Doorzoek volledige site
16 december 2021

Bureau Bas Smets en Gijs Van Vaerenbergh gaan centrum Genk ontharden en vergroenen

Illustratie | Bureau Bas Smets / Gijs Van Vaerenbergh

Het Genkse stadscentrum is de meest verharde plek in de hele stad. "In het verleden koos de stad net voor die verharding en bebouwing van het centrum. Maar de klimaatuitdagingen hebben iedereen doen inzien dat het anders kan. En moet", klinkt het bij het stadsbestuur. Daarom stelde de stad enkele maanden geleden de internationaal gerenommeerde landschapsarchitect Bas Smets aan om een visie voor de vergroening van het stadscentrum uit te werken, in samenwerking met het al even gerenommeerde collectief Gijs Van Vaerenbergh. De analyse is klaar en er ligt een visie op tafel. Daarin wordt onder andere voorgesteld dat de Grote Markt, het Stadsplein en het Sint-Martinusplein zullen onderworpen worden aan verregaande ontharding en vergroening.

Burgemeester Wim Dries: “De klimaatuitdagingen stellen zich met de dag sterker. Over de hele wereld maar ook in Genk. Daarom willen we samen met iedereen die in Genk woont of onderneemt zorgen dat onze stad een leefbare en gezonde stad blijft. We zullen samen moeten zorgen voor meer vergroening, voor ontharding, voor meer biodiversiteit, ... . Een plek waar die uitdaging zich het sterkst stelt, is het stadscentrum. Het is de meest verharde plek in onze stad terwijl het nog niet zo lang geleden een groene vallei was. We zijn de groenste centrum stad in Vlaanderen, en dat willen we ook in het centrum voelen, zien en ervaren.”


Onderscheidende identiteit en wervingskracht

Landschapsarchitect Bas Smets: “Het verharde en bebouwde centrum van de stad ligt in de vallei van de ingekokerde Dorpsbeek. Onze inventaris wijst uit dat wel 70% van het oppervlak van het centrumgebied verhard is en dat de ondergrond bovendien op talrijke plaatsen bezet is door allerlei nutsleidingen. Wij gaan binnen onze visie op zoek naar waar de nog beschikbare ruimte is. In die beschikbare zones kan een leeflaag gemaakt worden waarin bomen kunnen groeien. Die vergroening kan Genk opnieuw een onderscheidende identiteit en wervingskracht geven. Bovendien zou de vergroening ook zorgen voor een sterkere relatie met de omliggende groene ruimtes, wat de stad meteen een stuk weerbaarder maakt.”


Stadsbos

“In onze visienota schuwen we het harde werk en gedurfde ingrepen niet. Waar mogelijk benutten we de volle grond helemaal; niks zo zonde als een betonplaat op volle grond… . Onthardings- en vergroeningsacties dienen het versteende centrum te transformeren tot een klimaatrobuuste, groene stadsader. Waterelementen, regentuinen en vochtminnende vegetatie bevorderen niet alleen de belevingswaarde en verblijfskwaliteit, maar maken bovenal de vallei-identiteit terug voelbaar in het hart van de stad. Ook bijvoorbeeld gevelgroen kan makkelijk, door een aantal tegels weg te halen. Klimplanten hebben namelijk niet veel grond nodig maar halen wel veel CO2 uit de lucht. Genk kent ook nog veel onbenutte daken, goed voor daktuinen en zonnepanelen. Er zijn dus veel mogelijkheden. Wij spreken in onze visienota daarom ook van een heus ‘stadsbos’. De vergroening, die zeker ook een groot participatief onderdeel bevat, zien we ook als aanjager voor transities in de stad, met een herprogrammatie van functies”, aldus Bas Smets.


Financiering

Schepen Toon Vandeurzen: “De visienota heeft ons van onze sokken geblazen. Wij gaan op zoek naar een alliantie tussen landschap en infrastructuur, tussen stedelijkheid en open ruimte, tussen recreatie en ecologie. Deze verwevenheid komt niet enkel de uiteenlopende ambities voor Genk-centrum tegemoet maar biedt ook een nieuwe beleving, identiteit en ruimtelijkheid. We willen daarom nu in samenwerking met bewoners, handelaars en horeca aan de slag. Belangrijk is natuurlijk het kostenplaatje. Momenteel is er een aanvraag voor extra financiering lopende bij de Vlaamse Overheid. Indien deze goedgekeurd wordt, kunnen we de eerste fase op korte termijn implementeren op de Grote Markt, het Sint-Martinusplein en het Stadsplein. En dan denken we aan een start van de werken in september 2023.” De beslissing van de Vlaams regering met betrekking tot het ingediende subsidiedossier wordt nog in december verwacht.