Doorzoek volledige site
23 juni 2021 | TIM JANSSENS

Marivaux (Una|a) : residentie voor studenten en jonge starters blaast Brusselse Sint-Pietersstraat nieuw leven in

Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
1 Illustratie | Una|a
2 Illustratie | Una|a
3 Illustratie | Una|a
4 Illustratie | Una|a
5 Illustratie | Una|a
6 Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
De ontbijtruimte Illustratie | Una|a
De gemeenschappelijke zitruimte Illustratie | Una|a
De gezellige tuin Illustratie | Una|a

De Sint-Pietersstraat bevindt zich in het hart van Brussel, tussen de Emile Jacqmainlaan en de Adolphe Maxlaan. Het is een smalle straat die weinig mensen kennen en die vooral geflankeerd wordt door de achtergevels en dienstingangen van gebouwen die hun prestigieuzere voorgevels reserveerden voor de omringende boulevards. Dit geldt ook voor het centraal gelegen perceel waarop het Marivaux-project gerealiseerd wordt. De site maakt deel uit van een voormalig bioscoopcomplex, waarvan de hoofdingang zich aan de Adolphe Maxlaan situeerde. Het ontwerp van Una|a zet resoluut in op een evenwichtig dialoog tussen oude, beschermde elementen en doordachte hedendaagse toevoegingen.

 

Opkomst en verval van een stadsbioscoop

Cinema Marivaux werd in 1923 gebouwd voor een plaatselijke dochteronderneming van de beroemde Société des Grands Palais d'Attraction Pathé Frères en werd in 1924 in gebruik genomen. Oorspronkelijk bestond het complex uit een majestueuze, 17 meter hoge bioscoopzaal met 1700 zitplaatsen en twee balkons. Een prestigieuze foyer met een rijkelijk geornamenteerde ingang verbond ‘de Marivaux’ met de Adolphe Maxlaan. Tussen de grote bioscoopzaal en de Sint-Pietersstraat herbergde een 6 meter diepe, 45 meter lange en vier verdiepingen hoge bijbouw een aantal ondersteunende functies: kantoren, extra ontvangstruimtes, het appartement van de directeur en zijn garage, verticale circulatievoorzieningen en een secundaire ingang. De voorgevel, de inkomhal en de hoofdtrap werden met verrassend veel egards behandeld en behielden lang hun karakteristieke grandeur. Zelfs in die mate dat ze in het begin van de jaren 90 op de erfgoedlijst werden geplaatst nadat de laatste bioscoopuitbater het gebouw verlaten had.

Het Marivaux-complex maakte in de loop van de twintigste eeuw dezelfde evolutie door als veel andere bioskopen die omstreeks 1920 het levenslicht zagen. De grote bioscoopzaal werd eerst horizontaal in twee gesplitst ter hoogte van het tweede balkon. Later werd er een kleinere zaal ingericht in de onderliggende kelderverdieping.  Vervolgens werd ook het eerste balkon afgeschermd van de grote bioscoopzaal en in twee gesplitst om twee bijkomende kleine filmzalen te creëren. Ook tussen de grote circulatieassen werden extra zalen toegevoegd. Een evolutie die te wijten was aan de trend in het cinemawezen om steeds meer films te produceren en te programmeren, inclusief een wekelijks rotatieschema en een onvermijdelijke aanpassing van grotere naar kleinere zalen, aangezien het potentiële publiek van een bepaalde film na verloop van tijd afnam.

‘De Marivaux’ werd net zoals veel andere authentieke stadsbioscopen het slachtoffer van het overweldigende succes van omvangrijkere en vlotter bereikbare perifere cinemacomplexen en sloot uiteindelijk de deuren in de vroege jaren 1990. Sindsdien is een deel van de site toegevoegd aan Hotel Marivaux en zijn enkele kleinere cinemazalen omgevormd tot seminarieruimtes. Het volume van de grote bioscoopzaal was echter te groot en een eventuele transformatie te duur om ze op dat moment een complementaire nieuwe invulling te geven. Vandaar dat ze noodgedwongen aan haar lot werd overgelaten, met voortschrijdende verloedering en vandalisme tot gevolg. Alle decors en de vloer werden verwijderd om plaats te maken voor een tijdelijke parkeervoorziening. Gelukkig waren de beschermde elementen nog in een toereikende staat om ze te kunnen integreren in het ambitieuze reconversieproject. 

Herwaardering van de Sint-Pietersstraat

Het Marivaux-project bestaat uit de realisatie van een nieuwe residentie voor studenten en jonge starters, een programma dat uiterst geschikt is om de Sint-Pietersstraat nieuw leven in te blazen, aangezien het grote aantal bewoners en hun ‘24 urenmentaliteit’ dag en nacht voor een gezonde, levendige dynamiek zorgen. Samen met de herwaardering van dit deel van de Sint-Pietersstraat zorgen de restauratie van de beschermde gevel en de zichtbaarheid van de hedendaagse architectuur ervoor dat dit vergeten stukje Brussel opnieuw binnen het ambitieuze vernieuwingsprogramma van de stad past. Het project biedt ook een oplossing voor het nijpende gebrek aan studentenhuisvesting in Brussel.

Assertieve en respectvolle dialoog tussen verleden en heden

Het project wil een verrijkend dialoog tussen de in ere herstelde beschermde elementen en de hedendaagse toevoegingen tot stand brengen, waarbij beide vormtalen gecombineerd worden tot een stimulerend geheel en toch duidelijk identificeerbaar blijven. De sloop van het vervallen volume van de voormalige bioscoopzaal (1) maakt het mogelijk om een riante natuurlijke lichtinval en een open ruimtegevoel te creëren in het ooit zo dichtbebouwde binnengebied. Om elke vorm van ‘façadisme’ te vermijden, werd al in een vroeg stadium beslist om niet enkel de beschermde elementen te restaureren, maar ook de 6 meter diepe bijbouw integraal te behouden (waar ze in het oorspronkelijke ontwerp deel van uitmaakten), die zeer geschikt is om delen van de nieuwe functies in onder te brengen (zoals studentenkamers en enkele gemeenschappelijke ruimtes). Daardoor behouden de voorgevel, de inkomhal en de monumentale hoofdtrap een consistente en betekenisvolle relatie met de nieuwbouwelementen die eraan gekoppeld zijn. (2)

Het nieuwbouwvolume, dat het grootste deel van het programma omvat, wordt naast en over de gerestaureerde ruimtes geplaatst, inclusief een centrale circulatie-as op het raakvlak tussen het bestaande deel en het nieuwe gebouw. Aan de achterzijde van de nieuwbouw geeft een tuin het binnengebied een groen en biodivers karakter (3).

Als teken van respect voor de beschermde gevel wordt het nieuwbouwvolume lichtjes teruggetrokken ingeplant (ongeveer 1,80 meter). Door zo letterlijk en figuurlijk een stap terug te zetten, ontstaat er een hiërarchie die vermijdt dat de gerestaureerde gevels visueel overstemd worden. De tussenruimte die bijgevolg ontstaat tussen de circulatievoorzieningen en het bestaande gedeelte is ideaal voor de functionele ruimtes van de gemeenschappelijke delen en de studentenkamers. (4)

De achtste verdieping springt nog een tikkeltje verder in, waardoor er een optimaal evenwicht ontstaat tussen de beschermde gevel en het bovenliggende nieuwbouwvolume. Daarnaast is het tevens een harmonieuze aansluiting met het getrapte profiel van het naburige Hotel Le Plaza. (5)

De façade van het nieuwbouwvolume bestaat uit een willekeurige opeenvolging van geperforeerde verticale lamellen, die gerangschikt zijn in een abstract patroon, waarvan de uitstraling sterk contrasteert met de klassieke compositie van volle en lege vlakken in de beschermde gevel. De ramen van de studentenkamers maken deel uit van de secundaire huid van het volume. Hun discrete inplanting achter de visueel dominante verticale lamellen vermijdt contrasten tussen de openingen in de beschermde en de nieuwe gevel. (6)

De verticale gevellamellen zijn helder en lichtdoorlatend. Ze zullen de Sint-Pietersstraat een frisse toets geven, waardoor het project ook zal bijdragen tot de herwaardering van de publieke ruimte. 

De beschermde gevel is zorgvuldig gerestaureerd, conform de architecturale intenties van Lorant-Heilbron en E. Lambert, het Franse duo dat het oorspronkelijke ontwerp uittekende. Hoewel veel originele elementen in een voldoende goede staat verkeren om te kunnen worden gerestaureerd, zijn de meeste ramen te beschadigd. Op basis van een gedetailleerde studie van de oorspronkelijke kozijnen en bevestigingen worden ze vervangen door quasi identieke replica's, die zijn uitgerust met dunne dubbele beglazing om de energieverliezen te beperken.

Reconversie houdt verleden relevant

Hoewel het nieuwe bouwprogramma sterk verschilt van de originele functie van het complex, past het uitstekend bij de majestueuze uitstraling van de beschermde gevel. Conform de intentie om ‘façadisme’ te vermijden, wordt er ook veel aandacht besteed aan de aan de restauratie van interieurelementen, zoals de inkomhal en de monumentale hoofdtrap, zodat er sprake is van een logische ruimtelijke relatie met het nieuwe programma.

De dubbelhoge inkomhal wordt gerestaureerd en krijgt haar oorspronkelijke functie terug. Ook de twee monumentale trappen worden in ere hersteld. Ze leiden naar enkele gemeenschappelijke ruimtes. De collectieve studeerkamer, boven de ingang, is toegankelijk via de linkertrap, terwijl de fitnessruimte te bereiken is via de rechtertrap. De ontbijt- en de zitruimte bevinden zich op het gelijkvloers en kijken uit op de tuin. Deze ruimtes zijn rechtstreeks toegankelijk vanuit de inkomhal, die in zijn oorspronkelijke staat hersteld wordt, inclusief warme kleurtinten op de wanden en een prachtige granitovloer. Gedurfde hedendaagse armaturen en modern meubilair onderstrepen de soberheid van de historische interventie.

Uitnodigende ontmoetingsplekken vloeien over in de tuin

Vanuit de inkomhal leiden een paar treden de bewoners naar de eigentijdse aanbouw, waar ze kunnen genieten van de ontbijt- en zitruimtes met zicht op de tuin.

De ontmoetingsruimtes van de residentie zijn ontworpen met een uitnodigende combinatie van warmte en minimalisme in het achterhoofd. De betonnen ruwbouwstructuren zijn in het zicht gelaten. Hun expressieve texturen dialogeren met de gespikkelde look en de visgraatmotieven die de vloeren sieren. Een heterogene mix van meubilair en op maat gemaakt timmerwerk geven de ruimte een warme, gemoedelijke flair. Akoestische plafondeilanden in jute zorgen voor het nodige akoestisch comfort, terwijl clusters van decoratieve lichtarmaturen het plaatje compleet maken.

De ontmoetingsruimtes sluiten rechtstreeks aan op de tuin. Deze laatste wordt aangelegd op het dak van de ondergrondse parking en zal uit grote, hoge plantenbakken bestaan, die van elkaar gescheiden worden door een wandelpad. De verhoogde plantenbakken zorgen ervoor dat er genoeg grond is om struiken, heesters en een paar middelgrote bomen te planten, waardoor zich in het hartje van het gebouwenblok een klein lokaal ecosysteem kan ontwikkelen. Het wandelpad leidt naar een aantal intieme zitplekken, waar bewoners kunnen genieten van de nodige rust en verpozing.