Doorzoek volledige site
18 juni 2021 | JOLIEN CELIS

De eerste vrouwelijke architect in de Kempen: Florette Vancauwelaert

Illustratie | Florette Van Cauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Florette Vancauwelaert
Illustratie | Jolien Celis
Illustratie | Florette Van Cauwelaert

Het vakgebied van de architectuur wordt vaak gezien als een mannenwereld en zeker in het verleden. Hoewel vrouwen ondertussen erkend worden als ontwerpers, moet altijd iemand de eerste zijn. In de Kempen was dat Florette Vancauwelaert (77), een jonge architecte die meer dan veertig jaar lang mee vormgaf aan de regio rond Turnhout. Haar stijl varieerde van de Turnhoutse School tot het modernisme en ze blikt tevreden terug op haar carrière: “Die architectuur draag je mee.”

“Ik heb mijn opleiding gevolgd aan de Academie Royale des Beaux Arts de Bruxelles, waar ongeveer een derde van de studenten een vrouw was”, begint architect Florette Vancauwelaert haar verhaal. “Aan Sint-Lucas in Brussel waren vrouwen niet toegelaten.” De Waals-Brabantse architect is geboren in 1944 en verhuisde na haar architectuuropleiding al snel naar de Kempen.

Daar kreeg ze de kans om stage te doen bij Carli Vanhout en Paul Schellekens, twee architecten die gekend zijn om hun stijl de Turnhoutse School. “Tijdens mijn stage mocht ik de werf voor het cultuurcentrum De Warande volgen”, vertelt ze. “Ik was de eerste vrouw op een werf in de Kempen en zag er nog heel jong uit. Ik werd nagefloten en als er een discussie was met meerdere mannen keek degene die aan het woord was enkel naar de andere mannen, nooit naar mij. Een vrouw op de werf waren ze niet gewoon.”

 

Architecte in de Kempen

Na enkele jobs waar ze geen voldoening uit haalde, werd ze in 1971 zelfstandig. Vanaf dan ging ze door het beroepsleven als architect Vancauwelaert. Dat een vrouw ook een architect kon zijn en geen interieurarchitect was voor veel mensen in het begin van haar carrière een verrassing. “Als ik mogelijke klanten ontving, vroegen ze altijd naar mijn vader of echtgenoot”, vertelt ze. “Ze wisten niet dat een jonge vrouw als ik ook een architect kon zijn.” Toen ze enkele gerealiseerde ontwerpen had, wisten mensen wel dat ze een vrouw konden verwachten als ze haar contacteerden. Op het einde van haar carrière had ze dan ook niet meer het gevoel dat ze anders behandeld werd dan haar mannelijke collega’s. “Mijn architectuur is ook niet anders”, zegt ze. “We hebben dezelfde opleiding gehad en de wensen van de mensen blijven hetzelfde, ongeacht het geslacht van de architect.”
 

“De wensen van de mensen blijven hetzelfde, ongeacht het geslacht van de architect.”


Haar klanten ontving ze altijd in haar eigen woning. Ze is begonnen in een slaapkamer in haar eerste huis, waar ze tegelijkertijd paste op haar kinderen terwijl ze werkte. Haar oudste zoon kon toen net kruipen en die kroop naar hartenlust rond op haar bureau. “Plots beet hij in de isolatiestalen op het laagste schab”, zegt ze. “Dat was een teken aan de wand en sindsdien heb ik altijd hulp gekregen van iemand om op hem en mijn andere kinderen te passen wanneer ik aan het werk was.”   

Toen ze haar vierde kind kreeg, was er geen plaats meer voor haar bureau. Dankzij haar goede contact met een architect in het dorp kon ze bij hem terecht. “Wij hadden dezelfde architectuur. We gingen wel verder onder onze eigen namen en kregen nog steeds elk onze eigen opdrachten, maar werkten wel samen aan projecten”, vertelt ze. Na een paar jaar verhuisde ze naar een nieuwe woning waar ze opnieuw plaats had voor haar eigen bureau. Ze heeft zelf dus maar kort in groepsverband gewerkt.

 

Turnhoutse School

“De Turnhoutse School is echt typisch voor de jaren ’70 en ’80 en vind je enkel terug in de Kempen”, zegt Vancauwelaert. “Ik ontwierp af en toe iets voor kennissen of familie in Wallonië, maar ik werkte liever hier.” Vooral woningen en appartementsgebouwen behoren tot het palmares van de architecte: “Je had een andere relatie met iemand die een woning wil bouwen dan met iemand die een fabriek wil bouwen. Woningbouw lag mij beter.”
 

“Ik ontwierp af en toe iets voor kennissen of familie in Wallonië, maar ik werkte liever in de Kempen.”


Ongeveer veertig jaar lang werkte ze aan een tiental dossiers per jaar. De stijl die ze aanleerde tijdens haar stage nam ze mee in haar eigen ontwerpen. Donkere baksteen en beton was haar favoriete materiaalcombinatie en ook hout komt regelmatig terug in haar werk. Daarnaast zijn geometrische vormen en niveauverschillen een constante in haar portfolio. “Ik werkte heel graag met platte daken,” vertelt ze, “maar door verkavelingsvoorschriften kon dat niet altijd en moest ik vaak een hellend dak ontwerpen.” Ook een piramide was een vorm die ze graag gebruikte en komt dan ook regelmatig terug in haar ontwerpen.

Toch was het niet altijd makkelijk om de bouwheer te overtuigen van haar ontwerpen. Daarom vroeg ze nieuwe klanten die hun eigen schets meebrachten altijd om die niet te tonen. Ze legde dan eerst haar eigen voorstel uit en gaf nadien de klant de keuze. Of ze vertrok van de schets of ze vertrok vanuit haar eigen stijl om een ontwerp te maken. Veel van die woningen zien er vandaag niet meer uit zoals zij het ontworpen had, maar toch kan ze trots blijven op enkele ontwerpen. Zo is de geest van de architectuur in Villa T bewaard gebleven en ook haar eigen woning, die ze enkele jaren geleden verkocht, is nog steeds in goede staat.

 

Modernisme

Na een tijdje evolueerde Vancauwelaerts stijl mee met de algemene tendensen in het vakgebied en werden haar woningen modernistischer. Het resultaat zijn gebouwen in witte crepi en arduin. “Ik ontwierp zelfs een woning waarin een schuin raam zit”, vertelt ze. “Daar is heel veel commentaar op gekomen.” In diezelfde periode schakelde de architect over van tekenen met potlood, papier, een T-lat en een Gilette-mesje naar tekenen met een computer, wat ze zelf geen evidente omschakeling vond, maar wel heel goed was voor de klant.

Die modernistische stijl hield ze aan tot het einde van haar carrière. Een uitzondering op die regel was een ontwerp voor een bouwheer die specifiek vroeg om een woning te bouwen in die stijl van de jaren ’70 en ’80. “Dat was echt heel moeilijk, want ik moest ineens weer helemaal anders denken”, zegt Vancauwelaert. “Daar heb ik echt veel werk aan gehad.”

 

De Kempense bebouwde omgeving

Dat ze de regio rond Turnhout mee heeft vormgegeven is dus een understatement. Zo ontwierp ze voor een school ooit een overdekte speelplaats. Die bestond uit een metalen constructie met bogen, wat ze nadien steeds vaker zag terugkomen in de architectuur van anderen. Daarnaast werkte ze ook aan projecten waarvan je het resultaat niet ziet zoals de renovatie van de kerk Onze-Lieve-Vrouw Bezoeking in Oosterwijk. “Die had wel een plat dak”, zegt de architect al lachend. “Dat lekte dus er moest een nieuwe dakbedekking op. Ik wou daar Trocal en keien op leggen, maar ik heb er echt voor moeten vechten om dat te realiseren.”
 

“Het leek een tegenvaller voor die mannen, want sommige dingen konden ze niet doen met een vrouw erbij.”   


Op een bepaald moment moest ze de aannemer zelfs helpen om een woning uit te zetten op een perceel omwille van de moeilijke vorm. De attitude tegenover vrouwen op de werf en in het vakgebied verdween steeds meer na verloop van tijd. Vancauwelaert was ook de eerste vrouw bij de KMBA, de Beroepsvereniging van de Architecten in de Kempen, waarvoor ze werd uitgenodigd. “Ik voelde dat het een hele verandering was voor hen”, zegt ze. “Het leek een tegenvaller voor die mannen, want sommige dingen konden ze niet doen met een vrouw erbij.”   

 

Kantklossen en ontwerpen

Ondertussen worden vrouwen gelukkig wel toegelaten op Sint-Lucas in Brussel, maar Vancauwelaert is op dit moment ingeschreven aan de Kunstacademie van Aarschot. Daar maakt ze kanten kunstwerken en laat ze zich inspireren door haar vroegere ontwerpen. Zo maakte ze een kanten, driedimensionaal kunstwerk uit koperdraad gebaseerd op een woning. “Volgend jaar moet ik een eindwerk maken en ik ga verder vertrekken van dat werk, dus opnieuw architectuur”, zegt ze. “Ontwerpen is altijd leuk en die architectuur draag je mee.”


Tijdens de voorbereiding van de Kempense schrijfsessie van Wiki Women Design stootten de medewerkers van AR-TUR en de Kempense erfgoedcellen op Florette Vancauwelaert. Het oeuvre van deze ‘vergeten’ architect wordt nu herontdekt.