Doorzoek volledige site
08 augustus 2014

Architectuuropleidingen betreuren afschaffing Vlaams Bouwmeesterschap

Illustratie | Protect

Ook de Vlaamse architectuuropleidingen mengen zich in het debat van de bouwmeester. Zij publiceerden een Open Brief in De Standaard om met klem tegen de afschaffing te protesteren.

De Standaard publiceerde  een open brief door de diverse hoofden van de Vlaamse architectuuropleidingen naar aanleiding van de beslissing van nieuwe Vlaamse regering om het Vlaams Bouwmeesterschap af te schaffen. De brief werd ondertekend door  Hilde Heynen (KU Leuven), Dag Boutsen (KU Leuven), Rob Cuyvers (U Hasselt), Pieter Uyttenhove (UGent), Dirk Janssen (UAntwerpen) en  Ine Wouters (VUB)

Wij willen er met klem tegen protesteren. Het Bouwmeesterschap is namelijk van cruciaal belang voor de architectuurpraktijk en het gerelateerde beleid in Vlaanderen. Zoals anderen al eerder benadrukt hebben, bekleedt Vlaanderen een prominente plaats op de internationale architectuurkaart mede dankzij het Bouwmeesterschap. Dat is op zich een sterk argument om dit instituut te koesteren in plaats van af te schaffen. Maar het Bouwmeesterschap is om andere redenen zo waardevol. Het heeft namelijk de condities waarin jonge architecten hun carrière starten totaal veranderd.

Van voorspelbaar grijs naar gretig

Vijfentwintig tot dertig jaar geleden – de tijd waarin wij afstudeerden – hadden jonge architecten geen enkele kans om op relatief korte termijn een succesvol eigen bureau op te zetten. De meest talentvolle onder hen moesten zeer lang meedraaien als ondergeschikte in bureaus van anderen, en kregen maar mondjesmaat de gelegenheid om te tonen wat ze waard waren. De bureaus die met de meeste overheidsopdrachten gingen lopen, waren de grote, commercieel gerunde praktijken die wel professionalisme aan de dag legden, maar heel weinig risico namen en dus zelden of nooit innovatief uit de hoek kwamen. Het leverde ons de gekende, grijze overheidsgebouwen op, waar het niet binnen regende en waar de ambtenaren de nodige vierkante meters kregen, maar waar verder niets interessants over te melden viel. Die situatie heeft het Bouwmeesterschap doorbroken.

Vandaag zien wij dat de meest talentvolle onder onze afgestudeerden van bij het begin van hun carrière kansen krijgen. Ze kunnen hun portfolio insturen om geselecteerd te worden voor een open oproep, en daaruit komen inderdaad opdrachten voort voor jonge bureaus. Soms eindigen die bureaus als tweede, derde, vierde of vijfde bij een open oproep. Dat is niet erg, het geeft hen de mogelijkheid om ervaring op te doen en om direct contact te hebben met een potentiële opdrachtgever. En een van de volgende keren zal er wel eens een opdracht van komen, en kunnen hun ideeën zich in gebouwde realiteit omzetten. In de scholen zien wij selectie voor de open oproep als een kwaliteitskenmerk: wie enkele jaren afgestudeerd is en één of meerdere selecties in zijn portfolio heeft zitten, zullen wij graag verwelkomen als lesgever om de volgende generatie architecten op te leiden.

Eigen accenten vormen identiteit

De drie opeenvolgende Bouwmeesters hebben eigen accenten gelegd en telkens een licht andere koers gevaren. Bij geen van hen hebben we in de scholen het gevoel gehad dat die koers te eigenzinnig of te specifiek was. De Bouwmeesters hebben altijd met een team gewerkt en in dat team komen veel verschillende opinies en benaderingen aan bod.

Daarom kunnen wij dit met de hand op het hart verklaren:

dankzij de Bouwmeesters

  • heeft kwaliteitsarchitectuur in Vlaanderen kansen gekregen

  • is de hele architectuurcultuur op een hoger niveau getild

  • komen jonge en talentvolle architecten sneller aan de bak

  • is onze taak vergemakkelijkt om de beste praktijkmensen te selecteren om vorm te geven aan onze opleidingen.

Die verworvenheden op de helling zetten vanwege een corporatistische reflex bij een bepaald deel van de beroepsgroep is een al te doorzichtige besparingsoperatie. Ze zal Vlaanderen een beduidend zwakkere in plaats van een sterkere identiteit opleveren.