Doorzoek volledige site
27 mei 2021

Fotoreeks Herman van den Boom: Zien en niet gezien worden

Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom
Illustratie | Herman Van den Boom

Kunstenaar-fotograaf Herman van den Boom legt in zijn foto's de gebouwde Vlaamse ziel vast. Filip Canfyn omschrijft hem in een van zijn columns ook nog als 'chroniqueur van de gerafelde alledaagsheid. Roger Raveel met een lens.' Op architectura.be zetten we een aantal van zijn fotoreeksen in de kijker. Deze week brengt zijn camera een typisch Belgisch architectuurfenomeen in beeld: de zij-aanbouw in de vorm van een plat aangeplakt huis. Anne Kotzan schreef deze begeleidende tekst.  
 

ZIEN EN NIET GEZIEN WORDEN,

Eigenlijk zouden het geheel onopvallende huizen van rode baksteen kunnen zijn, de ramen niet te klein en niet te groot, voordeur, voortuin en al die banaliteit beschut onder een zadeldak. Ware het niet dat deze smalle uit twee verdiepingen bestaande aanbouwsels als neuzen uit de gevel lijken te steken. Het valt meteen in het oog dat de uitbreiding van de leefruimte de vijf vierkante meter niet heeft overschreden. Onvermijdelijk kan men zich afvragen wat de reden is voor deze enigszins groteske bouwsels waarvan de kosten-baten in een absurde relatie staat. Deze toevoegingen werden net zo zorgvuldig uitgevoerd als de rest van het huis. Een esthetische gimmick, een architecturale misrekening of eenvoudig Belgisch surrealisme? De oplossing voor deze architectonische puzzel is bijna vergeten. Men hoeft slechts mentaal terug te gaan naar de jaren 1950/1960 toen deze huizen werden gebouwd. Op dat moment werd nog de traditie van de "Goeie Kamer" gehandhaafd - zoals de woonkamer ooit werd genoemd. Het gezinsleven vond plaats in het achterste deel van het huis, hier was je volledig privé en onder elkaar. Maar de idylle kan op elk moment worden verstoord door een bezoeker, door de postbode, een marskramer, een vriend, een onbeminde buur of zelfs erger. Dus was men op zoek naar een manier om een potentiële herrieschopper te detecteren voordat deze kon constateren of je thuis was. Hoe voorzichtig ook uitgevoerd, met een kijkje door de gordijnen kon men zich te gemakkelijk verraden. De bescherming van de privacy mocht wat kosten, en dus werden deze merkwaardige bijgebouwen mode, door wiens ramen ongezien de voorkant van het huis kon worden gecontroleerd. Zien en niet gezien worden.