Doorzoek volledige site
12 maart 2014 | JANNES ZWAENEPOEL

Marshall Brown: "competitie is schadelijk voor het beroep"

Deelnemende competitie aan de Navy Pier wedstrijd in het Museum of Contemporary Art in Chicago. Illustratie | Terry Surjan
Het winnende ontwerp voor de Navy Pier competitie in 2011 door Marshall Brown Projects, Davis Brody Bond, Martha Schwartz Partners, en Halcrow Yolles. Illustratie | Marshall Brown Projects
Architect Marshall Brown. Illustratie | Marshall Brown Projects

Ontwerpwedstrijden worden dagelijks uitgeschreven. Amerikaans architect Marshall Brown spreekt echter zijn afkeer uit voor deze vrij recente evolutie. Hij vreest dat wedstrijden de creativiteit en de financiële situatie van architecten aantasten. "Er is een ongelofelijk grote verkwisting van moeite en talent," vertelt Brown, "Vooral bij wedstrijden is dit een probleem." De architect hekelt de manier waarop wedstrijden werken: "Ze zeggen: Jullie zijn belangrijk. We waarderen jullie denkwijze. Maar we verkondigen ook dat er een kans van 80% is dat we jullie denkwerk weggooien en er voor zullen zorgen dat het compleet verspild wordt."

Brown legt uit dat architectenbureaus niet de echte winnaars zijn van de wedstrijden: "Bedrijven schrijven wedstrijden uit om reclame te maken. Ze gebruiken de wedstrijden, onder het mom van zoektochten naar creativiteit, om publiciteit voor henzelf te maken." Op het einde van de rit heeft één bureau een nieuw project, en de rest heeft niets.



David & Goliath

Daar komt nog bij dat startende bureaus steeds vaker moeten opboksen tegen de gevestigde waarden. Elk bureau wil immers zo veel mogelijk publiciteit krijgen. Ook de mogelijkheid om de kleine projecten als opstap te gebruiken naar grote prestigieuze ontwerpen trekt bekende firma's aan.

De enige oplossing die Brown ziet, is stoppen met deelnemen aan wedstrijden: "Oude verslavingen verdwijnen niet snel, maar de nieuwe generatie moet zich rehabiliteren. Een vroege, totale en permanente terugtrekking uit architecturale wedstrijden."

De volledige open brief van Brown kan u hier lezen.