Doorzoek volledige site
12 oktober 2021 | MICHEL CHARLIER

Infrabel Academy op de rails gezet (Atelier Kempe Thill + Canevas)

Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN

Infrabel Academy, waarvan de bouw gestart is in januari 2018, kan vanaf nu zijn leerlingen ontvangen. Het basisidee achter de academie en het nieuwe gebouw was het dichten van de kloof in het conventionele onderwijssysteem, waar geen technische opleiding voor de spoorwegberoepen bestaat. Dit is dus de eerste echte "spoorwegschool", die tot doel heeft de opleiding binnen het bedrijf te uniformiseren. De kracht van het programma is dat het een breed scala van praktische en theoretische opleidingen combineert. Er zijn uitgestrekte leerruimte buiten voorzien om levenechte omstandigheden zoveel mogelijk na te bootsen. Het ontwerp is het resultaat van een samenwerking tussen Atelier Kempe Thill en het Luikse bureau Canevas

Het nieuwe gebouw van de Belgische spoorwegbeheerder Infrabel wil de crisis in de manuele beroepen tegengaan door de aantrekkingskracht ervan voor de jongere generatie aanzienlijk te vergroten. Architectuur speelt hierbij een sleutelrol. Doorslaggevende criteria daarbij zijn een flexibele en aanpasbare typologische organisatie, aantrekkelijke ruimten die een eigen identiteit creëren en contacten stimuleren, en veel transparantie en visuele relaties zowel binnen als buiten. Bovendien maakt het gebouw de uitwisseling van ideeën met andere opleidingscentra mogelijk, door het organiseren van congressen en conferenties. Delen van het centrum kunnen ook door derden worden gehuurd om hun eigen evenementen te houden.

 

Een ongedwongen metropool

De stad Brussel is een van die steden in Europa waar langs de spoorlijnen nog grote stukken industrieel braakland te vinden zijn. Dat maakt dat grootschalige stadsontwikkeling mogelijk is in het centrum, met betaalbare huisvesting als basis. De stadsplanning, grotendeels gestimuleerd door het team van Kristiaan Borret, de huidige stadsbouwmeester, probeert proactief op deze situatie in te spelen om van Brussel een toonbeeld te maken van een eigentijdse mix van een residentiële en productieve stad. De industriële productie die Brussel nog kent, tracht men zoveel mogelijk te behouden en ontwikkelen. Deze functie wordt gecombineerd met gemengde zones van woningen en openbare ruimten.

Het station Brussel-West in Sint-Jans-Molenbeek is er één van. Op deze plaats is langs de spoorweg een grootschalige ontwikkeling van een gemengd gebied gepland. De ontwikkeling ervan start met de nieuwe Infrabel Academy, ontworpen parallel met de sporen van het station Brussel-West, zoals de andere industriële hallen die in de onmiddellijke omgeving zijn overgebleven. De locatie, omgeven door karaktervolle sociale woningen uit de jaren 60, leent zich uitstekend voor de bouw van een opleidingscentrum, inclusief uitgebreide buitenfaciliteiten, bovenleidingen, spoorsecties en seinstelsels. De directe verbinding met het station is ook een belangrijk voordeel. Alle werknemers kunnen met de trein komen, waardoor parkeerplaatsen overbodig worden. Tegelijkertijd zal direct voor het nieuwe gebouw een openbaar park worden aangelegd en zal een voetgangersbrug de zones aan weerszijden van de sporen met elkaar verbinden.
 

Een technisch complexe locatie

De grote technische uitdaging is dat men er niet omheen kan direct bovenop de metrolijn te bouwen die daar onder de grond loopt. Dit heeft verschillende drastische gevolgen. De meest optimale strategie bestaat erin het nieuwe gebouw direct te laten aansluiten op de buitenmuren van de metrotunnel, die dan als externe draagstructuur dienen. Tussen de sporen in de tunnel zelf werden twee parallelle rijen kolommen aangebracht. Deze moesten 's nachts worden opgetrokken wanneer de metro niet in bedrijf was. De ligger van de vereiste betonnen overgangsconstructie is ongeveer 1,3 m hoog. Dit betekent een aanzienlijk grotere last op de funderingen, maar ook een noodzakelijke aanpassing van het maaiveld. In de richting van het perron draait het hoogteprobleem positief uit, waardoor een directe verbinding op maaiveldniveau met de toegangen tot de nieuwbouw mogelijk wordt. De situatie is anders langs de Dubois Thornstraat. Het maaiveld ligt daar ongeveer 1,5 m hoger, waardoor verschillende bestaande aangrenzende gebouwen aan de nieuwe situatie moeten worden aangepast.

Het nieuwe gebouw moet ook relatief licht zijn om de dimensionering van de constructie tot een minimum te beperken. Het is in alle facetten geoptimaliseerd en 90% ervan is ontworpen als geprefabriceerde elementen om de bouw snel te kunnen voltooien. Door de nabijheid van de metro en de spoorlijn zijn de eisen voor bescherming tegen trillingen en lawaai op de bouwplaats ook zeer hoog.


Twee ingangen, drie atria

De opleiding die in de nieuwe Infrabel Academy wordt gegeven, is opgedeeld in een theoretisch en een praktisch gedeelte. Hoewel deze twee functies gescheiden ingangen hebben, is er de wens om een sterke gemeenschappelijke identiteit te creëren. Daarom is het ontwerp gebaseerd op de passage in het gebouw die de Dubois Thornstraat verbindt met het perron. Er zijn twee ingangen, de ene leidt naar het theoriegedeelte, de andere aan de overzijde geeft toegang tot het de praktijkopleiding.  

De praktijkopleidingszone bevindt zich op de begane grond en staat in directe verbinding met de buitenfaciliteiten. Het theoriegedeelte begint aan de andere kant van het gelijkvloers en beslaat ook de gehele bovenverdieping. Door zijn lengte is het gebouw gestructureerd met behulp van drie atria, die als collectieve ruimten het gebouw over de gehele lengte identiteit en ruimtelijke afwisseling bieden. Een atrium markeert de ingang van het theoriegedeelte, een tweede van het praktijkgedeelte. Een derde atrium schept een visuele verbinding tussen de praktijkopleidingswerkplaatsen en de theorielokalen. Alle drie de atria krijgen daglicht via royale sheddaken.

De organisatie van technische ruimten, lift- en kabelkokers laten een doorzicht toe van in de grote hal tot aan de buitengrenzen van het gebouw, in beide delen in de lengterichting. Ook in de dwarsrichting maakt grootschalige beglazing een doorkijk mogelijk doorheen het hele gebouw. Binnen worden de kleuren en materialen gekenmerkt door licht en een vriendelijke sfeer. Zichtbeton wordt gecombineerd met witgekalkte betonnen muren, witte verlaagde plafonds en uitgebreide beglazing. Akoestische gordijnen zorgen voor privacy in de klaslokalen.

 

Een industriële hal met sheddaken

Voor het ontwerp van de gevel moet het ontwerp voldoen aan de passiefhuisstandaarden die voor alle nieuwe gebouwen gelden, en met de relatief smalle afmetingen van het gevelraster (1,5 m). Om het interieur tegen de zon te beschermen, werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om te werken met vaste verticale aluminium lamellen in combinatie met textielschermen. Dit creëert een zekere spanning tussen het exterieur en het interieur, aangezien de lamellen van een afstand gesloten lijken en de gevel in een zilverkleurig vlak veranderen, terwijl het gebouw van binnenuit een indruk van transparantie en openheid geeft. Het zilvergrijze natuurlijk geanodiseerde aluminium verwijst naar het industriële karakter van de omgeving. De gevel zorgt voor een grote variatie door de reflecties en schaduwen van de lamellen, afhankelijk van waar je vandaan kijkt. Dit creëert een dynamische perceptie die aansluit bij de voorbijrijdende treinen.

De homogeniteit van de gevel wordt alleen onderbroken door de binnendoorgang, aan beide zijden versterkt door vitrine-achtige vaste beglazing die de hoofdingang duidelijk markeert. De gesloten delen van de gevel zijn bekleed met golfplaten. De beplating is fijn geribbeld en sluit zo aan bij de zonweringslamellen. Ventilatieroosters zijn door plaatselijke perforaties subtiel in de golfplaten geïntegreerd. De belettering van het gebouw "Infrabel Academy" is op dezelfde manier uitgevoerd en gecombineerd met tegenlicht, waardoor ze in het donker sterk opvalt. Het dak, dat goed zichtbaar is vanuit de omliggende hogere gebouwen, is ontworpen als een vijfde gevel. Daarom zijn de noodzakelijke technische ruimten gelijktijdig met de sheddaken van de atria ontworpen. Hierdoor ontstaat een grote zolder, zeer gevarieerd en ritmisch in zijn volume. De sheddaken zorgen voor een uniforme, bijna werkplaatsachtige lichtinval en een verwijzing naar het industriële karakter van de wijk en het spoorwegterrein. Het platte deel van het dak is begroeid en geeft het gebouw een zachte en natuurlijke uitstraling.

De Infrabel Academy is een compact prototype dat leren en werken combineert in een dense stedelijke omgeving. Het geanodiseerde aluminium, de grote ritmisch gerangschikte lamellen en de sheddaken creëren een industriële look en een spirituele band met het spoor en de dynamiek van beweging. Dit alles draagt in belangrijke mate bij tot de vorming van een identiteit voor het spoorwegbedrijf. De binnenruimtes bieden een verrassende openheid en rijke ruimtelijke referenties die uitwisseling en ontmoeting maximaal stimuleren.