 gebouwd door architecten Paul Felix en Jan Tanghe. Een groene open ruimte, zoals die er bijna 80 jaar was bij de Koninklijke Gaanderijen, kan volgens de stad de erfgoedwaarde van de omgeving verhogen. "Gezien het zwembad geen beschermd erfgoed is, zal het gesloopt worden", klinkt het. De stad bespreekt deze visie met Vlaanderen en wil het dossier koppelen aan de renovatie van Thermae Palace. Onze huiscolumnist Filip Canfyn liet zich in zijn wekelijkse Steen & Been al meermaals kritisch uit over de geplande sloop van dit brutalistische zwembad. Architectuurvereniging Archipel zette enkele jaren geleden nog een petitie op het getouw tegen de afbraakplannen en roept ook nu opnieuw op om de essentie van het gebouwencomplex (de hal) te behouden en een duurzame nieuwe functie te geven zodat de architectuurbeleving in een andere vorm verder kan blijven bestaan.

Begin mei opende het nieuwe zwembad Brigitte Becue, waardoor het oude Stedelijk Zwembad aan de Koningin Astridlaan na 43 jaar de deuren sloot. Het oude zwembad werd in 1978 afgewerkt en ligt midden in de cruciale erfgoedsite die loopt van de Venetiaanse Gaanderijen over de Drie Gapers tot aan de Koninklijke Gaanderijen en Thermae Palace.
 

Recht van opstal loopt af eind 2022

De grond waarop het Stedelijk Zwembad is gebouwd, is eigendom van het Vlaams Gewest (als opvolger van de Belgische staat). Stad Oostende verkreeg in 1972 recht van opstal van de Belgische staat voor deze grond voor de duur van 50 jaar. Op die grond bouwde de stad dan het zwembadcomplex met een binnen- en buitenbad. In het kader van de toenmalige renovatieplannen voor het oude zwembad, onderhandelde Stad Oostende in 2014 met het Vlaamse agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK). Die onderhandelingen over een eventuele verlenging van dit recht van opstal, leverden geen consensus op. Het recht van opstal verloopt dus op 31/12/2022. Daarom zal Stad Oostende nu de onderhandelingen met MDK opstarten over de toekomst van deze site.
 

Gaanderijen & Thermae Palace: iconisch erfgoed

Belangrijk daarbij is dat het oude zwembad aansluit op de site Venetiaanse Gaanderijen- Koningspark-Koninklijke Gaanderijen-Thermae Palace, sinds 2002 een beschermd monument. De bouw van het Stedelijk Zwembad eind jaren '70 was de meest recente wijziging van deze site. De gaanderijen zelf werden in het begin van de vorige eeuw al gebouwd (Venetiaanse Gaanderijen 1901 - Koninklijke Gaanderijen - 1902 ), naar het ontwerp van de Franse architect Charles Girault die ook de triomfboog van het Jubelpark in Brussel en de Petit Palais (Museum voor Schone Kunsten) in Parijs ontwierp. In 1933 kwam het imposante Thermae Palace-complex erbij. En in 1956 vervingen de Koninklijke Villa en de nieuwe Gaanderijen de vroegere Chalet Royal die in verval was geraakt.

Deze site is iconisch erfgoed, niet alleen voor Oostende, maar ook voor de hele kust. De verschillende gebouwen zijn een blijvende getuige van de uitbouw van het kusttoerisme in de Belle époque en van de pioniersrol die Oostende speelde als 'Koningin der Badsteden'. Het geheel heeft ook een grote architecturale en stedenbouwkundige waarde: de site is grotendeels gebouwd in een unieke neoclassistische bouwstijl en vormt het sluitstuk van de verbinding die rond 1900 gemaakt werd tussen het Maria-Hendrikapark en het strand, via de Koninginnelaan. Het gebouw van het Stedelijk Zwembad uit '78 is geen beschermd monument zoals de rest van de site.

 

Opnieuw een open ruimte met groen

Stad Oostende zegt de erfgoedwaarde van deze site graag nog te willen versterken. Het stadsbestuur is daarom voorstander van een terugkeer naar de oorspronkelijke bestemming van de grond waarop eind jaren '70 het zwembad is gebouwd. Aan de achterzijde van de Koninklijke Gaanderijen was er toen al bijna 80 jaar een open groene ruimte. De plantsoenen maakten deel uit van het oorspronkelijke ontwerp van Girault. Het was een zone waar badgasten en Oostendenaars konden flaneren en elkaar ontmoeten. Voor Wereldoorlog I was er onder andere een rolschaatsbaan en een tentoonstellingsruimte. Later was er ook ruimte voor sport, zoals tennis, hockey, schermen en paardrijden.

 

Onderhandelingen met Vlaanderen opstarten

"Een terugkeer naar een open groene ruimte kan het unieke erfgoedkarakter van de omgeving alleen maar verhogen", aldus het stadsbestuur. Stad Oostende wil dit dossier daarom ook linken aan het dossier van de renovatie van Thermae Palace, in samenwerking met PMV (Participatiemaatschappij Vlaanderen). Op die manier kan er een integraal en kwalitatief plan gemaakt worden voor de site van het oude zwembad. Stad Oostende vertrekt dus van een duidelijke visie, maar er is nu in eerste instantie overleg nodig met Vlaanderen: met het Agentschap MDK enerzijds en met het Agentschap Onroerend Erfgoed anderzijds.

 

"Geen verhoging maar wel aantasting van erfgoedwaarde"

De sloopplannen waar menig architect voor vreesde is hiermee weer een stap dichterbij. Het zwembad is weliswaar geen beschermd monument maar werd in 2007 opgenomen in de inventarislijst bouwkundig erfgoed, wat betekent dat zij een vorm van vrijwaring voor de toekomst genieten. Het werd ook opgenomen in 2010 in het Oostends Actieplan Onroerend Erfgoed met hoge locuswaarde, waarbij de stelregel is dat zo'n gebouw bewaard blijft. In 2012 schreef de Afdeling Onderzoek en Bescherming van Onroerend Erfgoed over het zwembad: "Een eventuele slopingsaanvraag ( cfr. inventaris van het bouwkundig erfgoed) zullen wij in elk geval ongunstig adviseren refererend aan de aanwezige erfgoedwaarden." (Dries Van Den Broucke Afdelingshoofd Onderzoek en Bescherming aan TMVW stadsbestuur Oostende, , Onroerend Erfgoed WVL  28-03-2012.).
"Een terugkeer naar een groene ruimte is dus geen verhoging van "het unieke erfgoedkarakter van de omgeving" maar eerder een aantasting van het unieke samengaan van erfgoed uit de belle epoque, uit de jaren dertig en uit de jaren zeventig", aldus Marc Felix, zoon van architect Paul Felix.