Doorzoek volledige site
17 september 2014 | JOKE VERRETH

Hoogste punt van Tapai Performing Arts Center (TPAC) bereikt

Het hoogste punt van het Taipei Performing Arts Center (TPAC) van OMA is bereikt en dat werd gevierd met een ceremonie. De burgemeester van Taipei, Hau Lung-pin was aanwezig, evenals OMA’s partners: projectleiders Rem Koolhaas en David Gianotten. Zelfs nu alleen het skelet van het gebouw er staat, is de rigide geometrische vorm duidelijk zichtbaar, met de centrale kubus die drie uitstekende auditoriums ondersteunt, één bolvormig en twee kubusvormige. 

Het ontwerp van het TPAC is op verschillende vlakken erg experimenteel. Het omvat een draaiende weg voor het publiek die de backstage ruimtes van het gebouw toont en flexibele auditoriums die zelfs gecombineerd kunnen worden, waardoor er buitengewone podia gecreeërd worden die optredens, onmogelijk in enig ander theater, mogelijk maken.

Voor de ceremonie sprak ArchDaily met de leidinggevende van het project, David Gianotten, die de ontwerpconcepten van het gebouw en de uitdagingen (of eerder, het verrassende gebrek eraan) tijdens de bouw uitlegde. Hij zei: “Je zal het slechts begrijpen als je het gezien hebt. Het is ongelooflijk spannend. We moedigen iedereen die van architectuur houdt aan om ernaar te komen kijken, want het is spectaculair.”

ArchDaily: Het project, gebaseerd op geometrische basisvormen, die nu erg duidelijk zijn, ontstond rond de tijd van OMA’s Prada Transformer, een geheel van pure geometrische vormen. We willen graag weten hoe en waarom OMA complexiteit en flexibiliteit nastreeft binnen de beperkingen van rigide geometrische vormen.

David Gianotten: Ik denk dat we een ontwerp voor theaterproducties probeerden te creeëren dat zou fungeren als een machine voor mensen om mee te werken. Als je nu naar het gebouw kijkt, word je constant herinnerd aan het grotere geheel van gebouw: aan de kubus met de hangende ruimtes en de ruimtes die kunnen gecombineerd worden tot één groot element. Het gebouw is dus erg leesbaar als een puur geometrisch ontwerp. Als je, aan de andere kant, kijkt naar wat we hebben gedaan om dat ontwerp te benadrukken, wordt het een erg gelaagd gebouw: een erg publiek deel, maar op hetzelfde moment een erg privé deel. We proberen die grens te vervagen. De duidelijkheid is dus intentioneel. Het is een kubus met drie oppervlaktes. Dit geeft ons zoveel mogelijkheden om te spelen met waar het publiek zit, om de grenzen te vervagen. Dat was het echte opzet van de wedstrijd. We waren absoluut niet zeker van onze overwinning, aangezien het een open wedstrijd was met enorm veel deelnemers.

Toen we in de finale belandden en uiteindelijk wonnen, hebben we de puurheid behouden. Als je vandaag naar de bouwsite kijkt, is het nog steeds erg leesbaar en begrijpelijk. We moeten het gebouw niet uitleggen, iedereen begrijpt het als ze erin staan of als ze het gebouw benaderen. Tegelijkertijd is het een vreemde verschijning in de stad. Het is erg geometrisch, maar op hetzelfde moment erg ongewoon. Het is behoorlijk groot in vergelijking met de omgeving. Het is een heel interessante basisvorm die je leest als een ontwerp dat soms het gebouw wordt en plots weer het ontwerp zelf wordt.

AD: Hoe belangrijk is het draaiende pad voor het publiek – en het ongeplande ‘theater’ dat het hen gratis biedt – in het verzekeren van het succes van zowel het gebouw als van de theaterproducties? Dit project introduceert een draaiend pad voor iedereen (zoals in het hoofdkantoor van de Chinese Centrale Televisie (CCTV)) en het toont aan de bezoekers hoe het er in het theater en backstage aan toe gaat. Waarom heb je dat element toegevoegd aan het ontwerp en wat hoop je ermee te bereiken?

DG: We proberen de grens tussen wat publiek en wat privé is altijd te vervagen, gewoon om mensen vertrouwd te maken met het programma. In deze buurt is er een avondmarkt en we hebben die vlakte van het plein uitgebreid tot voor het gebouw, onder de ruimtes en tot in de lobby, waarmee we een ruimte creeëren van een erg vertrouwde cultuur in de stad. De meeste mensen gaan normaal niet naar het theater of de opera, maar omdat het gebouw zo dicht bij de avondmarkt ligt, wilden we de mensen naar binnen lokken en hen niet alleen laten zien wat er echt vanbinnen is, maar hen ook laten zien wat er bij het maken van een theatershow komt kijken. Daarom leiden we hen langs alle backstage ruimtes, langs de ‘green rooms’ en de cafés en ook langs de publieke uitkijkposten... Die grens vervagen is erg belangrijk en het helpt mensen de ruimtes niet alleen te gebruiken, maar ze ook te ervaren. Dat is waarom we het doen, om iets toegankelijkers  te maken.

AD: Ik kan mij voorstellen dat er bij een project zoals dat van u vele uitdagingen zijn. Kan u mij iets vertellen over de onverwachte uitdagingen? Het project kan drie verschillende soorten podia samenbrengen omdat ze één centraal backstage gedeelte delen, de ‘main cube’. Wat waren de structurele uitdagingen om deze configuratie tot stand te doen komen?

DG: Het ontwerp van het project, de structuur van het gebouw, is ongelooflijk duidelijk. Eens we uitgedokterd hadden hoe we de kubus konden bouwen zodat hij de uitkragende liggers kon dragen, was hij opmerkelijk makkelijk te bouwen. Daarmee wil ik niet zeggen dat het geen uitdagende structuur was, maar we zaten allemaal op één lijn wat de uitvoering betreft. We vonden ook een aannemer die de essentie van het gebouw echt begreep en die dat gewoon uitvoerde.

Het is eerlijk gezegd een vlot proces geweest, als je het vergelijkt met vele van onze gebouwen in Azië, omdat alle partijen – de overheid, de architecten, de ingenieurs, de aannemers, de buurtbewoners, de marktkramers van de avondmarkt – behoorlijk snel op dezelfde lijn zaten en iedereen wist welke rol hij moest spelen. Nu hebben we het skelet van het gebouw al en het gebouw zal klaar zijn binnen anderhalf jaar. Het is erg vlot verlopen in vergelijking met vele andere projecten.

Natuurlijk zijn er vele onverwachte dingen geweest die we moesten oplossen, maar over het algemeen, is het in essentie nog steeds hetzelfde gebouw dat we ontworpen hebben tijdens de wedstrijd en het is duidelijk dat dat ook zo zal blijven.

AD: Tot slot, podiumkunsten zijn belangrijk in de Taiwanese cultuur. Wat waren de belangrijkste ideeën van adviseurs uit de toneel-en theaterwereld die ervoor zullen zorgen dat deze configuratie zijn beoogde doel zal bereiken?

DG: Het is ontworpen als een machine waar alles kan plaatsvinden:  traditioneel theater, opera, dans. Het kan allemaal in het gebouw dankzij de verschillende configuraties. Iedereen had hetzelfde doel voor ogen, omdat ze die mogelijkheid zagen en al aan het denken waren aan de shows die er uitgevoerd kunnen worden die in geen enkel ander theater in Azië, en misschien zelfs in de wereld, mogelijk zijn. Het was meteen duidelijk dat dit gebouw niet werd ontworpen voor architecten, maar wel als een middel om mee te werken. Omdat ze dat begrepen, was er al van in het begin van het proces veel samenwerking om het concept uit te voeren.

Het is heel zeldzaam dat de klanten, de architect en het ingenieursteam allemaal naar hetzelfde streven en dat is waarom het zo ongelooflijk snel ging om het wedstrijdontwerp om te vormen tot het skelet van een gebouw, in zo’n prominente plaats in de stad die iedereen kent en waar iedereen uitgaat. Er werd een erg interessante dynamiek gecreeërd. We zeggen zelf soms nog: “Is dit echt?” omdat iedereen zo eensgezind was en omdat we verrast zijn dat het allemaal zo snel gebeurde.