Doorzoek volledige site
19 mei 2014 | JANNES ZWAENEPOEL

Gemeenschappelijke warmte voor woonwijk Nieuw Zuid

De warmtecentrale ligt deels ingegraven aan de rand van het park. Illustratie | noAarchitecten
Sommige platen werden weggelaten en bieden een zicht op een tweede laag. Illustratie | noAarchitecten
Aan de straatkant toont de toren groter. De basis is zichtbaar en een raam geeft de voorbijganger een blik op de technische installaties. Illustratie | noAarchitecten
De talud bakent het park visueel af. Illustratie | noAarchitecten
Snede van het project. Illustratie | noAarchitecten
De inplanting van het project. De warmtecentrale is in het rood weergegeven. Illustratie | noAarchitecten
De structuur van de platen. Illustratie | noAarchitecten
Een werk van de Spaanse schilder Joachim Patinir, bekend voor zijn kunstmatige landschappen.

Geen wijk zonder huis en geen huis zonder verwarming. Of zijn we nu mis? Zo lijkt het in ieder geval, want de huizen van de toekomstige woonwijk Nieuw Zuid in Antwerpen hebben geen eigen centrale verwarming. noAarchitecten ontwierp een gemeenschappelijke warmtecentrale. Deze ligt in het nabijgelegen park en sluimert tussen het groen. De schouw rijst als een volbloed toren boven de aangrenzende weg uit. Studieburo Mouton, Henk Pijpaert Engineering en Daidalos Peutz verzorgden de studies.

De warmtecentrale voorziet de gebouwen van woonwijk Nieuw Zuid van energie. Leidingen brengen stroom en warmte naar de individuele huizen. De centrale ligt dan ook iets verder, aan de rand van het park. Door het lagere gedeelte van de centrale te omkapselen met groen krijgt het gebouw een dubbel aanzicht. Langs de kant van de straat vormt de toren een industriële aanblik, maar aan de parkzijde lijkt het op een kunstmatig rotslandschap, ingebed in zijn omgeving. Het zichtbare deel van de schouw is aan de parkzijde duidelijk korter.


Geknikte toren

De schouw zelf is een moderne sculptuur. Door een knik in het ontwerp te brengen krijgt de dunne staalplaat de nodige kracht. Het omhulsel geeft stabiliteit aan de gebundelde rookafvoerpijpen van de verwarmingsketels. Lichtblauwe platen bekleden de toren. Enkele plaatelementen die weggelaten zijn, tonen een verrassende tweede laag. Langs de straatkant voorzien de architecten een raam. Dit geeft zicht op de technische ruimte.

Paden die door het park sluipen, zorgen voor een visuele versterking van de toren. De doorgesneden talud doet terugdenken aan de landschappen van de Spaanse schilder Joachim Patinir. De trap die de toegang verleent tot deze glooiing biedt een uitzicht over de verschillende windrichtingen. Geïnteresseerden kunnen een informatiecentrum bezoeken. Dit ligt iets hoger dan de werkvloer van de centrale, waardoor er een overzicht ontstaat.