Doorzoek volledige site
16 september 2014

"Een bouwmeester moet uitdagen"

Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Jimmy Kets

Er is al heel wat gezegd en geschreven over de Vlaamse Bouwmeesterkwestie sinds de regering het idee over het college van expert-architecten lanceerde. Eén iemand hield zich opmerkelijk afzijdig: huidig Bouwmeester Peter Swinnen. In een interview met De Standaard-journalist Geert Sels doorbreekt hij echter de stilte. Hieronder publiceren we het artikel integraal. 

Geert Sels, 13 september 2014

Peter Swinnen, de Vlaamse bouwmeester, heeft al rustiger vakanties meegemaakt. Tijdens de zomer liet de regering weten zijn functie te vervangen door een college van experten. Terwijl steeds meer stemmen aanzwollen in het debat, bleef de zijne opmerkelijk afwezig. Tot vandaag.

In het regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse Regering staat het in een paar onopvallende regeltjes. Na het huidige mandaat wordt de functie van Vlaams Bouwmeester vervangen door een deeltijds expertencollege, mee aangeduid door ‘het middenveld’. De diensten van de bouwmeester gaan deel uitmaken van de administratie Ruimtelijke Ordening.

Het voornemen maakte veel reacties los. Uit alle hoeken werden opiniestukken ingestuurd waarin het einde van het kwaliteitsvolle bouwen werd ingeluid. Een petitie voor het behoud van de bouwmeester kende veel aanhang.

Dat was op het publieke forum. Iets onder de radar, in de kringen van beroepsverenigingen, circuleerden diplomatiek geformuleerde standpunten. Uit de ondertoon viel af te leiden dat sommigen ook met een bouwmeesterscollege zouden kunnen leven. In de discussies was onvrede te horen over de toewijzing van opdrachten en wrevel over de eigengereide opstelling van de huidige bouwmeester.

 

Waarom bent u zo lang buiten het debat gebleven? Doorgaans vliegt u er sneller in.

‘Dat klopt. Een bouwmeester is per definitie een trekker. Maar bij dit debat bleven de reacties maar komen. Er hebben zich stemmen geroerd die we anders niet vaak horen. Er kwamen echo’s uit de academische wereld, uit de beroepsorganisaties. Ook publieke opdrachtgevers lieten zich horen. Het heeft me veel deugd gedaan dat ze zich uitspraken voor het bouwmeesterschap. Meestal klinken al die stemmen veel meer gespreid. Ik denk dat we voor het eerst zoiets als een architectuurcultuur gezien hebben.’

‘Voorts was het vakantie, natuurlijk. Er was niemand bereikbaar om ideeën af te toetsen. Ik wou iedereen van het Team Vlaams Bouwmeester zien. Ze zaten met vragen, er was onrust. Met zeventien vormen we een kenniscentrum voor publiek opdrachtgeverschap. Dat maakt ons uniek, maar ook kwetsbaar. Want in heel de overheidsadministratie is er zo maar eentje. Maar goed, dat temporiseren was nodig. Het heeft veel ontzenuwd.’

 

Hebt u deze zomer argumenten gehoord die niet kloppen?

‘Er is nogal wat voor waar aangenomen. Bijvoorbeeld dat ik de eindbeslissing neem om bouwprojecten toe te wijzen. Terwijl het de bouwheer is die beslist wie het werk gaat realiseren. Ik ben betrokken bij de preselectie, maar die probeer ik altijd breed te houden. Binnenkort gaat onze website online, met alle zeshonderd open oproepen van de voorbije vijftien jaar. Kijk maar na.’

‘Ik heb ook gelezen dat we te weinig rekening houden met alle parameters, zoals duurzaamheid, inplanting en betaalbaarheid. Dat ik te veel met esthetiek bezig ben. Dat is van de pot gerukt.’ ‘Met esthetiek houden we ons niet eens bezig, omdat dat een subjectief criterium is. De impact op de ecologie, dat houdt ons bezig. Of hoe je bij sociale huisvesting voorkomt dat er stigmatisering komt. Maar esthetiek? I couldn’t care less.’

 

Wat pikt u op uit het debat?

‘Vooreerst dat het een rijk debat was. Het is sterk dat het allemaal aan de oppervlakte kwam. Die fase zijn we nu voorbij. Ik denk dat men het nu eens is over de fundamentals: dat er in die vijftien jaar bouwmeesterschap iets opgebouwd is en dat we daarin nog een stap verder moeten kunnen zetten. Ik denk dat men voorstander is van een sterk bouwmeesterschap, hoe het ook georganiseerd wordt. Wat we nu hebben, kan alleen uitgroeien tot een architectuurcultuur als het verhaal voortgaat. Dan ga je best niet voor de minimumoptie, dan moeten we wat culot aan de dag leggen.’

 

‘Daarnaast is me niet ontgaan dat men vindt dat we te weinig communiceren, dat onze criteria niet helder zijn. Dat signaal heb ik goed opgevangen.’

 

Heeft uw stijl het voortbestaan van het bouwmeesterschap bemoeilijkt? U hebt een uitgesproken visie, bent autoritair en dat leidt soms tot botsingen.

‘Ik ben wie ik ben. Men kende me toen ik geheadhunt werd voor deze functie. De drie bouwmeesters die er tot dusver waren, waren allen uitgesproken figuren. Het zou toch niet mogen zijn dat men plots terugvalt op een grijze figuur. Dan krijg je misschien vijf jaar peis en vree, maar dan realiseer je niet veel. Een bouwmeester moet begeleiden en uitdagen. Misschien zelfs nog meer uitdagen, want we zijn bezig met publiek geld. Daar moet je zoveel mogelijk kwaliteit mee bereiken voor de hele maatschappij.Ik zou voorstellen dat men ons rustig evalueert op onze resultaten, niet op die ene figuur die de bouwmeester nu is. In the end is die niet zo belangrijk.’

 

U daagt het veld uit en legt de lat hoog. Klagen sommige architecten daarom dat ze niet meer aan bod komen?

‘We werken met architecten. Niet voor architecten. Architecten zijn voor ons een middel om de gebouwen waarbij wij betrokken zijn, te laten excelleren. Met ons klein team kunnen we maar een beperkt aantal projecten begeleiden. Het is belangrijk dat we niet alleen open oproepen lanceren, maar ook een set aan instrumenten hebben die zich voor andere, zeer precieze taken lenen. Met pilootprojecten dagen we uit om na te denken over urgente kwesties, zoals de zorgsector, collectief wonen of vervuilde terreinen. De meesterproef is voor jonge ontwerpers. We schrijven dus niet aan de lopende band open oproepen uit, waarvoor men kan kandideren. We zijn er niet om de architecten aan werk te helpen.’

 

De afschaffing van het bouwmeesterschap zou de weg openen naar de aloude lobbying.

‘De lobbycultuur is verleden tijd. Maar begeleiding blijft nodig. Doordat de overheid meer inzet op publiek-private samenwerking, krijgt de private sector straks een gigantische medezeggenschap over hoe onze steden, onze scholen of onze ziekenhuizen er gaan uitzien.

Het is niet omdat iemand wenst te investeren dat anything goes. Want dan zijn er een paar investeerders gelukkig en zit de maatschappij met de brokken. Het is belangrijk dat er in de geesten een gedeeld auteurschap komt. Zowel publiek als privaat moet erachter staan.’

‘Voor het nieuwe VRT-gebouw op de Reyerssite hebben we onze rol maximaal kunnen vervullen. Het Brussels Gewest werkte aan een masterplan, de VRT keek uit naar een vestiging in Vlaanderen, de RTBf in Wallonië. Dat waren drie pistes voor één project. Toen hebben we aan de ministers een mandaat gevraagd om alle betrokkenen rond de tafel te krijgen. Wij kunnen dat. Wij hebben geen agenda. Ons enige doel is hoge kwaliteit halen en zoveel mogelijk maatschappelijke meerwaarde realiseren. Als ik de gretigheid zie waarmee bureaus kandideren, gaat het de goede kant uit.’

 

U opteert blijkbaar nog altijd voor een bouwmeester, niet voor een halftijds college.

‘Daar heb ik niets over te beslissen. Ik kan wel wensen formuleren. Men zou het voornemen uit het regeerakkoord op twee manieren kunnen invullen. In het eerste scenario zet je een bouwmeester, enkele experten en een stukje administratie op gelijke voet naast elkaar. Dat zou ik geen bouwmeesterschap meer noemen. In het tweede scenario werk je met een duidelijke eindverantwoordelijkheid van een bouwmeester. Daaronder zit een college van experten, samen met het Team Vlaams Bouwmeester. Als die preselecties van opdrachten zo gevoelig liggen, kan het college dat voor zijn rekening nemen. In dat tweede scenario zie ik veel potentie.’

 

Alles onderbrengen bij de administratie Ruimtelijke Ordening is geen goed idee?

‘Ik heb het regeerakkoord zeer goed gelezen. Op pagina veertien staat dat men paal en perk zal stellen aan de verkokering. Naast elkaar werkende hokjes zijn uit den boze. Het bouwmeesterschap snijdt door al die hokjes heen, want het gaat over mobiliteit, milieu, onderwijs, sociale zaken, you name it. Het goede nieuws is dat minister Schauvliege de bevoegdheden milieu, ruimtelijke ordening en landbouw in haar portefeuille heeft. In zo’n superdepartement zijn er veelbelovende allianties mogelijk. Dat is een historische kans.’