Doorzoek volledige site
03 juni 2014

Vooruitblik I Am Architect: Ieder zijn Huis, renovatie van een sociale woontoren in Evere

Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Georges De Kinder
Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Georges De Kinder
Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Georges De Kinder
Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Georges De Kinder
Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Georges De Kinder
Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Georges De Kinder

Ook dit jaar is I Am Architect het podium voor aansprekende praktijkcases die dieper ingaan op hedendaagse architecturale uitdagingen. In aanloop naar het evenement laten wij alvast enkele sprekers van de avond aan het woord. Op Architectura.be vertellen zij summier waarover hun lezing zal gaan. Jan de Moffarts, ingenieur-architect bij Origin Architecture & Engineering, gaat op het spreekgestoelte in op de renovatie van een woontoren in Evere

In juni 2009 kreeg Studiebureau Origin Architecture & Engineering de opdracht voor de renovatie van de sociale woontoren  Ieder Zijn Huis van Willy Van Der Meeren in Evere. De werf startte in november 2012 en de oplevering is voorzien  voor oktober 2015.  Beliris is bouwheer en financiert de renovatie. Het gebouw wordt uitgebaat en is eigendom van de sociale huisvestingsmaatschappij Ieder Zijn Huis. voor De sociale woontoren is een  bijzonder boeiende  toepassing van het Corbusiaanse gedachtengoed in de Belgische context. De uitdaging voor de renovatie bestaat erin de toren aan te passen aan de huidige normen inzake comfort en veiligheid met als randvoorwaarden de kwaliteiten van de modernistische toren zodat deze zijn sociale functie in brede zin opnieuw kan opnemen.

 

Bouwhistorische gegevens

Architect Willy Van Der Meeren kreeg in 1952 de opdracht voor het ontwerp van een sociale woontoren op de site van de sociale huisvestingsmaatschappij “Ieder Zijn Huis” in Evere. De Belgische building designer Willy Van Der Meeren (1923-2002) studeerde net na de Tweede Wereldoorlog af als architect aan La Cambre. Veel van zijn eerste opdrachten in deze periode van heropbouw bestonden uit (sociale) groepswoningbouw. In de Brusselse gemeente Evere zou het kortstondige burgermeesterschap van de socialist Franz Guillaume rond 1950 tot een vruchtbare samenwerking met Van Der Meeren leiden om te bouwen in deze voormalige katholieke witloofgemeente. Beide heren waren non-conformistisch, modern, bezield en bezielend en hadden een hoger sociaal doel voor ogen. Ze waren redenaars die door middel van taal (de ene in politiek en poëzie, de andere in retoriek en architectuur) een hoger sociaal-maatschappelijk doel probeerden te verwezenlijken in een star landschap van stedenbouwkundige regelgeving en katholieke waarden.

De hoogbouw voor Ieder Zijn Huis, waaraan Van Der Meeren begon in het begin van de jaren 1950, maar die door de bloei in de bouwsector pas na Expo 58 gerealiseerd kon worden, is een uitgekiende interpretatie van het modernistische en Corbusiaanse gedachtegoed door de ogen van een rationalistisch bouwer, datgene wat Van Der Meeren écht was. De essentie wordt nagestreefd, alle extra’s worden geweerd en het geheel wordt gekruid met – dixit Van Der Meeren – “L’envie de faire boum”. Het intuïtief en knutselend vormgeven staat hierbij centraal.

 

Ontwerpvisie

Het duurzaam aanpassen van het gebouw aan hedendaags bouwfysisch en wooncomfort moet gebeuren binnen een eng grid waar voornamelijk de vrije hoogte van twee meter tussen vloer en portiek bepalend is. Bouwfysisch en -technisch zijn de ontoereikende isolerende waarde van de gevel, de ondermaatse akoestische buffer tussen de appartementen en het verval van de technische installaties de voornaamste pijnpunten om tot renovatie over te gaan. Het voorgaande neemt niet weg dat het gebouw een monumentwaardig artefact is, zowel binnen de context van de Brusselse sociale woningbouw als binnen het oeuvre van Van Der Meeren. De enige officiële erkenning hiervan vinden we terug in de registers van Docomomo uit 2004, maar er bestaat geen twijfel over dat het gebouw wordt aanzien als een icoon in de Belgische naoorlogse architectuurgeschiedenis.

De renovatiestrategie vertrekt vanuit een zelfde rationele non-conformistische attitude. Bij het renovatieontwerp zijn alle oorspronkelijke concepten van belang om de kwaliteit van het bestaande gebouw, de beeldwaarde, organisatie en planopbouw niet te verliezen. De appreciatie van het oeuvre en methodiek van architect Willy Van Der Meeren samen met een enorm respect voor het naoorlogs erfgoed zijn voor ons dan ook de aanzet om dit gebouw grondig, maar tegelijkertijd beheerst onder handen te nemen.

 

Projectbeschrijving

De ambitie van het project bestaat erin om de huidige normen inzake isolatie, comfort, brandveiligheid, akoestiek en veiligheid te realiseren binnen de krijtlijnen van de kwaliteiten van het gebouw,  de planopbouw en organisatie, vormgeving en constructieve logica. Het meest exemplarische maar ook problematische element van de toren is de gevelopbouw met geprefabriceerde betonnen sandwichpanelen. In de betonnen panelen wordt de logica van het project en de ontwerper samengevat in één element: De doorgedreven standaardisering met maatgeving en compositie volgens de principes van de modulor, prefabricatie in serie op quasi industriële wijze, de ruwbouw die samenvalt met de afgewerkte situatie, de speelse en abstracte inplanting van de ramen met maximale lichtinval en een zicht zowel voor de kinderen als de volwassenen.

De belangrijkste keuze in het renovatieproject bestaat erin om de gevel in haar logica, vormgeving en materialiteit te reconstrueren in een nieuw betonnen sandwichpaneel, geprefabriceerd volgens de huidige technologie en volgens de huidig geldende normen. De huid van het gebouw wordt hierbij thermisch losgekoppeld van de structuur. De bestaande appartementen worden akoestisch en thermisch geïsoleerd.

Door het zoeken naar de initiële logica en  motivatie in het ontwerpproces worden oplossingen gevonden die de oorspronkelijke betekenis  van de toren nieuw leven inblazen. De appreciatie voor het ouevre en de methodologie van Willy Van Der Meeren vormen hierbij de belangrijkste inspiratiebron.

 

Jan De Moffarts,

Origin Architecture & Engineering

GERELATEERDE DOSSIERS