Doorzoek volledige site
10 augustus 2021

OPINIE. Klimaatadaptief en natuurinclusief ontwerpen: durf andere keuzes te maken!

Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans
Illustratie | Nanda Sluijsmans

Drastische maatregelen zijn nodig om de klimaatopwarming te beperken. Dat staat te lezen in het klimaatrapport van de Verenigde Naties dat zopas is bekendgemaakt. De wetenschappers achter het rapport spreken zelfs van een ‘code rood’ voor de mensheid. Ook met de inrichting van ons openbaar domein valt nog heel wat klimaatwinst te boeken, en de maatregelen hoeven niet eens zo drastisch te zijn. Nanda Sluijsmans, stedenbouwkundige en landschapsontwerper voor gemeenten, ontwikkelaars en woningcorporaties in Nederland, is overtuigd pleitbezorger van klimaatadaptief en natuurinclusief ontwerpen. Hier geeft ze enkele ontwerpprincipes mee voor het maken van een klimaatadaptieve en natuurinclusieve wijk.

Klimaatadaptief en natuurinclusief ontwerpen is niet complex, het gaat om andere keuzes durven te maken. Durf dezelfde ruimte anders in te richten!

De urgentie van klimaatadaptief en natuurinclusief ontwerpen is groot, de hevigheid van hoosbuien neemt toe, de zomers worden droger, we hebben te maken met bodemdaling en met afname van biodiversiteit. Klimaatadaptief en natuurinclusief ontwerpen dient daarom norm te zijn, net zoals ramen zetten in een woning.

Essentieel hierbij is dat regenwater lokaal de bodem in gaat. Niet in het riool en niet in de sloot. Samen met de aanleg van veel groen matigen we hiermee de klimaatproblematiek en geven we de natuur een flinke impuls. Tegelijkertijd maken we daarmee ook onze leefomgevingen gezonder, neemt de sociale samenhang toe en stijgt de vastgoedwaarde.

De belangrijkste ontwerpprincipes, mijns inziens, bij het maken van een klimaatadaptieve en natuurinclusief wijk, zijn de volgende:

 

1. Van autostraat naar leefstraat

Het belangrijkste ontwerpprincipe is het autoparkeren bundelen bij de hoofdingang van de buurt. Door loopafstanden van 30-50 meter te accepteren (door een woongebouw dient men ook door de gang te lopen) wint u veel ruimte voor groen. Gebundeld parkeren bij de hoofdingang kan op een  efficiënte wijze, er zijn geen rijbanen langs alle woningen nodig, geen langsparkeren dat niet efficiënt is qua ruimtegebruik…een groot aantal vierkante meters zijn zo gewonnen voor groen! Vele woonstraten worden door dit ontwerpprincipe autovrij. De straat wordt weer de plek van de mens, waar buren elkaar ontmoeten, waar kinderen kunnen spelen. De veerkracht van de buurt neemt toe, het welzijn van de bewoners en buurt wordt sociaal inclusief.

 

2. Meer groen en veel bomen

In elk woongebied dienen volop bomen te staan. De bomen geven koelte op warme dagen. Daarnaast zijn bomen belangrijk voor insecten en vogels én voor de wateropname.

De grote wortelpakketten zorgen voor een goede sponswerking van de bodem. Rondom wortels zijn altijd open ruimtes aanwezig, die bij regen gevuld worden. Daarnaast nemen bomen zelf ook veel water op.

Boomwortels trekken weer allerlei dieren aan zoals kevers, mieren en regenwormen…allemaal goede gravers. Zo ontstaan nog meer gangen in de bodem, die zich met water kunnen vullen. Een bodem zonder wortels is als een plak verharding, die neemt nauwelijks water op. Een bodem met veel wortels is daarentegen een sublieme spons! Hard nodig in veel gebieden en zoveel beter en duurzamer als kratsystemen.

Denk daarnaast in groenlagen. Dus naast het planten van bomen ook struiken en hagen, kruidengazons in plaats van grasgazons, vaste planten en klimplanten. De natuur is gebaat bij groenlagen, de ene laag biedt vooral voedsel, de ander nestgelegenheden of is belangrijk bij de bepaling van vliegroutes.

 

3. Wadi’s

Veel grasgazons kunnen tegelijkertijd wadi’s zijn. Wadi’s voorkomen dat straten blank komen te staan en ze zijn heel goed voor de biodiversiteit. Wadi’s het liefst inzaaien met kruidenmengsels in plaats van gewoon gras. Ook bomen kunnen prima op de hogere delen staan, er zijn genoeg inheemse bomen die af en toe natte tenen kunnen hebben. Bomen op kleine terpen is ook een prima oplossing. De wortels versterken het infiltratievermogen van de wadi.

 

4. Alleen verharden waar het echt nodig is

In diverse gemeenten is daarom al de regel dat alle parkeerplekken en alle inritten bestraat dienen te worden met halfverharding. Tevens worden steeds meer buurtstraten versmald met grasstenen (visuele versmalling, remt snelheid).
 

5. Alle (bijna) platte daken het liefst groen uitvoeren

Op deze wijze kan veel water worden vastgehouden. Door verdamping ontstaat verkoeling en het is ook weer goed voor de biodiversiteit. Het dak gaat bovendien langer mee, want er is geen verwering door de zon. Groene daken kunnen prima gecombineerd worden met zonnepanelen, zelf beter voor de energiewinning, omdat het dak minder heet wordt.

Zijn bovenstaande ontwerpprincipes duur? Blank staande straten, water dat de huizen binnen stroomt, groen dat steeds dood gaat, flinke bodemdalingen, lage kwaliteit verblijfsplekken, verkeersonveilige buurten, dat is pas duur. Daarom zeggen steeds meer gemeentelijke beheerafdelingen en politiek: Ga ervoor. Maak wijken klimaatbestendig en natuurinclusief en ga voor die leefstraten!

Zoekt u inspiratiefoto’s en -filmpjes? Zie mijn website

Succes met het klimaatbestendig en natuurinclusief maken van uw project!