Doorzoek volledige site
08 juli 2014 | STÉPHANIE ROMANS

Serpentine Gallery Pavilion ‘ontworpen door een reus’

“Het paviljoen lijkt wel het ontwerp van een reus. Precies zoals ik het wilde”, vertelt architect Smíljan Radic Illustratie | Dezeen.com, Jim Stevenson
Van buitenaf lijkt de schil ondoorschijnend, maar eenmaal binnen merk je dat het lichtdoorlatend is. Illustratie | Dezeen.com, Jim Stevenson
Het definitieve ontwerp verschilt nauwelijks van de maquette die de architect maakte van plakband. Illustratie | Dezeen.com, Jim Stevenson

Op 24 juni werd in Londen het Serpentine Gallery Pavilion van de Chileense architect Smíljan Radić geopend. “Het paviljoen lijkt wel het ontwerp van een reus. Precies zoals ik het wilde”, vertelt een verheugde architect aan Dezeen.com.

Radićs paviljoen heeft de vorm van een pistoletje. Het is gemaakt van glasvezel en rust op grote, ruwe rivierkeien. Radić baseerde het afgewerkte paviljoen op zijn maquettes van plakband. “Wanneer je een schaalmodel maakt moet je meestal toegevingen doen. Sommige details kun je nu eenmaal niet op levensgrote schaal produceren. Aan dit model is echter bijna niets veranderd”, legt de architect uit. “Je hebt het gevoel dat je in de maquette loopt.”

Ruwe imperfecties

Het belangrijkste aspect van het ontwerp is de onafgewerkte glasvezel. De textuur ziet er grof en handgemaakt uit. De schil is tien millimeter dik en behoudt het uitzicht op het omliggende park binnen via verschillende, schijnbaar willekeurig geplaatste openingen. Van buitenaf lijkt de schil ondoorschijnend, maar eenmaal binnen merk je dat het lichtdoorlatend is.

De sleutel tot dit effect, zegt Radic, is de ruwe textuur van de glasvezel. “Ik werkte met onafgewerkt glasvezel omdat je dit materiaal nooit in die staat tegenkomt. Alles is een beetje grof en ziet er handgemaakt uit.” De imperfecties in het fiberglas van tien millimeter dik, laten licht door. De structuur is opgebroken door een serie onregelmatige openingen die uitzicht bieden op het omliggende park.

Het dunne glasvezel staat in contrast met de ruwe stenen die de basis vormen van het paviljoen. Naar eigen zeggen haalde Radić de mosterd bij de achttiende-eeuwse architectuur. “Decoratieve paviljoens van rijke Europeanen werden in die tijd ontworpen met het doel om er oud uit te zien, bijna als ruïnes. De stenen hebben ook iets primitiefs, iets permanents”, vindt Radić.