Doorzoek volledige site
18 december 2013 | JAN DANEELS

Gespoten poly­urethaanschuim als vloerisolatie

Het gebruik van in situ gespoten polyurethaanschuim (PUR) als thermische vloerisolatie is een vaak toegepaste techniek. In dit artikel van WTCB volgt een beknopte beschrijving van het referentie- en kwaliteitskader voor deze werkwijze.
Het gebruik van in situ gespoten polyurethaanschuim (PUR) als thermische vloerisolatie is een vaak toegepaste techniek. In dit artikel van WTCB volgt een beknopte beschrijving van het referentie- en kwaliteitskader voor deze werkwijze.



Lage warmtegeleidbaarheid

De nagestreefde uitvoeringstermijnen op de huidige bouwplaatsen worden alsmaar korter en de prestatie-eisen strenger. Daarom wordt er steeds vaker geopteerd voor ter plaatse gespoten polyurethaanschuim als thermische vloerisolatie. Dit materiaal biedt immers niet alleen het voordeel dat het snel, eenvoudig en zonder onderbrekingen aangebracht kan worden, maar wordt eveneens gekenmerkt door een zeer lage warmtegeleidbaarheid (λD tussen 0,025 en 0,028 W/m.K, al naargelang van de dikte) en door het feit dat het eenvoudig over leidingen en andere kokers heen gespoten kan worden. Dit heeft tot gevolg dat men voor het onderbrengen van de sanitaire en elektriciteitsleidingen niet langer systematisch hoeft over te gaan tot het aanbrengen van een uitvullingslaag op de dekvloer.


Correcte uitvoering

Indien de gespoten vloerisolatie niet correct uitgevoerd wordt, is het mogelijk dat het poly­urethaanschuim na belasting overmatig vervormt. Dit probleem uit zich in de regel door het verschijnen van een opening tussen de plinten en de vloerbedekking van zo'n 2 tot 10 mm breed (voor een isolatiedikte van 8 cm). Dit verschijnsel mag niet verward worden met de opwelving van het geheel betegeling-dekvloer, een ander fenomeen dat een opening tussen de plinten en de vloerbedekking kan veroorzaken. In dit laatste geval zal de vloer echter nooit in zijn geheel zakken, maar zullen er ook hogere punten in de vloer aanwezig zijn. Indien de vloer echter in zijn geheel gezakt is, is het aangewezen om de kwaliteit van het gespoten schuim te controleren. Een afwijkende densiteit, te lage druksterkte of een gebrek aan dimensionale stabiliteit zijn tekenen van een minder kwalitatief schuim.

Ter plaatse gevormde producten uit hard poly­urethaanschuim maken het voorwerp uit van twee Europese productnormen. De geharmoniseerde norm NBN EN 14315-1 vormt de basis voor de CE-markering, terwijl de niet-geharmoniseerde norm NBN EN 14315-2 de specificaties voor het geïnstalleerde product bevat. Naast deze twee referentiedocumenten bestaan er ook nog een aantal BCCA-certificaten voor de grondstoffen, Technische Goedkeuringen (ATG) voor het polyurethaanschuim en bekwaamheidscertificaten voor de installateurs.

Lees dit artikel verder op de website van WTCB.

GERELATEERDE DOSSIERS

GERELATEERDE ARTIKELS