Doorzoek volledige site
03 november 2014 | FILIP CANFYN

9 - Steen&Been (column Filip Canfyn): Studio de stad

Filip Canfyn.

Tweewekelijks kruipt huiscolumnist Filip Canfyn in zijn pen voor Architectura.be en onderwerpt hij het architecturale reilen en zeilen aan een kritische blik in zijn column Steen&Been. Afgelopen week vertoefde hij voor de beeldbuis voor het programma 'Studio de Stad' op Canvas. Een al bij al onderhoudend programma volgens Canfyn, maar er moeten hem toch enkele elementen van het hart. 

"Ik heb de laatste week van oktober trouw elke avond ‘Studio de Stad’ op Canvas uitgezeten. Dat zal wel: als ik niet kijk, wie kijkt er dan wel? Het initiatief was per definitie lovenswaardig, de documentaires werden zorgvuldig uitgekozen (‘Radiant city’ met daarin de rode draad van ‘Suburbia, the musical’ is een absolute must see en kan nog altijd gratis bekeken worden op topdocumentaryfilm.com) en de praatgasten, experten en ervaringsdeskundigen, oorden veelbelovend. What could go wrong? Ik heb me inderdaad weinig geërgerd, hoewel ik ’s avonds zo mogelijk nog meer grumpy ben dan overdag.  Het resultaat werd al bij al onderhoudend, met ‘onderhoudend’ in de betekenis, die Humo-journalist Rudy Vandendaele in zijn wekelijkse TV-kritieken geeft aan een programma, dat het tere netvlies, de luisterende schelp of het gezond verstand niet uitermate pijnigt of teistert.

Toch moet ik onderstaande observaties uit die voorbije week even met u delen.

 

Iedereen heeft veelal een dubbelzinnige relatie met écht grote steden genre New York, Bogota of Delhi. Enerzijds is er altijd dat openmondig wow-effect, die bewondering voor dat complexe en dense spel van gebouwen, voertuigen en mensen, die jaloersheid voor wat dààr kan, die lofzang voor vrijheid, creativiteit en openheid. Kortom, de grote stad als droombeeld, dat breedvoerig mag gekoesterd worden. Anderzijds, zodra men betrapt wordt op die positieve uitspraken, schrikt men van zichzelf en moet tegengas gegeven worden. Dan moet de kijker thuis verwittigd worden dat het hier zo geen vaart zal lopen, toch niet met die vervelende ongelijkheid en onveiligheid. Dan moet de kijker thuis nog eens goed wijsgemaakt worden dat de grote kwaliteit van onze steden hun dorpse karakter is. Dan moet de kijker thuis er op gewezen worden dat, zelfs al zouden we hier zo’n grote steden willen, we daartoe niet in staat geacht worden. Kortom, de grote stad als schrikbeeld, dat angstvallig moet vermeden worden. Grote steden zijn voor citytrips en voor niets anders! Op die manier pleiten vrienden en vijanden van de stad onbewust samen voor het Vlaamse status quo, voor het behoud van de uitgesmeerde stedelijkheid, die daardoor geen stedelijkheid meer is. Wat er ook gezegd en gestaafd wordt, op het einde van de rit moet de huik naar de wind gehangen worden en moet die stedelijkheid niet te dik uit de verf komen. De brave burger moet toch na het programma op zijn twee oren kunnen gaan slapen? Suburbia, the soap.

 

Het confronterend fileren van het huidige verkavelingsvlaanderen en het volmondig pleiten voor een urgente stedelijkheid blijken nog altijd taboes in de uitspraken en gezegden van mensen, die zichzelf verantwoordelijkheid toedichten. Zoals er niet luidop over seks tussen papa en mama, over pedofilie in de Kerk of over zwart geld onder tafel mag geopperd worden, zo moeten mensen, die deel uitmaken van de betere macht, markt en media, niet te veel argumenten te berde brengen, die onze ruimtelijke ordening en ons woonmodel als verontrustend en onduurzaam zouden evalueren. Intussen, in de coulissen, wordt iedereen of noemt iedereen zich een bekeerde buurtontwikkelaar, waar die buurt ook moge liggen, en legt men de mantel der liefde op wat nù is.

 

Weinig praatgasten konden mij echt bekoren. Ik ken de meeste ervan - de stedelijkheidswereld in Vlaanderen is al even klein als de steden zelf in Vlaanderen – en dus ik ken hun verhaal - zij meestal ook het mijne, dus dat komt kiefkief uit. Drie standpuntvertolkers maakten meer indruk dan de anderen.

Stijn Oosterlynck doet als stadssocioloog fantastisch werk, net als de al even onvolprezen Eric Corijn in Brussel, en moet dringend door alle stakeholders van de stedelijkheid uitgebreid gelezen worden. Stijn kan zo rustig en zo overtuigend de vinger in de juiste wonden steken en verdient alle credits voor zijn bijdragen over samenleven en sociale mix zonder franjes.

Jeroen Olyslaegers, niet bepaald mijn favoriete schrijver noch kapper, getuigde als een van de weinigen over de échte problemen van de stad, over armoede en dakloosheid, over menselijke solidariteit en officiële blindheid. Door zijn klemtonen kwam die avond de sfeer van de veelbelovende creatieve Floridaanse stad in gevaar, zijn zinsnede “ik ben erg geschrokken door de stedelijke realiteit, die ik leerde kennen” vergalde eventjes de hoop maar zijn eerlijke ontboezemingen haalden eigenhandig het einde van de uitzending. Weg pretstad.

Tenslotte kwam Joachim Declerck, hoe weinig tafelspringer hij in gewone doen ook is, hartverwarmend, stevig en juist uit de hoek. Hij durfde duidelijk te zeggen dat we echt een andere richting moeten inslaan, dat het niet meer zoals nu kan, dat het niet meer dàn nu kan, dat méér niet meer een optie is. Hij deed de minister-president een zuur compliment: de visie en de ambitie zitten al jàààren goed maar de actie en de correctie blijven al even lang uit. De nachtelijke rit naar Izegem zal waarschijnlijk te kort geweest zijn om tot inkeer te komen.

 

Studio de Stad hebben we weer gehad. Nu de stad zelf nog …"