Doorzoek volledige site
28 oktober 2021 | LIESBETH VERHULST

Eva Pfannes (OOZE): ‘Het is aan ons architecten om de verbeelding van nieuwe toekomstmodellen mogelijk te maken’

Illustratie | Milène Senden

Een katalysator zijn voor verandering. Dat is de ambitie van OOZE, de praktijk die Eva Pfannes samen met Sylvain Hartenberg oprichtte in Rotterdam in 2003.  Die verandering wil OOZE bereiken door innovatieve projecten te ontwikkelen die een oplossing bieden voor de complexe noden van vandaag en zo alternatieve toekomstscenario’s exploreren. Tijdens haar keynote lezing op het Colloquium van het Festival van de architectuur toonde Eva Pfannes aan hoe OOZE met tijdelijke kunstprojecten enerzijds en grootschalige stadsprojecten anderzijds deze ambitie omzet in de praktijk, van in Rotterdam tot in het Indiase Chennai.  

Het Festival van de architectuur stond dit jaar in het teken van ‘In transit’, een thema dat nauwelijks actueler kon zijn gezien de vele uitdagingen waar we vandaag als maatschappij mee te kampen krijgen. Iedereen voelt aan dat onze samenleving zich in fase van ‘transit’ bevindt. Maar een transit naar wat, dat is vooralsnog onduidelijk.

Architecten hebben een belangrijke rol te vervullen in het vinden van de antwoorden op de uitdagingen van vandaag, althans als het van Eva Pfannes afhangt. “We bevinden ons vandaag in een situatie van grote destabilisatie, waarbij we met crisissen geconfronteerd worden die niet los van elkaar kunnen gezien worden: polarisatie, fake news, steden die niet langer functioneren, de pandemie, de klimaatcrisis,... We hebben de kracht van de klimaatverandering afgelopen zomer aan den lijve ondervonden in onder meer Duitsland, Turkije en ook hier in België. Het is duidelijk dat ‘business as usual’ niet meer volstaat, maar de crisis is zo groot dat we niet weten waar te beginnen, niet als individuen, niet als bewoners van deze aarde, maar ook niet als architecten”, trapte Eva Pfannes met een duidelijke boodschap het Colloquium op gang.

Toch hebben architecten een tool in handen om de complexe uitdagingen waar we vandaag mee geconfronteerd worden aan te gaan, met name de gebouwde omgeving. “En aangezien steeds meer mensen in de steden wonen en zullen gaan wonen, is de gebouwde omgeving precies in die steden enorm belangrijk, stelt Pfannes: “Bij OOZE gebruiken we architectuur als tool om de complexe processen in de natuur beter te begrijpen en zo tot oplossingen te komen om de natuurlijke bronnen in onze steden beter te gaan benutten en minder te verspillen. Architectuur is daarnaast ook een krachtig communicatiemiddel. Het is aan ons om de verbeelding van nieuwe toekomstmodellen mogelijk te maken.”


Stedelijke prototypes

OOZE doet dit door stedelijke prototypes te ontwikkelen, vaak in de vorm van tijdelijke kunstinstallaties,  om van daaruit zoveel mogelijk te leren voor het ontwikkelen van stedelijke strategieën die de problemen aanpakken op de lange termijn.

Een voorbeeld van zo’n prototype is ‘Between the waters’, een kleinschalig watertoevoersysteem gebouwd op een eiland tussen de Emscher, de meest vervuilde rivier van Duitsland, en het Rijn-Herne kanaal. “We speelden in op de tegenstelling tussen proper en vervuild water door een watertoevoersysteem op het eiland te bouwen dat alleen werkt met water afkomstig uit de directe omgeving. Het systeem bestaat uit twee toiletten, een pomp die water oppompt van de vervuilde rivier naar een septische put, een dak dat regenwater recupereert, waterreservoirs en een fontein met drinkbaar water waarmee we ook de lokale moestuin irrigeren. Deze installatie toont op een heel expliciete manier aan hoe we onze natuurlijke habitat kunnen herstellen en opnieuw toeëigenen.”  

Nog concreter werd het in Londen waar OOZE onder de noemer ‘Of Soil and Water’ de eerste publieke zwemvijver zonder chemicaliën in het Verenigd Koninkrijk aanlegde op wat toen de grootste bouwwerf van de stad was, vlakbij King’s Cross. “Ook hier wilden we de verbeelding aanwakkeren over wat er op de site mogelijk was. We hebben er onder meer ook tachtig plantensoorten geïntroduceerd die normaliter alleen buiten de stad groeien”, vertelt Pfannes. “De zwemvijver groeide al snel uit tot een oase van rust voor de lokale bewoners. Zozeer zelfs dat er een protestbeweging ontstond tegen het verdwijnen ervan, wat uiteindelijk ook gebeurde.” Het aspect van verbeelding gaat ook op voor Source de Friche in Brussel, waar OOZE niets meer dan een kraantje met drinkbaar water (en een grotendeels onzichtbaar waterzuiveringssysteem) toevoegde aan een moeraslandschap dat vervuild is geraakt door de industrie. “Dit project toont op een heel tastbare manier aan hoe moerasgebied tot stedelijke woestenij kan evolueren, en terug waterrijk gebied kan worden”, aldus Eva Pfannes.


Natuurlijke oplossingen

Uit al deze tijdelijke installaties tracht OOZE zoveel mogelijk kennis te vergaren om stedelijke strategieën gericht op de lange termijn te ontwikkelen. Om onze steden toekomstbestendig te maken, komt het er volgens Pfannes vooral op aan om op de natuur gebaseerde oplossingen opnieuw te integreren. “Onze steden zijn altijd gebouwd om ons te beschermen tegen invloeden van buitenaf, terwijl ze tezelfdertijd wel sterk afhankelijk zijn van het hinterland”, legt Pfannes uit. “Onze steden zijn zo dichtbevolkt geworden dat veel natuurlijke voorzieningen zich nu buiten de stad bevinden. Ik vergelijk het graag met organen die zich buiten ons lichaam bevinden, waardoor het veel meer energie kost om alle benodigdheden tot in ons lichaam te krijgen. Uitbesteedde organen kunnen zelfs gekocht worden door investeerders uit Rusland of China waardoor de toevoer afgesneden wordt. De vraag is hoe we op zijn minst sommige van die organen terug in de stad kunnen integreren.”

 

City of a 1.000 tanks

Eva Pfannes had het tijdens haar lezing over LEAP in Rotterdam en Future Island in Zweden, maar het meest inspirerende project vonden wij ‘City of a 1.000 tanks’ waarmee OOZE het probleem van waterschaarste in de Indiase stad Chennai tracht op te lossen door de stad opnieuw als een natuurlijke spons te laten fungeren. “Chennai is een stad van 10 miljoen inwoners die zeer hard getroffen wordt door de klimaatverandering”, vertelt Pfannes. “De moessonregens en droogteperiodes worden steeds extremer met overstromingen en nijpende watertekorten tot gevolg. En dat terwijl Chennai vroeger als een natuurlijke spons fungeerde met haar zanderige bodem. Door de razendsnelle verstedelijking kan 2/3 van het grondgebied vandaag echter geen water meer absorberen. Daar komt nog bij dat de meeste historische waterreservoirs die in het verleden regenwater verzamelden tijdens de moessonregens, niet meer in gebruik zijn. Tijdens de laatste droogtecrisis bereikte Chennai een absoluut dieptepunt en moest er zelfs water met treinen naar de stad gevoerd worden. Wij hebben ons de vraag gesteld hoe we van een situatie van schaarste naar een situatie van overvloed kunnen gaan.”

De oplossing is eenvoudig: het water halen bij de bron. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat het water dat tijdens de moessonregens op Chennai valt, volstaat voor de watervoorziening van de gehele stad. Samen met haar projectpartners waaronder hydrologen, culturele spelers, activisten en de lokale universiteit ontwikkelde OOZE een holistische aanpak gebaseerd op de recuperatie van regenwater en de zuivering van afvalwater door middel van op de natuur gebaseerde oplossingen, om zo de ondergrondse watervoerende laag weer op te laden en de grondwaterreserves aan te vullen. Bij de maatregelen hoort onder meer het terug functioneel maken van 53 historische waterreservoirs, net als de introductie van groendaken en dynamische waterlandschappen die kunnen overstromen tijdens de moesson en het water teruggeven aan de stad bij droogte.
De strategie is uitgerold over enkele pilootprojecten, waarbij OOZE ook de wijken en scholen is ingetrokken om de lokale bewoners actief te betrekken. Het leidde tot de eerste ‘wateralliantie’ van Chennai waarbij ook de lokale overheden en financiële instellingen zijn betrokken en die de holistische strategie de komende tien jaar over de gehele stad moeten uitrollen.  

Een aanpak waar we ook in ons land nog iets van kunnen leren.