Doorzoek volledige site
27 mei 2021 | JOHAN RUTGEERTS

DWARSBEUK (Johan Rutgeerts): Weg met de brutalisten

Illustratie | Johan Rutgeerts
Illustratie | Johan Rutgeerts
Illustratie | Johan Rutgeerts

Zopas maakte het stadsbestuur van Oostende haar plannen bekend om het stedelijk zwembad, een constructie 1976 van de architecten Paul Felix en Jan Tanghe volledig te slopen en te vervangen door een groene ruimte. De beslissing stuit heel wat architecten tegen de borst, zo ook onze columnist Johan Rutgeerts. Hij pleit ervoor het gebouw in te zetten als open stadshal.

Le Corbusiers liefde voor beton heeft hij nooit onder de chaise longue van Charlotte Perriand gestoken. Zijn Maison DOMINO (1924) was een betonskelet met een betontrap. De verdere invulling ervan was theoretisch gezien vrij. Bijna al zijn woningen werden afgewerkt met fijne crepi. Pas na de Tweede Wereldoorlog zou hij het beton te laten zien zoals het uit de bekisting kwam. Met die bekisting durfde hij nogal wat experimenteren. Hij noemde het béton brut; in het Frans kun je dat moeilijk anders benoemen.

Sindsdien is men het gebruik van zichtbaar beton in constructies het brutalisme gaan noemen. Ik weet niet welke taalonkundigen deze zware vertaalfout op hun geweten hebben maar ze verdienen verbannen te worden uit alle architectuurmilieus, het architectuuronderwijs voorop. Fransen bedoelen met matière brut: iets dat onbewerkt of onbehandeld is, basismateriaal. Dat is ook wat Le Corbusier bedoelde. Hij gebruikte steeds minder afwerkingsproducten zoals crepi of nog erger, arduin en natuursteen. Dat waren veel te burgerlijke producten die verbannen werden in zijn sociale visie op architectuur.

Brutaal te werk gaan, dat is iets anders: dat is geen rekening houden met de mening van anderen. Brutaal zijn is opzettelijk blind zijn voor nuances, dat is geen dialoog willen aangaan. Brutaal zijn, dat is op iemands smoel slaan. Baf.

Zij die deze nieuwe stroming van omgaan met structuur en materiaal met een -isme wilden vereren, hadden beter twee keer nagedacht. Matière brut vertaal je niet met ‘brutaal materiaal’ en de gebruikers ervan bestempel je al zeker niet met brutalisten. Die architectuurstroming wordt daardoor als grof, ruw of ruig weggezet wat helemaal niet klopt. Het was een vorm van eerlijk met het materiaal omgaan. Het is het creatief uitpuren van de mogelijkheden die het biedt, zonder gekunsteld te werk te gaan. Tijdens één van zijn ateliers benoemde Juliaan Lampens beton als: ter plaatse gestorte natuursteen dat je dankzij het staal dat er in verwerkt wordt, veel sterker kan maken.

Nu ik lees wat ze in Oostende van plan zijn het als brutalistisch gecatalogeerde zwembad van Jan Tanghe en Paul Felix vraag ik mij af wie hier de brutaalste is. Deze architectuur verdient een ander -isme. Purisme lijkt mij nog het dichtst in de nabijheid te komen. Een eerlijk gebouw met een duidelijk afleesbare structuur maar ook, een bijna zwevend dak boven een verwarmd zwembad, een groot open plooiend gebaar naar de omgeving en uitnodigend om er te zwemmen, toch?

Ik heb mij laten vertellen dat het gebouw met sloop bedreigd wordt omdat het als zwembad nauwelijks nog efficiënt exploiteerbaar is. Daar kan ik in komen maar gebouwen van een dergelijke waarde verdienen een tweede leven. Het gebouw zover ontmantelen dat het zou kunnen gebruikt worden als open stadshal lijkt mij één van de meest waardevolle alternatieven die momenteel circuleren en die men aan de omgeving, aan de Oostendse bevolking en aan de toeristen kan aanbieden.

Voor de Tweede Wereldoorlog was er op deze plek een rolschaatsbaan, een tentoonstellingsruimte en een tearoom. Naar ik heb horen zeggen ambieert het huidige bestuur daar opnieuw een park van te maken. De combinatie van een open stadshal en een park zijn zeker niet onverzoenbaar. Sloop alle overbodige elementen van het zwembad en hier ontstaat nieuw leven. Een beeldenpark met tearoom en een open hal voor optredens. Een kiosk op hedendaagse schaal. Middelheim aan de Noordzee. Een beetje samenwerking met het overvolle depot van MUZEE kan hier best tot zijn recht komen. Waarom zouden hier geen verschillende activiteiten door elkaar verweven kunnen worden?

Een zo gevoelig ontworpen gebouw als het zwembad van Oostende met de grond gelijk maken, dat zou pas brutalisme zijn.