Doorzoek volledige site
13 november 2014

Cementgebonden afschotlagen op platte daken

Onthechting van de afdichting door de ontoereikende oppervlaktecohesie van het schuimbeton. Illustratie | WTCB / CSTC
Verpulvering van het oppervlaktelaagje van een cementgebonden afschotlaag. Illustratie | WTCB / CSTC

In de TV 215 wordt aangeraden om bij platte daken steeds een afschot van minstens 2 % te voorzien teneinde de normale afwatering naar de afvoerpunten te waarborgen en belangrijke plasvorming te vermijden (zie hieromtrent ook het artikel 'Waterstagnaties op platte daken' uit WTCB-Dossier 2013/4.7). In voornoemde TV worden verschillende mogelijkheden beschreven om dit afschot te realiseren. In dit artikel gaat het WTCB dieper in op cementgebonden afschotlagen.

Er bestaan verschillende soorten cementgebonden afschotlagen. In dit artikel worden echter enkel afschotlagen uit andere materialen dan structuurbeton beschouwd, zoals dekvloermortel, mager beton (met een beperkte cementhoeveelheid), licht beton (granulaten deels vervangen door lichte granulaten), schuimbeton (met een gasvormend middel) en isolerende mortel (met lichte isolerende granulaten).

 

Voor- en nadelen

Cementgebonden afschotlagen hebben als voordeel dat ze de realisatie van een toereikende helling (en bijgevolg een doeltreffende waterafvoer) mogelijk maken, ongeacht de vormgeving van de dakvloer. Daar staat tegenover dat ze een niet te verwaarlozen gewicht kunnen hebben en bij hun plaatsing een aanzienlijke hoeveelheid bouwvocht kunnen bevatten. Om bouwvocht­insluitingen tegen te gaan en een correcte droging naar binnen toe mogelijk te maken, worden cementgebonden afschotlagen dan ook rechtstreeks op de betonnen dakvloer aangebracht.

 

Hechting en cohesie

De wind­effecten op het platte dak veroorzaken een onderdruk, die meestal aangrijpt op de dakafdichting en aan de onderliggende lagen doorgegeven wordt. De onderlinge hechting en cohesie van de verschillende lagen is voor gekleefde systemen dan ook van groot belang. Bij een ontoereikende cohesie tussen de lagen kan de goede hechting bovendien niet gewaarborgd worden.

De leden van het Technisch Comité Dichtingswerken hebben onze aandacht gevestigd op het feit dat het verkrijgen van een goede oppervlaktecohesie bij de hier beschouwde cementgebonden afschotlagen in de praktijk niet altijd even vanzelfsprekend is. Dit om de volgende redenen:

  • bij bezonning tijdens of net na de uitvoering kan het oppervlak te snel beginnen uit te drogen, waardoor de goede hydratering van het cement in het gedrang komt en er een stoffig oppervlak kan ontstaan
  • voornamelijk afschotlagen uit schuimbeton bevatten een hoog gehalte aan aanmaakwater en zijn daarom zeer gevoelig voor nachtvorst
  • bij beregening tijdens of net na de uitvoering kan het oppervlak verpulveren. Bij regenval tussen de uitvoering van de afschotlaag en de plaatsing van het dampscherm kunnen de poreuzere afschotlagen (bv. uit schuimbeton) bovendien vrij veel vocht opnemen. Dit kan ertoe leiden dat hun oppervlak onvoldoende opgedroogd raakt om de goede hechting van de eventuele primer en het dampscherm te garanderen

 

Lees dit artikel verder op de website van het WTCB. 

GERELATEERDE DOSSIERS