Doorzoek volledige site
09 december 2021 | LIESBETH VERHULST

Kritiek op verloop ontwerpwedstrijd Kunsthumaniora Hasselt: “Goede architectuur moet eerlijk vergoed worden”

Illustratie | Luca Beel

Zopas werd het ontwerp voor de nieuwbouw van de Provinciale Kunsthumaniora Hasselt bekendgemaakt. Het winnende project werd gekozen na een ontwerpwedstrijd georganiseerd door de Provincie Limburg, die niet helemaal is verlopen zoals het hoort. Zo waren alvast een deel van de kandidaten in de veronderstelling dat ze het in de tweede en laatste fase van de wedstrijd opnamen tegen een viertal bureaus, terwijl in werkelijkheid vijftien bureaus een ontwerpvoorstel hebben ingediend in deze beslissende ronde. 

“Als we dat hadden geweten, hadden we allicht niet deelgenomen”, klinkt het unisono bij zowel dmvA als VIVA Architecture. “Tussen het indienen van de offerte en de jury is er bovendien ook nog een bijkomende informatie gekomen, waardoor alle deelnemende teams de presentatie moesten aanpassen. Deze informatie is nadien nog gewijzigd”, vertelt Sylvie Bruyninckx van VIVA Architecture.

De Provincie Limburg bevestigt in een schriftelijke reactie aan onze redactie dat de ontwerpopdracht - aanbesteed via een mededingingsprocedure met onderhandeling –in twee fasen is verlopen, met name een selectie- en gunningsfase, waarbij 20 van de in totaal 22 kandidaten aan de voorwaarden voldeden en werden uitgenodigd voor de gunningsfase. 15 kandidaten dienden daarbij effectief een offerte in.

Ook is er tot tweemaal toe om een herziening van de ingediende dossiers gevraagd. In de (eerste) gunningsfase was er onduidelijkheid omtrent de eigendomssituatie van de site, wat gevolgen had voor de voor werfinrichting voorgesteld door de kandidaten. “Hoewel de kandidaten hadden kunnen navragen bij het kadaster wat de eigendomssituatie was van dit stuk terrein, moesten wij dit toch beschouwen als een hiaat in het bestek”, klinkt het.  Daardoor werd de opdracht stopgezet om het bestek te vervolledigen, waarna alle geselecteerde kandidaten zijn uitgenodigd om hun offerte opnieuw in te dienen. Op basis van de vooropgestelde criteria en de presentaties van de kandidaten, heeft de jury daaropvolgend een rangschikking opgesteld.

 

“We zijn ervan overtuigd dat wanneer er minder teams, die een betere vergoeding krijgen, gekozen worden, de output voor de bouwheer veel interessanter wordt. Uiteraard dienen we zelf als architecten te stoppen om tegen dit soort lage vergoedingen te werken", aldus Sylvie Bruyninckx. 


Tijdens de stand-still periode diende één van de kandidaten een klacht in bij de Raad van State omwille van een onduidelijkheid omtrent het verplaatsen van de containerklassen. Na een arrest van de Raad van State werd de gunningsbeslissing ingetrokken en werden alle 20 geselecteerde kandidaten opnieuw uitgenodigd om nieuwe offertes in te dienen. Slechts vijf kandidaten dienden een (gedeeltelijk aangepaste) offerte in, waarna opnieuw een presentatie voor de jury plaatsvond en een rangschikking is opgemaakt, die ongewijzigd bleef ten opzichte van de eerste selectie.

“De Raad van State oordeelde dat het bestek een onduidelijkheid bevatte met betrekking tot het verplaatsen van de containerklassen, maar dus niet dat de als winnaar aangeduide offerte onregelmatig was. Dit oordeel had bijgevolg geen invloed op de rangschikking van de kandidaten, die m.a.w. dezelfde bleef. Een verdere verduidelijking was hierdoor noodzakelijk. Daarom werd beslist om alle kandidaten die door de selectieronde waren geraakt eenzelfde kans te geven”, legt de Provincie uit.
 

Nood aan correcte vergoeding

Het verloop van de ontwerpopdracht stootte in elk geval menig kandidaat-ontwerper tegen de borst.  “Het kan niet dat een provincie architecten op deze manier laat werken. Er was een vergoeding van 3.000 euro voorzien per kantoor bij het behalen van minimum 40 % van de punten, dat is toch te gek voor woorden. Selecteer dan drie tot vijf bureaus en geef ze een correcte vergoeding”, zegt David Driesen van dmvA. “Het probleem is dat de vraag altijd ogenschijnlijk beperkt is en opdrachtgevers dan weergeven dat architecten te ver gaan in de uitwerking ervan. Maar dat is niet correct. Door de puntzetting is er zeer veel subjectieve benadering mogelijk. Projecten kunnen zo zeer gestuurd worden. Het gaat niet meer om de architectuur an sich maar over randfactoren zoals in dit geval werkinrichting, de prijs van het architectenteam, de raming der werken, duurzaamheid, circulariteit. Zeker deze laatste twee zaken komen vaak terug in wedstrijden.”

dmvA spendeerde ongeveer 280 uren aan het ontwerpvoorstel, voor VIVA Architecture staat de teller op 340 gewerkte uren. “De vergoeding dient overeen te stemmen met de workload”, beaamt ook Sylvie Bruyninckx. “We zijn ervan overtuigd dat wanneer er minder teams, die een betere vergoeding krijgen, gekozen worden, de output voor de bouwheer veel interessanter wordt. Uiteraard dienen we zelf als architecten te stoppen om tegen dit soort lage vergoedingen te werken.”

En daar wringt het schoentje, volgens David Driesen. “Twintig jaar geleden – toen de selectie nog ‘blind’ verliep - haalden wij met ons bureau 1/3 wedstrijden binnen, vandaag zijn dat er slechts 1/10. Dat is het gevolg van de discrepantie die er vandaag is tussen het aantal architectenbureaus en het beperktere aanbod van opdrachten door de overheid. Hierdoor zijn teveel kantoren gefocust op een wedstrijd. En de kost om het gevraagde op een deftige manier af te leveren is veel te hoog voor elk kantoor. Daarom ben ik voorstander van vaste erelonen voor architecten. Goede architectuur moet eerlijk vergoed worden.” David Driesen is ook vragende partij om de ‘blinde’ selectie opnieuw in te voeren, zodat voorspraak van bepaalde bureaus uitgesloten is.


Provincie stelt aanpak bij

Het provinciebestuur reageert niet rechtstreeks op de vraag of ze begrijpt waarom de vergoeding voor de deelnemende bureaus te laag was. Wel laat ze optekenen dat ze haar aanpak omtrent de vergoedingen bijgesteld heeft en voor toekomstige opdrachten werkt met een beperking in aantal bureaus, zodat de kandidaten een grotere kans hebben op het winnen van de opdracht. “Deze aanpak hebben we afgestemd op de manier van werken van Team Vlaams Bouwmeester. Zij gaan in overleg met de publieke opdrachtgevers de offertevergoeding afstemmen op de inhoud en omvang van de offerte, waarbij zij een aantal algemene richtlijnen hanteren, die wij voor toekomstige opdrachten ook zullen hanteren”, aldus het provinciebestuur.