Doorzoek volledige site
04 november 2021

OPINIE. Sven Augusteyns: Kan de architect het landschap redden?

Illustratie | OMGEVING

Waar bouwen we? Voor Sven Augusteyns, architect-stedenbouwkundige bij OMGEVING, is dat dé vraag die architecten zich moeten stellen en waarmee we een belangrijke stap richting klimaatneutraliteit zetten. Wie meer wil weten over zijn visie kan onze podcast 'Dé 10 maatregelen voor klimaatneutraliteit' herbeluisteren, die we vorige week publiceerden naar aanleiding van de klimaattop in Glasgow. Augusteyns roept in onderstaand opiniestuk alvast op om "de ruimteverslindende trend te breken en ons landschap te herstellen."

De wereld staat voor een ongeziene transitie naar koolstofneutraliteit. De mooie woorden van het akkoord in Parijs in 2015 hebben helaas nog geen CO2-uitstootverlaging gerealiseerd. Aan de vooravond van de COP in Glasgow raakt zelfs de Britse Queen haar geduld kwijt: “It is very irritating when they talk but don’t do.” We moeten nu reageren. Zelfs als de politici op de klimaattop in Glasgow er niet uit geraken, is de rol voor de architect en bouwsector al duidelijk in het vormgeven van de klimaattransitie. We wachten als sector nog te veel op subsidiemechanismen voor massale energierenovaties, de komst van een slimme kilometerheffing of een realistische vergoeding van de bouwshift. We kunnen Vlaanderen vandaag al op het pad naar CO2-neutraliteit zetten door één simpele vraag te stellen. Waar bouwen we?

Door deze vraag kritisch te beantwoorden kunnen we al een belangrijke klimaatmaatregel uitvoeren: de bescherming en de versterking van ons landschap.

De land- en oceaansystemen vangen namelijk 55% van onze wereldwijde CO2-uitstoot op. Zonder de natuurlijke koolstofopslag van het landschap zou onze planeet reeds onbewoonbaar zijn. Zo vangt een bos, net als een permanent grasland, 80 kiloton CO2 per hectare op. Welke technologie doet beter?

 

"We moeten de ruimteverslindende trend breken en ons landschap herstellen. Daarvoor hoeven we niet eindeloos te wachten op een krachtdadiger ruimtelijk beleid en een effectieve betonstop. Vandaag kunnen architecten en de bouwsector al een verschil maken door zelf kritisch af te wegen welke projecten net wel of niet worden aangenomen."

 

Toch wordt deze natuurlijke bondgenoot in Vlaanderen dagelijks bedreigd. Het aandeel lintbebouwing en verspreidde bebouwing blijft het laatste decennium stevig groeien. In 2018 verdween per dag 7 ha open ruimte of 14 voetbalvelden, onder een laagverharding. 16% van ons landschap is daardoor ondoordringbaar, hiermee staan we aan de Europese top.

De hoge verhardingsgraad zorgt dat 60% van ons zoetwater naar zee stroomt of verdampt zonder te infiltreren in de grondwaterlagen. Zet daarbij dat ons watergebruik het hoogste is in Europa en we kennen dezelfde waterstress als Italië. Ons land droogt uit waardoor bij langdurige droogte zelfs het landschap CO2 uitstoot. Ook woningen zijn hier de dupe van, met kleilagen die inklinken en scheuren veroorzaken in gevels.

De mechanismen achter droogte zorgen immers ook voor overstromingen. De versnelde afvoer van regenwater zorgt voor een verdubbeling van de overstromingspeilen in het hoog klimaatscenario. Dat dit scenario ons vandaag al kan treffen, tonen de overstromingen in de Ardennen aan. Als een waterbom op Vlaanderen zou vallen kost ons dit 2 miljard euro en tussen 50.000 à 100.000 slachtoffers. Onze landschap is ziek en kan de effecten van stormen niet meer milderen. 

Het is cruciaal dat op heel wat plaatsen de samenhang van de open ruimte wordt hersteld door het actief terugdringen van de verharding van de bodem. Hierdoor kan deze haar ecosysteemfuncties opnieuw vervullen. Door natuurgebieden en ecologisch waardevolle landschappen met elkaar te verbinden houden we de koolstofkringloop van ecosystemen in gang.
 

Trend breken, natuurpositief bouwen

We moeten de ruimteverslindende trend breken en ons landschap herstellen. Daarvoor hoeven we niet eindeloos te wachten op een krachtdadiger ruimtelijk beleid en een effectieve betonstop. Vandaag kunnen architecten en de bouwsector al een verschil maken door zelf kritisch af te wegen welke projecten net wel of niet worden aangenomen. Daarbij moeten we klimaatbewuste keuzes maken zoals de locatie waar we bouwen. Hierbij is niet bouwen op waterrijke of droogtegevoelige gronden de eerste stap. Het mantra: “Als wij het project niet doen, is het nog slechter.” is daarbij geen verzachtende omstandigheid. Bouwen op greenfields is geen goede bouwpraktijk.

Want wie wil de toekomstige generaties opzadelen met een gebouw dat door inklinking zal scheuren? Wie wil bouwen op gronden die volgens de modellen sowieso zullen overstromen? Wie wil onze landschappelijke bondgenoot nog meer innemen? Met de kennis waarover we vandaag beschikken kunnen we niet anders dan bewust handelen en de ruimte-inname beperken tot de goedgelegen kernen.

Deze natuurpositieve blik is een uitnodiging om te komen tot een nieuwe ontwerphouding die is doorspekt van klimaatoptimisme. De architect als redder van het landschap en het klimaat. Zo tonen we de toekomstige generaties hoe wij deel zijn van de oplossing.