Doorzoek volledige site
09 juli 2021

De Praatstoel revisited: Evert Crols (B-architecten)

Illustratie | Ilse Liekens

Evert Crols, mede-oprichter van B-architecten en recenter ook B-bis en B-city, was een van de eerste architecten om plaats te nemen in onze Praatstoel. Zijn bijdrage behoort ook tot de drie meest gelezen Praatstoelen op onze website. Reden genoeg om deze nog eens van onder het stof te halen. We vroegen Evert Crols of hij nog steeds achter zijn antwoorden staat van toen, en er blijkt toch een en ander veranderd te zijn

Op welk eigen gerealiseerde projecten bent u het meest fier en waarom?

Een foute vraag. Laat dat duidelijk zijn. De vraag om de eigen projecten op deze wijze te ordenen, is onrecht aandoen aan de verschillende opdrachten die toch telkens vaak vanuit een aparte motivatie tot stand komen. Als het dan toch moet: de Beursschouwburg in Brussel. Een project waarmee we ver konden springen en waarbij onze extreme voorstellen door de opdrachtgever in grote mate gevolgd werd door de opdrachtgever.

Het antwoord vandaag; Blijft een ‘foute’ vraag. Ik blijf bij ons ontwerp voor de Beursschouwburg en wel om dezelfde redenen die ik in 2011 aanhaalde. Deze keer mag er ook Mundo-a bij. Dat is een bio-ecologisch en passief verzamelgebouw voor diverse organisaties die bezig zijn met duurzame projecten. Ook hier is het een combinatie van een aartsmoeilijke bouwplek bovenop een metrolijn en een geëngageerde opdrachtgever met een uitgesproken visie. De combinatie van al deze factoren maakt het een tot het uiterst doorgedreven duurzaam en voorbeeldig project.

 

Van welk project in uitvoering of in voorbereiding koestert u hoge verwachtingen?

Opnieuw een lastige vraag. Al verwacht ik inderdaad veel van de herbestemming van het voormalige PTT-gebouw in Oostende. Dit ontwerp van architect Ysselinck zal worden omgebouwd tot een kunst -en cultuurcentrum. Naast een theaterzaal zal het gebouw eveneens plaats bieden aan een polyvalente zaal. Oostende heeft dan wel het Kursaal, maar toch mist het een echte theaterzaal. Dat hiaat wordt nu opgevuld.

Het antwoor vandaag: Er liggen heel wat projecten op de plank, maar één van de projecten waar ik specifiek naar uitkijk is de uitvoering van ons wedstrijdontwerp voor de hoofdzetel van Aquafin in Aartselaar. In veel opzichten is dat een zeer relevant dossier. Enerzijds besliste deze organisatie om hun huidige werkplek te herbekijken naar functionaliteit, bezetting, duurzaamheid en circulariteit, mobiliteit enzovoort… Door de huidige coronapandemie is het ontwerp nog bijgestuurd met nieuwe inzichten. Thuiswerken zal wellicht gedeeltelijk de norm blijven. De timing van deze opdracht is hierdoor uiterst interessant.

 

Welk project van een andere Belgische architect is voor u een schot in de roos?

Renaat Braem, hier twijfel ik minder. De gedrevenheid en het idealisme waarmee de man met zijn vak omging, blijft een voorbeeld. Weet je, Braem heeft naar verluidt kosteloos het paviljoen in het Middelheimpark te Wilrijk ontworpen, toen bleek dat het initiële ontwerp naar zijn mening de verkeerde kant opging. Wel, die gedrevenheid blijft een ware inspiratie.

Het antwoord vandaag; Enkele jaren geleden kwam ik op een zomerdag terecht in Tirana, de hoofdstad van Albanië. Ik was erg onder de indruk van de heraanleg van het Skanderberg Plein, het centrale plein in de stad. 51N4E won hiervoor de internationale architectuurwedstrijd in 2008, maar kon het project pas realiseren in 2017. Het plein was jarenlang een druk verkeerspunt, omgeven door een aantal belangrijke nationale instellingen: de Opera, het Nationaal Museum en de Nationale Bank. Maar het plein was tevens een plek waar de nog jonge democratie haar eigen turbulente geschiedenis schreef. 51N4E ontwierp voor het plein een leegte van 170 x 170 meter: een verkeersvrije zone, traag oplopend naar haar centrum en omringd door een dichte groene gordel. Het is een bruisende ontmoetingsplek voor de inwoners geworden. Heel knap vormgegeven door 51N4E.

 

Welke buitenlandse architecten vormen voor u een grote bron van inspiratie?

Kazuyo Sejima en Ryne Nishizana, samen het architectenbureau Sanaa. Wat mij zo boeit bij deze architecten is de opvallend andere blik waarmee zij naar de wereld kijken. Het lef ook waarmee zij complexloos de natuur durven te integreren in hun architectuur. Met hun compacte architectuur proberen zij ook een voorbeeldfunctie te vervullen.

Het antwoord vandaag: Ik vind ontwerpers die breed denken heel boeiend. Bijvoorbeeld ASSEMBLE uit Londen. Het is een multidisciplinair collectief dat zijn ‘projecten’ vaak ook als acties of events ziet, of als tijdelijke constructies die engagement tonen en problematieken aan de kaak stellen. Voor hen is het duidelijk dat vandaag de dag de ‘maatschappij’ onze belangrijkste opdrachtgever is.

 

Wat zijn volgens u de meest geslaagde recente bouwprojecten in het buitenland?

Het Centre Pompidou te Parijs. Een project dat onmiddellijk een ongelooflijke impact heeft gehad om zijn omgeving. Een gebouw dat als een enorme catalisator fungeerde voor een tot dan ontzettend verloederde buurt. De fascinerende opbouw van het gebouw mist ook vandaag nog steeds zijn uitwerking niet.

Het antwoord vandaag: Een project dat reeds enkele jaren op m’n netvlies gebrand staat is the Thread door Toshiko Mori. Gelokaliseerd op de afgelegen locatie Sinthian in Senegal straalt dit bescheiden project voor mij optimisme en hoop uit. Op een eenvoudige en poëtische manier slaagt deze Japans-Amerikaanse architect erin om op Afrikaanse bodem met een minimum aan middelen een heel compacte culturele infrastructuur te ontwerpen die ingebed is in de lokale cultuur. Dit toont dat je als ontwerper eigenlijk overal aan de slag kan als je je inleeft in een plek.


Welke jonge architect in Vlaanderen maakt momenteel veel indruk op u?

De bijna onbegrensde creativiteit van iemand als Jo Taillieu, nog net iets jonger dan mezelf, blijft allerminst onopgemerkt. Eerst als zelfstandig architect, maar vandaag als project-architect bij het kantoor Crepain-Binst bewijst hij over een opvallend talent te beschikken.

Het antwoord vandaag; Ik vind een bureaus als ROTOR of R-EST wel bijzonder inspirerend. Zij gaan nog een stap verder dan de meeste architect-ontwerpers. ROTOR door bewust in te zetten op circulariteit en hergebruik van materialen. Initieel deden ze dit op een hippe manier, maar net daardoor hebben ze wel de toon gezet. En R-EST door de bouwopgave meteen in vraag te stellen: moeten we wel bouwen, kan het niet op een andere manier? Ik herinner me hun ‘Pleidooi voor het niet-bouwen’ uit 2016.

 

Wat vindt u zo boeiend aan uw job als architect? Zou u uw kinderen aanmoedigen om in uw voetsporen te treden?

Het blijft een beroep waarin je steeds opnieuw creatief moet zijn. Niet enkel creatief in het ontwerpen, maar ook in het vechten om iets gerealiseerd te krijgen. Creatief ook in het omgaan met alle denkbare beperkingen. Mijn zoon OsKar mag zich zeker aan deze creatieve uitdaging wagen, ik houd hem zeker niet tegen.

Het antwoord vandaag; Architecten worden hoe langer hoe meer ‘procesregisseurs’ en echte generalisten. Het boeiende aan dit beroep (maar soms ook het frustrerende) is dat je van alles iets moet kennen en van niets alles. Dat geeft een bijzondere vorm van vrijheid om over grenzen heen te mogen en moeten denken; Bij uitstek kan je als architect niet meer in hokjes denken. De enige manier om vandaag de dag projecten te kunnen realiseren is in een team en in ruim overleg met heel veel partijen. Soft skills bij architecten moeten het winnen op hun ego. De meesterarchitect bestaat volgens mij niet meer.

 

Welke ontmoeting is bepalend geweest voor uw verdere architecturale ontplooiing?

Mijn stageperiode bij Willem Jan Neutelings in de jaren ‘90 was eigenlijk mijn echte architectuuropleiding. Niet dat ik daar zo lang gewerkt heb, maar hun rechttoe rechtaan manier van ontwerpen – no-nonsense en tegelijkertijd met veel humor en menselijkheid - vindt ik nog altijd heel bijzonder.

 

Herkent u zichzelf nog in de ambitieuze jonge student die u ooit zelf was? Komen droom en werkelijkheid sterk overeen?

Tja, ondertussen is m’n horizon wel wat verbreed en gaat alles sneller en sneller. Maar architectuur en ontwerpen boeien mij nog steeds, en de ambitie is er ook nog meer dan genoeg. De afgelopen 20 jaar heb ik met ons kantoor een heel mooi parcours kunnen afleggen en er zitten nog hele mooie en relevante projecten aan te komen. Ondertussen zijn we wel uitgegroeid tot een sterk 60-koppig team met heel competente mensen. Ik ben elke dag verbaasd hoeveel talent we in huis hebben. Vooral dat is bijzonder inspirerend. De teams aansturen en het beste uit de mensen halen… en misschien ook wel uit mezelf. Maar dat is niet aan mij om te beoordelen.

 

Faits divers 

Welke job zou u nu uitoefenen als u geen architect was? Helikopterpiloot > Yogaleraar
Waar hebt u uw architectuuropleiding gevolgd? Het Henri Van de velde instituut in Antwerpen en een postgraduaat in het Berlage instituut te Amsterdam. 
Bij wie hebt u stage gelopen?
Wat was de titel van uw eindwerk? Tour en Taxi. 
Favoriet architectuurboek: Architecture without architects van Rudofsky > nog steeds
Favoriet ander boek: Manual for spaceship earth van Buckminster Fuller > nog steeds
Favoriete film: Apocalyps Now > The Twelve (Le Ciel Foundation 2017), Human (2015)
Favoriet tv-programma: Het Journaal > Af en toe een interessante documentaire of film, maar zo weinig mogelijk tv en al helemaal geen journaal meer.
Favoriete muziek: Talking Heads > ondertussen meer allerlei wereldmuziek.
Hebt u veel vrije tijd en hoe brengt u die het liefst door? Reizen > en wandelen
Favoriete Belgische stad: Antwerpen > nog steeds
Favoriete Europese stad: Venetië, de magie van die stad, z’n water en het feit dat er geen auto’s rijden!
In welk land zou u het liefst geboren en opgegroeid zijn? Toch iets exotischer… zuidelijker of noordelijker, kon allebei. Vooral dichter bij de natuur.
Actief of passief sportbeoefenaar? Welke sport? Kijk graag naar autosport en zo nu en dan voetbal > yoga en yoga
Favoriete architectuursite? Afasia en Divisare
Favoriete andere website? Google maps