Doorzoek volledige site
08 januari 2014

Luchtgeluidsisolatieverbetering met voorzetwanden

In de WTCB-Dossiers 2012/2.18 worden enkele ruwbouwconcepten met ontdubbelde gemene muren voor rijwoningen en appartementen besproken in het licht van de akoestische comforteisen uit de norm NBN S 01–400–1. Men kan ook met massieve gemene muren voldoen aan de eisen voor een normaal en verhoogd akoestisch comfort door deze – en eventueel ook flankerende bouwdelen – te voorzien van akoestische voorzetwanden. Dit artikel van WTCB gaat dieper in op de materie.
In de WTCB-Dossiers 2012/2.18 worden enkele ruwbouwconcepten met ontdubbelde gemene muren voor rijwoningen en appartementen besproken in het licht van de akoestische comforteisen uit de norm NBN S 01–400–1. Men kan ook met massieve gemene muren voldoen aan de eisen voor een normaal en verhoogd akoestisch comfort door deze – en eventueel ook flankerende bouwdelen – te voorzien van akoestische voorzetwanden. Dit artikel van WTCB gaat dieper in op de materie.

Soorten akoestische voorzetwanden


Voorzetconstructies worden vaak toegepast om de hygrothermische en/of akoestische prestaties van wanden te verbeteren. De haalbaarheid, bijhorende risico's en aandachtspunten op hygrothermisch vlak werden reeds besproken in de WTCB-Dossiers 2012/4.16 en 2013/2.4.

In dit artikel richten WTCB zich uitsluitend op voorzetwandsystemen die ingezet worden ter verbetering van de geluidsisolatie van wanden. Ze onderscheiden drie grote systemen (zie afbeelding):


A. Op de basiswand gekleefde systemen die bestaan uit een soepel poreus materiaal (veelal minerale wol of geëlastifieerd EPS) dat voorzien is van een plaatmateriaal (veelal gipsplaat) of pleisterlaag als afwerking. Gekleefde systemen op basis van stijve isolatieplaten (EPS, PU, XPS, …) kunnen niet beschouwd worden als akoestische voorzetwanden vermits deze de geluidsisolatie van zware basiswanden verzwakken in plaats van verbeteren

B. Systemen met bouwplaten (veelal gipsplaten) die aangebracht worden op een stijlenwerk dat ofwel losstaat van de basis­wand, ofwel ermee verbonden is via trillingsgedempte koppelingen. De ruimte tussen de platen en de basiswand wordt opgevuld met een soepel poreus materiaal (veelal minerale wol)

C. Een van de basiswand vrijstaande gelijmde blokkenwand (bv. gipsblokken of cellenbetonblokken). Ook hier wordt de spouwruimte opgevuld met een soepel poreus materiaal.


Werkingsprincipe

In de bovengenoemde systemen werkt het soepele isolatiemateriaal als een soort veer die in staat is om de trillingen van de basiswand gedempt door te geven aan de voorzetplaten of -blokken, waardoor de luchtgeluidsisolatie van het geheel stijgt. Doordat deze verbetering ten koste gaat van een laagfrequente verzwakking, kunnen de courante voorzetconstructies niet ingezet worden om laagfrequente geluidsisolatieproblemen op te lossen. De globale stijging wordt groter en de laagfrequente verzwakking minder storend indien men dikkere en/of soepelere isolatiematerialen gebruikt, grotere spouwbreedtes hanteert en/of zwaardere platen of blokken.

Bij blokkenvoorzetwanden treedt er nog een bijkomende verzwakking op in het middenfrequent gebied waardoor dergelijke systemen soms minder goed presteren dan men louter op basis van hun (relatief grote) massa zou verwachten. Dit verlies kan echter gecompenseerd worden indien men ervoor zorgt dat er een groot verschil is tussen de buigstijfheid (*) van de voorzetwand en de buigstijfheid van de basiswand.

Dit fenomeen doet zich ook voor bij systemen A en B, maar dan in het hoogfrequente gebied. Dit heeft echter geen nadelige invloed op de globale gelduidsisolatie indien voldoende buigslappe platen gebruikt worden (bv. gipsplaten tot 12,5 mm).


Lees het vervolg van dit artikel op de website van WTCB.

GERELATEERDE DOSSIERS