Doorzoek volledige site
07 september 2021 | ANKE HENROTTE

POOT architectuur en Schenk Hattori introduceren huiselijke zelfstandigheid in inclusieve buurten rond Sint-Niklaas

Illustratie | POOT architectuur + Schenk Hattori Architecture Atelier
Illustratie | POOT architectuur + Schenk Hattori Architecture Atelier
Illustratie | POOT architectuur + Schenk Hattori Architecture Atelier
Illustratie | POOT architectuur + Schenk Hattori Architecture Atelier
Illustratie | POOT architectuur + Schenk Hattori Architecture Atelier
Illustratie | POOT architectuur + Schenk Hattori Architecture Atelier
Illustratie | POOT architectuur + Schenk Hattori Architecture Atelier
Illustratie | POOT architectuur + Schenk Hattori Architecture Atelier

Samen met het Japans-Belgische architectenbureau Schenk Hattori Architecture Atelier won POOT architectuur dit jaar de wedstrijd van Vesta vzw om drie buurten voor mensen met een beperking te ontwerpen, twee in Sint-Niklaas en één in Stekene. Het ontwerp belooft inclusieve en makkelijk aanpasbare woningen met een huiselijke sfeer en een hoge mate van zelfstandigheid voor de andersvalide bewoners. “Vesta is een project waar ik enorm naar uitkijk, net omdat het zo maatschappelijk relevant is”, klinkt het bij zaakvoerster Sarah Poot.

De drie sites die de Antwerpse architectenbureaus zullen gaan vormgeven, zijn erg verschillend. “Een site ligt volledig ingesloten in het centrum van Sint-Niklaas, terwijl een andere zich net buiten de stad situeert. In Stekene ligt de site zelfs aan de kerktoren van het dorp”, vertelt Sarah Poot, zaakvoerster van POOT architectuur. Omdat Vesta vzw momenteel twee van deze locaties in gebruik heeft, zullen de bestaande gebouwen daar afgebroken en heropgebouwd worden. De derde site is momenteel nog een leeg perceel dus daar gaat het om nieuwbouw.

 

Flexibel grid

Omdat opdrachtgever Vesta vzw graag eenzelfde systeem in de drie buurten wilde zien terugkomen, ontwierp POOT architectuur iedere site volgens hetzelfde grid. “Die structuur kunnen we aanpassen naargelang de mensen die er zullen gaan wonen. We kunnen de buurt echt gaan kneden op maat van het individu”, legt Poot uit.

Om de woningen zo goed mogelijk op hun bewoners af te stemmen, zullen de architecten participatief te werk gaan. Dat zal gebeuren op basis van gesprekken met onder meer de bewoners en hun ouders, het zorgpersoneel en buurtbewoners. “Als corona het toelaat, gaan we bovendien één week op de reeds actieve sites wonen. De manier waarop die mensen leven en verzorgd worden is immers erg specifiek”, aldus Poot.

Interessant hieraan is dat de zoektocht van het individu de architectuur bepaalt, en dat van daaruit een bepaalde verschijningsvorm voor het gebouw ontstaat. De ruitvormige figuur is veelzijdig door zijn enerzijds simpele logica, als van een vierkant of rechthoek, en door zijn anderzijds verschillende afstanden binnenin. Zo ontstaan spontane relaties tussen verschillende plekken en wordt het systeem vertaald in een gevel die om de zes meter verspringt en zo alludeert met de maat van het dorp. Plots ontstaat iets dat op verschillende wijze kan worden gelezen. Het gebouw is zowel één huis met zijn eigen logica en principes, maar verschijnt tegelijk als een reeks rijwoningen. Een aaneengeschakeld fragment dat zowel in het dorp als in het landschap kan staan, zoals zovelen in Vlaanderen.


Huiselijkheid troef

Het uitgangspunt is om de bewoners in de eerste plaats een goede thuisplek te geven. “We willen geen zorginstituten bouwen, maar wel woonbuurten met gebouwen op schaal van een groot gezin. Waar het individu even belangrijk is als het collectieve”, aldus Sarah Poot.

Iedere buurt zal opgebouwd worden rond meerdere clusters. “Elke cluster telt een achttal  bewoners. Daar hebben ze een gemeenschappelijke leefruimte en keuken, maar ook hun persoonlijke ruimte, slaapkamer en badkamer”, legt Poot uit. Om de individualiteit van de bewoners nog meer te vrijwaren, kreeg iedere woning eveneens een eigen voordeur in de tuin opdat ze niet in een gemeenschappelijke hal binnenkomen. “We hebben in het ontwerp sterk ingezet op huiselijkheid. Daarom zien geen twee kamers er hetzelfde uit. De hoekjes en kantjes zorgen voor een knusse sfeer”, vertelt Sarah Poot.

Ondanks de aanwezigheid van een verdieping liggen de woningen in elke cluster voornamelijk op het gelijkvloers. Dat was vooral een praktische keuze. “Veel bewoners zitten in een rolstoel of zijn niet meer mobiel. Voor hun verzorging is het heel moeilijk als ze telkens de lift naar beneden moeten nemen”, verduidelijkt Poot. “De bewoners die nog voldoende mobiel zijn, zitten wél op de verdieping. Ook appartementen voor mensen die eventueel met hen samenwonen en een aantal kantoren zijn daar gelegen.”

 

In verbinding met de omgeving

Ook aan de buitenruimte werd veel aandacht besteed want daar wordt ontmoeting tussen de bewoners gestimuleerd. “In die open ruimte maken we ook de verbinding met de bredere omgeving. Het terrein in Stekene zal in dat kader bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke ruimtes en tuinen openstellen voor buurtbewoners. Anderzijds zoeken de gebouwen qua verschijningsvorm ook aanknoping bij fragmenten uit het straatbeeld. Dit vertaalt zich in een reeks dorpse huisjes in een eigenzinnig geheel die zich qua schaal aan eender welke context kunnen aanpassen”, aldus Sarah Poot.
 


Techniekvrij

Op vlak van technieken zullen POOT architectuur en Schenk Hattori de handen in elkaar slaan met een bureau uit Oostenrijk. “We vertrekken van het idee van een techniekloos gebouw, in de mate van het mogelijke. Het bureau waar we mee samenwerken heeft ervaring met projecten waarbij bijvoorbeeld geen verwarming is geïnstalleerd”, besluit Poot.  

Het wedstrijdontwerp zal nu eerst in samenwerking met Vesta vzw verder uitgewerkt worden, om dan tot de vergunningsaanvraag te kunnen over gaan.

 

GERELATEERDE DOSSIERS