Doorzoek volledige site
15 juni 2021 | JOLIEN CELIS

Plusoffice architects verenigt collectief en privaat in woonproject De Spoortuin

Illustratie | Pieter Rabijns
Illustratie | Pieter Rabijns
Illustratie | Pieter Rabijns
Illustratie | Pieter Rabijns
Illustratie | Pieter Rabijns
Illustratie | Pieter Rabijns
Illustratie | Pieter Rabijns

In het kader van het masterplan ‘de Tuinen van Puurs’ zocht plusoffice architects naar een manier om de dorpskern van Puurs te verdichten, zonder de schaal van het dorp te verliezen. Het resultaat is het kleinschalig woonproject ‘De Spoortuin’, dat ze samen met studiebureaus Util, TECON groep, MACOBO-STABO en hoofdaannemer Bouwbedrijf VHK ontwikkelden. Ook DELVA Landschape Architecture & Urbanism en ARA zorgden mee voor de aanleg van de buitenruimte van het project waar alle bewoners kunnen genieten van een collectieve tuin en een privaat terras.

Tussen de kerk en een verlaten spoorweg in Puurs-Sint-Amands ontwikkelde plusoffice architects ‘De Spoortuin’. Voor het project dacht het bureau op een andere manier na over kernversterking. Zonder de schaal van het dorp te verliezen, verdichtten ze kwalitatief de dorpskern met een kleinschalig woonproject dat bestaat uit een collectieve tuin, een parochiesecretariaat en drie appartementen met private terrassen. “Als we collectief wonen op de juiste manier ontwerpen, kan compacter wonen ook zonder in te boeten aan woonkwaliteit”, zegt Nathan Ooms, bestuurder van plusoffice architects.

 

Connectie met omgeving

Het architectenbureau ging op zoek naar een manier om het bouwprogramma in te passen in het bestaande weefsel en het nieuwe volume qua korrelgrootte te laten aansluiten bij de omgeving. Het resultaat zijn twee in elkaar geschoven volumes, een met twee en een met drie niveaus, voorzien van een klassiek zadeldak op een al even klassiek perceel. Doordat de tweede bouwlaag lichtjes achteruitgeschoven is, ontstaat er een subtiele schaalsprong in de voorgevel. Daardoor creëren ze het gevoel dat het volume kleiner is dan in realiteit.

In het verlengde van de straat ontplooit een publiek erf zich als toegang tot de werkplekken en de ontmoetingsruimtes van het parochiesecretariaat. Op die manier ontstaat er een connectie tussen de straatzijde en het publieke programma, waar je binnenkomt via een luifel. Het private programma op het gelijkvloers, een collectieve tuin met toegang tot de woningen, heeft op enkele kleine ramen na geen relatie met het parochiesecretariaat.

Zo behouden de architecten het intieme karakter van de tuin. Daarbovenop heeft elk appartement nog een privaat, inpandig terras. “Dan hebben de bewoners het beste van twee werelden”, vertelt Ooms. “Ze wonen compact in het centrum met een private buitenruimte en kunnen genieten van een groene, collectieve tuin.” Bovendien kunnen de bewoners altijd kiezen of ze deelnemen aan het collectieve leven of zich liever terugtrekken op hun eigen terras.

 

‘Het vieren van het thuiskomen’

De voorgevel van het gebouw heeft een baksteenplint die doorloopt in de lage tuinmuur met een toegangspoortje. Daarachter ligt een kleine koer met een fietsenstalling en een trap die naar het eerste niveau leidt. Boven kom je binnen in een gemeenschappelijke vestibule waar drie voordeuren toegang bieden tot de verschillende appartementen. “Daarmee vieren we het thuiskomen”, zegt de architect. “Je staat niet abrupt met de voordeur op de stoep. De overgang gebeurt geleidelijk en in de tussenruimte is er plaats om elkaar te ontmoeten.”

In het interieur aan de straatzijde kiest plusoffice architects voor een enfilade van kamers om een ruimtelijke zichtas langs de gevel te creëren. Als je het appartement op de eerste verdieping binnenkomt, heb je meteen zicht op een inpandig terras. Alle terrassen zijn ingeschoven in het volume en kijken uit op de tuin. Het hout-aluminium buitenschrijnwerk van de ramen loopt door in de borstwering, maar dan zonder glas. Zo bieden de terrassen een gevoel van geborgenheid tegenover de openheid van de gedeelde tuin.

Vanuit de appartementen zijn de inpandige terrassen telkens toegankelijk via grote plooiramen die volledig open kunnen en de vloertegels van het interieur lopen naadloos over tot op het terras. Zo creëerde het architectenbureau een soort van wintertuinen die altijd nauw in verbinding staan met de leefruimtes van de appartementen. “De grens tussen binnen en buiten kan vervagen,” vertelt Ooms, “en na zo’n coronajaar weten we hoe waardevol dat kan zijn.”