Doorzoek volledige site
06 maart 2014

Oude liefde roest niet, maar verwarmt

Ontwerp van een warmtenet.
Realisatie van een warmtenet.
Eerste warmtekoppeling in Roeselare. (Foto: MIROM).

Mocht stadswarmte bij u geen belletje doen rinkelen, centrale verwarming doet dit ongetwijfeld wel. Centrale verwarming is dan ook al meer dan vijftig jaar dé standaard in de bebouwde omgeving. Van kleine woningen tot grote ziekenhuizen: de warmteproductie gebeurt quasi steeds vanuit één centrale stookplaats, van waaruit leidingen de warmte transporteren naar te verwarmen ruimtes. Stadswarmte gaat echter nog één stap verder. 

Door warmte op wijk- en stadsniveau te organiseren, ontstaan er nieuwe opportuniteiten: zo kan restwarmte van industriële activiteiten ingezet worden. Ook kunnen duurzame of energie-efficiënte energiebronnen, zoals zonnewarmte, biomassa of WKK, vaak (kost-)efficiënter ingezet worden. Stads- of wijknetten leveren enerzijds de noodzakelijke ‘kritische massa’ om duurzame warmteprojecten mogelijk te maken. Door de centrale warmteproductie kunnen warmtenetten ook flexibel inspelen op evoluerende energiebronnen.

Stadswarmte is niet nieuw in Vlaanderen. Onder meer in Gent, Brugge en Roeselare worden al enkele decennia warmtenetten uitgebaat. De focus van deze bestaande netten ligt historisch op een beperkt aantal grote warmteklanten, zoals universiteiten, ziekenhuizen, penitentiaire inrichtin-gen, industrie en serres. Aansluitend op de maatschappelijke evolutie naar enerzijds verhoogde aandacht voor duurzaamheid en anderzijds de keuze om behoeftes collectief in te vullen, zijn ook warmtenetten ‘herontdekt’ door de residentiële markt als een volwaardige optie bij het realiseren van projecten.

Wat is een warmtenet ?

Een warmtenet is hierbij een nutsleiding zoals elektriciteit en aardgas. Met één groot verschil: om warmte te transporteren heb je twee leidingen nodig: een vertrekleiding en een retourleiding. Een warmtenet bestaat dus steeds uit twee parallelle leidingen.

Warmteleidingen worden ingegraven en liggen ongeveer één meter onder de grond. De leidingen zijn voorgeïsoleerd, waardoor het warmteverlies tot een minimum beperkt wordt. De eindgebruiker krijgt via een afgiftestation een gebruiksvriendelijke warmte, zonder onderhoud aan branders of schouwen. Via warmtemeting betaalt de eindklant ook enkel voor de reële warm-teafname.

 

Licht en ruimte: een primeur

Eind 2013 betrokken in Roeselare de eerste bewo-ners hun woning in de wijk Licht en Ruimte. Een primeur: de wijk wordt namelijk verwarmd met restwarmte van de afvalverbrandingscentrale van MIROM. Licht en Ruimte is hiermee de eerste ver-kaveling in Vlaanderen waar resoluut gekozen wordt voor restwarmte. Ingenium verzorgde in dit project de detailengineering van het warmtenet en de back-up installatie alsook de werfopvolging, in opdracht van MIROM.

 

Bron: Ingenium