Doorzoek volledige site
19 december 2013 | TIM JANSSENS

Architecten over passiefbouw (3): Jan Van Den Broeke, evr-Architecten

Over de wenselijkheid van passiefbouw is de laatste jaren al bijzonder veel gezegd en geschreven. Maar of architecten het eigenlijk leuk vinden om een passief gebouw te ontwerpen, is minder geweten. Be.passive legde zijn oor onder meer te luisteren bij Jan Van den Broeke van evr-Architecten. Hij juicht de opmars van passiefbouw toe, maar waarschuwt anderzijds voor blind geloof in 'het rigide getal 15'.
Over de wenselijkheid van passiefbouw is de laatste jaren al bijzonder veel gezegd en geschreven. Maar of architecten het eigenlijk leuk vinden om een passief gebouw te ontwerpen, is minder geweten. Be.passive legde zijn oor onder meer te luisteren bij Jan Van den Broeke van evr-Architecten. Hij juicht de opmars van passiefbouw toe, maar waarschuwt anderzijds voor blind geloof in 'het rigide getal 15'.



Jan Van den Broeke



“Het is inmiddels al meer dan tien jaar geleden dat we voor het eerst met passiefbouw in contact kwamen. In 2002 hebben we – in samenwerking met Cenergie – het (passieve) kantoorgebouw van het Havenbedrijf Gent ontworpen. Ik denk er met veel plezier aan terug, het waren echte pioniersjaren! Intussen zijn er nog vijf passiefprojecten bijgekomen: het kantoor van de Vlaamse Milieumaatschappij in Leuven, twee woningen, bezoekerscentrum De Bourgoyen in Gent en kleuterschool BSGO in Etterbeek. Voor de UGent zijn we momenteel bezig met een bijzonder project: 16.000 m² kantoren en labo's (vijfhonderd werkplekken) die enkel verwarmd worden met de restwarmte van een datacenter (1000 m²). 'Beyond passive' met andere woorden...

Duurzaamheid is echter veel meer dan alleen passiefbouw. Ons ontwerpproces wordt door veel meer aspecten beïnvloed: enerzijds het programma, de context, het budget en de samenwerking tussen de verschillende bouwpartners, anderzijds mobiliteit, ruimte- en materiaalgebruik, functionaliteit, groen, universele toegankelijkheid, akoestiek, daglichtinval, sociale stimulansen, ... En last but not least: architecturale verbeelding! Er bestaat geen hiërarchie voor duurzame aspecten, alles moet in evenwicht zijn. Wij verwachten dan ook een evolutie van een E-peil naar een D-peil, waarbij alle andere aspecten van duurzaamheid ook in rekening gebracht worden. We hopen alleszins op meer aandacht voor die gedachte.

Dit gezegd zijnde, heeft passiefbouw natuurlijk wel een positieve invloed op onze bouwpraktijk. De aandacht voor isolatie en luchtdichtheid is intussen alomtegenwoordig, en ook de gezonde herbronning inzake compactheid, oriëntatie in functie van zonnewinsten en eenvoudigere, beheersbare details vindt meer en meer ingang. Daar staat echter wel tegenover dat passiefbouw soms een weinig aantrekkelijk cijfergevecht is, met het rigide getal 15 als scheidsrechter die het gezond verstand dreigt te verdringen. Een raam schrappen of verkleinen omwille van het heilige cijfer: het zijn zaken die jammer genoeg gebeuren. Ook de verschillende maten, gewichten en softwarepaketten in de passiefwereld – Belgisch passief blijkt niet noodzakelijk internationaal passief te zijn – stemmen tot nadenken.

Laat ons daarom kritisch blijven en niet te zelfgenoegzaam te werk gaan. De wereld zal niet gered worden door de passiefhuisnorm (een cijfer), maar heeft vooral nood aan betrokkenheid. Een passiefgebouw op een foute locatie is nog steeds een energieverslinder, een passiefgebouw dat weinig te bieden heeft is nog steeds een gemiste kans, een passiefgebouw met een slecht plan blijft een slecht gebouw. Verder kijken dan het clubje: dat is onze mindset. Ons plezier schuilt dan ook in het ontwerpen van projecten die doelmatig, dienstbaar én duurzaam zijn. Het nastreven van een minimaal energieverbruik is daarbij een evidentie.”



Passiefschool BSGO in Etterbeek