Doorzoek volledige site
03 juni 2021 | JOLIEN CELIS

Merho over architectuur in zijn strips: “Met architectuur word je geconfronteerd, of je dat nu wilt of niet”

Merho voor zijn woning Illustratie | Jolien Celis
Het MAS Illustratie | Merho / Standaard Uitgeverij
Sculptured House Illustratie | Merho / Standaard Uitgeverij
Stripmuseum Illustratie | Merho / Standaard Uitgeverij
Centraal Station in de stellingen Illustratie | Merho / Standaard Uitgeverij
Kathedraal van Antwerpen Illustratie | Merho / Standaard Uitgeverij
Kathedraal van Antwerpen Illustratie | Alvesgaspar
Organische architectenwoning Illustratie | Merho / Standaard Uitgeverij
Winkel in Schilde Illustratie | Merho / Standaard Uitgeverij
Het interieur van de Kiekeboes Illustratie | Merho / Standaard Uitgeverij
Cappella della Madonna di Vileta Illustratie | Merho / Standaard Uitgeverij

Merho, de striptekenaar van de Kiekeboes, heeft altijd al een affiniteit gehad met architectuur. De laatste jaren is architectuur dan ook een steeds grotere rol beginnen spelen in zijn verhalen. Ondertussen zijn al heel wat abandoned places en architecturale hoogstandjes zoals het MAS van Neutelings Riedijk Architects, Sculptured House van Charles Deaton en het Stripmuseum van Victor Horta de revue gepasseerd, altijd met respect voor de architectuur. “Over het algemeen houd ik me strikt aan hoe het gebouw is. Daar ga ik niet aan prutsen.”

“Ik heb altijd al iets gehad met architectuur”, steekt Rob Merhottein van wal. “Misschien was ik wel graag architect geworden, maar door de technische kant ben ik er nooit aan begonnen.” Vooral het tekenen van gebouwen spreekt de striptekenaar aan. Dat doet hij nu ook geregeld in zijn strips, want architectuur speelt vaker een grote rol in zijn verhalen, maar dat is niet altijd het geval geweest. “Vroeger was dat minder omdat ik toen alles nog alleen deed en dan had ik er geen tijd voor”, vertelt Merho. “Nu ik met medewerkers werk, gaat dat makkelijker. Ik maak het algemene opzet en zij werken dat uit.”

De eerste tien jaar van zijn carrière tekende Merho nog volledig zelf de dagelijkse stroken van de Kiekeboes voor de krant. “Dat was erg hard werken”, vertelt hij. “In ’De snor van Kiekeboe’ komt het hoofdpersonage Marcel uit het Centraal Station in Antwerpen. Op een avond moest ik die gevel nog tekenen op basis van postkaarten, want die stond volledig in de stellingen. Toen was ik aan het bellen met iemand en ik zei dat hij mij moest laten doen, maar hij stelde voor om een stelling voor het Centraal Station te tekenen en dan was dat snel opgelost. Dus die architectuur is de laatste jaren meer en meer een rol gaan spelen. Vroeger maakte je daar maar iets van.”

 

Kwalitatievere beeldtaal

Toch zijn de extra medewerkers niet de enige reden dat het volledige decor van de Kiekeboes, van olifanten tot interieurs, steeds gedetailleerder is geworden. Voordat Merho of zijn medewerkers daaraan beginnen, voeren ze eerst een uitgebreide internetzoektocht uit. Voor het bestaan van het internet baseerde hij zich voor het decor op knipsels uit kranten en tijdschriften die hij bewaarde in een grote map. “Nu vind je dingen veel eenvoudiger terug en heb je niet al dat zoekwerk”, zegt de striptekenaar. “Dat maakt het veel gedetailleerder.”

Die mate van detail is niet enkel in de Kiekeboes toegenomen. Ook in andere stripverhalen kwamen silhouetten van gebouwen op de achtergrond en blinde muren als straatzicht in het verleden vaker voor dan nu. “Dat komt ook doordat de beeldtaal geëvolueerd is”, zegt de tekenaar. “Dat is ook merkbaar in Netflix-series en films. Mensen zijn een heel andere beeldtaal en -kwaliteit gewoon en als strip moet je volgen.”

 

Onvermijdelijke kunstvorm

Volgens Merho is architectuur een kunstvorm waar je niet naast kan: “Een boek dat je niet goed vindt, klap je dicht. Een muziekstuk dat je niet leuk vindt, zet je af, maar architectuur staat op straat en je wordt ermee geconfronteerd of je wilt of niet.” Dat is volgens hem de reden voor de discussies over het Gentse Gravensteen of het Steen in Antwerpen, maar het is net die clash tussen oud en nieuw, zoals de architectuur van Daniel Libeskind, waar hij zo van houdt. Zelf woont hij in een modern appartementencomplex van POLO Architects achter een kasteeltje uit het Interbellum. “Wij waren meteen gecharmeerd toen we het zagen,” vertelt de striptekenaar, “maar veel mensen vinden het afschuwelijk. Dat samengaan van oude en nieuwe dingen, vind ik heel leuk.” Als schoolvoorbeeld haalt hij het Havenhuis aan: “Als ik daar voorbij rijd, word ik daar vrolijk van.”

In zijn albums passeerden er al enkele bekende gebouwen. Zo was Brugge een locatie voor een verhaal en maakte hij twee Antwerpen-albums. Daarin zijn verschillende bezienswaardigheden te zien waaronder ook de kathedraal in Antwerpen. Die vindt Merho niet enkel een van de mooiste gotische torens ter wereld, maar lag ook aan de basis van een verhaal. “Ooit gingen er twee torens komen”, vertelt hij. “De tweede is stomp en in de jaren vijftig was er een gek die met een politieke partij was opgekomen in Antwerpen. Hun enige agendapunt was om die toren af te werken en dat heb ik ooit gebruikt als thema voor een verhaal.” Daarbovenop genoot hij er ook van om het gebouw te tekenen: “Dat is zeer tijdrovend met al die tierlantijntjes, maar tegelijk is dat heel rustgevend.”

 

Abandoned places

Als de striptekenaar de grote lijn van een verhaal bedacht heeft, gaat hij opzoek naar de perfecte locatie, maar hij zal dus nooit een verhaal maken rond een gebouw. “Een gebouw is perfect als het voldoet aan de functies die het verhaal vraagt”, zegt Merho. “Ik moet tegenwoordig nooit lang zoeken en vaak zie ik toevallig een foto van iets zoals met die villa van Niko Architects. Het verhaal ging over een excentrieke modeontwerpster en die onconventionele villa was apart en dus perfect voor het verhaal.” Soms gebruikt hij gebouwen wel als grap, zoals in ‘Alle eendjes’. “Ik heb dit zicht genomen omdat hier het appartement is van een goede vriend van mij”, vertelt hij al lachend.

Ook abandoned places krijgen regelmatig een plekje in de avonturen van de Kiekeboes. Merho noemt het dankbare locaties: “Die plekken zijn in elkaar gezakt, vervallen en opnieuw ingepalmd door de natuur. Dat heeft een magische schoonheid, iets mysterieus en geheimzinnigs.” Het verval is voor de striptekenaar een goed argument om de plekken nog iets meer te laten vervallen zodat ze mooier worden: “Daar geef ik mezelf wat meer vrijheid in, maar over het algemeen houd ik me strikt aan hoe het gebouw is. Daar ga ik niet aan prutsen.”

Merho gaat dus altijd voort op wat hij ziet en neemt zelden contact op met architecten. Dat deed hij enkel met Guy Wollaert, die een winkel in Schilde had ontworpen. In ‘Haaiman’ vergrootte Merho de verhoudingen van het gebouw en maakte er de tempel van een sekte van. “Dat vond ik een beetje oneerbiedig dus heb ik dat gevraagd, maar meestal gebruik ik ze gewoon.” Gewoon gebruiken deed hij ook met de dancing Carré in Willebroek, maar in zijn jeugdig enthousiasme tekende hij daar een scène waarin drugs gedeald werd. “Dat was heel dom van mij”, vertelt hij eerlijk. “De eigenaars van de dancing waren daar niet gelukkig om. In de uiteindelijke strip heb ik het interieur aangepast.”

 

Alles moet kloppen

In de Kiekeboes moet alles kloppen en dat is ook een beetje de stijl van de strip. “Ik heb ooit met Willy Linthout, de tekenaar van Urbanus, een cross-over gemaakt ‘Kiekebanus’, waarin de gezinnen van huis wisselden”, vertelt Merho. “De vader van Urbanus haalde daar een pintje uit de ijskast en die liep de verkeerde kant uit. Toen ik dat tegen Willy zei, vroeg die of dat belang heeft en ja, voor mij is dat belangrijk.” Daarom tekende hij ook een grondplan van het huis van de Kiekeboes. “In 1977 toen ik met de strip begon, tekende ik dat uit de losse pols, maar nu er verschillende mensen aan werken, helpt dat grondplan om alles juist te houden”, vertelt hij.

 

Location hunting

Hoewel Merho vaak vertrekt van foto’s, bezoekt hij toch graag de locatie waar de strips zich afspelen in het echt. Zo trok hij bijvoorbeeld al een tiental keer door Amerika, twee keer door Australië en ging hij naar Japan. ‘Tienduizend dagen’ is dan ook gevuld met tekeningen van Japanse tempels. “Het is heel anders als je er geweest bent en met mensen gesproken hebt”, zegt hij. “Dat is inspirerend en je krijgt een andere kijk op de landen waarvan je met clichébeelden in je hoofd zit.”

Vaak weet hij ook al op voorhand welke plekken hij wil zien. Zo ging hij op zoek naar kapelletje in Toscane dat in bijna elke toeristische folder staat. “Er was een weg naartoe, maar de gps vond die niet. Dan zagen we het in de verte en zijn we door de velden ernaartoe getrokken, met regen”, vertelt Merho. “Toen we daar aankwamen, konden we er niet in, maar ik had de binnenkant nodig voor het zogezegde huwelijk van Fanny. Een paar honderd kilometer verder was er dan een kerk en daar heb ik dan het interieur van gebruikt. Die twee heb ik gecombineerd.”

De laatste ‘reis’ die hij maakte, was naar Frans-Polynesië en Paaseiland. Voor een verhaal dat zich daar afspeelt, heeft hij al enkele vage ideeën, maar het zit nog niet helemaal zoals het moet. Toch is hij er gerust in dat er nog een goed verhaal van komt. Daar kunnen we dus al zeker naar uitkijken. In de toekomst zou de striptekenaar nog zeker een iconisch gebouw de revue laten passeren in de Kiekeboes. “Ooit zou ik graag Fallingwater van Frank Lloyd Wright nog gebruiken. Dat is zo’n iconisch gebouw, maar ik heb het juiste moment nog niet gevonden. Dat komt nog wel.”