Doorzoek volledige site
02 september 2021

OPINIE. Waarom we in de bouw lijden aan het Henry Ford-syndroom

Illustratie | Pexels

Bij elke presentatie van een nieuwe woningfabriek valt altijd wel het voorbeeld van de automobielindustrie. Zij heeft het imago van produktdenken en efficiency. We zien robots en lopende banden en verbazen ons dat ze daar in staat zijn om een complex hoogwaardig product in zo’n 30 uur te assembleren. Maar de bouw kan nooit zo functioneren als een autofabriek. Trap niet in die valkuil. Dat schrijft Klaas Droog, voorzitter van het Netwerk Conceptueel Bouwen in Nederland, in een opiniestuk dat verschenen is in Cobouw

Waarom gaat de vergelijking tussen een woningfabriek en de autofabriek niet op?

  • Het begint al met de markt. In Nederland bouwen we 70.000 huizen. Toyota alleen maakt 9 miljoen auto’s.
  • Een woning is een enorm object met een volume van ca 300 m3. Een Toyota Prius 7 m3.
  • De prijs per m3 woning ligt op ca € 1300,-, een auto kost € 5000,- per m3
  • Een woning gebruiken we dagelijks, een auto nauwelijks.
  • Een woning is een thuis, een auto niet.
  • Een woning moet voldoen aan regelgeving die wereldwijd overal anders is, een auto is vrijwel gelijk.
  • Een woning is gemaakt van hout en beton met toleranties in centimeters, de onderdelen van een auto gaan over micrometers.
  • De toeleverketen in de bouw is gefragmenteerd, groot en complex, in de automobielindustrie, door modulair denken, simpel en overzichtelijk.
  • De verhouding van de aanschaf van een woning ten opzichte van het gemiddelde jaarinkomen bedraagt een factor 10. Bij een auto is dat factor 1.

De woningbouw is een complex systeem van overheid, adviseurs, ontwikkelaars, bouwers, verkopers, gebruikers en leveranciers, de automobiel-industrie heeft een overzichtelijke structuur met leveranciers, fabrikanten en verkopers.

 

Het begrijpen van de verschillen met welke industrie dan ook, kan voorkomen dat we bij industrialiseren in de valkuil trappen van een goed idee dat eindigt in een grote teleurstelling.

De bouw kan nooit zo functioneren als een autofabriek. De auto/woning-analogie is zo volhardend omdat het krachtig is en we er veel van kunnen leren. Het wordt een barrière voor de acceptatie en het succes van geïndustrialiseerde woningen wanneer we klakkeloos gaan kopiëren hoe aantrekkelijk dat ook lijkt. Als we denken aan de automobiel-industrie krijgen we een gevoel van hoge kwaliteit tegen een lagere prijs. De claim die veel nieuwe startups neerleggen en vaak het doel is van de meeste woningfabrieken.
 

Grote aantallen

Het lijkt wel of iedereen vergeet dat de kosten voor ontwikkeling en gereedschappen alleen goed gemaakt kunnen door het produceren van grote aantallen. De automobielindustrie wordt dan vervolgens gebruikt om dit te rechtvaardigen. Maar de vergelijking gaat niet op.

De belangrijkste les hier is, dat bouwers die industrieel bouwen tot norm verheffen, voorzichtig zijn bij het volgen van andere industrieën, in het bijzonder een vorm van industriële fabricage die mogelijk al is achterhaald. Domweg kopiëren gaat leiden tot mislukking leert het verleden.
 

Henry Ford

Toen Henry Ford zijn eerste lopende band opende was er keuze uit één model en één kleur. De prijzen waren aanvankelijk hoog om de kosten voor ontwikkeling, gereedschappen en de buitenproportionele overhead terug te verdienen terwijl de aantallen langzaam stegen.

De auto van Henry Ford was uniek en hij begon als monopolist. De aantallen stegen tot niveaus waarbij de kostprijs aanzienlijk kon worden gereduceerd. Dat vervolgens weer leidde tot hogere verkopen. Het meest recente voorbeeld hiervan is Tesla.

In de woningbouw produceren we geen unieke producten. De woningfabrieken moeten concurreren met de huidige  “traditionele” markt die er al sinds mensenheugenis is. De groei die Henry Ford doormaakte zullen de woningfabrieken in die omvang nooit kunnen realiseren waardoor de kritieke hoeveelheden niet bereikt zullen worden. In het artikel “sluit die woningfabrieken” heb ik dit verder uiteengezet met als beste voorbeeld Katerra.

 

Japan

Vanaf 1945 kennen we al het fenomeen woningfabriek. Veel woningfabrieken kijken tegenwoordig jaloers naar Japan als de meest geavanceerde woningbouwsector in de wereld. De Japanse industrie is inderdaad verfijnd en een handvol Japanse bedrijven heeft iets vergelijkbaars bereikt zoals de automobielindustrie in zowel schaal als techniek. Sekisui House heeft een fabriek die bijna volledig is geautomatiseerd. Een fabriek vol met robots die snijden, sorteren, lassen en stapelen. Het ziet er fantastisch uit maar de opbouw van de woningen, de manier van aanschaffen en de levensduur zijn specifiek voor Japan en daardoor niet toepasbaar op Nederland.
 

Welke zeven specifieke lessen kunnen we nu meenemen uit deze lange historie?

  1. Veel fabrieken zijn gestrand door te weinig kennis van de markt. Elk segment in de woningbouw vraagt om een bepaalde flexibiliteit. Het in beeld brengen van de gevraagde variaties en de keuzes die je daarin maakt bepalen het adaptief vermogen van je product/productielijn en daardoor de hoogte van je afzet.
  2. De aantallen moeten in gestaag tempo stijgen zodat de kostprijs ook daadwerkelijk gaat dalen en je daardoor de afzet een boost kunt geven.
  3. Blijven de aantallen achter dan heeft dat meteen effect op je kostprijs. 10 tot 30% hogere kostprijs ten opzichte van traditioneel bouwen is dan geen uitzondering.
  4. Een woning die in massa gemaakt moet worden vraagt een hoge aanvangsinvestering in R&D en dus een hoge vaste afschrijvingswaarde op je woning.
  5. Indien je kiest voor een gesloten systeem met een eigen standaard, in hoeverre zijn je leveranciers dan in staat om de ontwikkelde producten ook te verkopen in de traditionele woningbouw?
  6. Er zijn enorme overheadkosten nodig voor productie en voorbereiding.
  7. De woning moet uniek zijn ten opzichte van de traditionele bouw en haar variaties.


Complex samenspel

Een woningfabriek is dus allesbehalve een technisch geavanceerd product met geavanceerde productielijnen. Het is een complex samenspel om de totale kolom van ontwikkelaars, adviseurs, bouwers aan de klantzijde en ruwe materialen, distributeurs, groothandel en fabrikanten aan de toeleverzijde te integreren. In die zin hebben meerdere huidige bouwers al kenmerken van de geïndustrialiseerde woningbouw van toekomst.

De oplossing voor betere producten tegen een lagere prijs ligt dan ook in een langzaam evolutionair proces en niet in een enkele meesterzet van een briljante geest met de naam Henry Ford.