Doorzoek volledige site
20 november 2014 | NADJA NYS

Filip Canfyn :“Stop met antistedelijk gedrag te subsidiëren”

Kaft van "Het Syndroom van Verkavelingsvlaanderen"
Filip Canfyn Illustratie | Dirk Kerstens

Vlaanderen staat voor belangrijke uitdagingen: op korte termijn tienduizenden nieuwe woningen realiseren, en tegelijk het ruimtegebruik, het energieverbruik en de mobiliteitslast onder controle krijgen. Filip Canfyn stelt in Woonwoord, het vakblad over sociaal wonen van de VMSW, dat stedelijk wonen – in een stad (of dorp) wonen, dichtbij werk, winkels, scholen en openbaar vervoer – daar een fundamentele rol in speelt.

Nadja Nys - oktober 2014

Vlaanderen zal door de demografische boom op korte termijn honderdduizenden nieuwe gezinnen moeten huisvesten. Verkavelingsvlaanderen is ruimteverspillend, het veroorzaakt fileleed en biedt geen antwoord op de energie- en klimaatproblemen, noch op de behoefte aan extra woningen. Stedelijk wonen is hét instrument, dé methode, dé denkrichting om al die problemen aan te pakken. We moeten weer in de stad en het dorp gaan wonen, niet meer ertussen”, zegt Filip Canfyn, auteur van het boek ‘Het syndroom van Verkavelingsvlaanderen. Een radicaal pleidooi voor stedelijk wonen’. Daarin trekt hij hard van leer tegen de suburbanisatie.

 

Is wonen in de stad niet duur?

“Nee. We gaan automatisch uit van de onbetaalbaarheid van de stad, maar aan de rand van Antwerpen bijvoorbeeld zijn alle bouwgronden minstens anderhalve keer duurder dan in de stad zelf. We hanteren die zogenaamde onbetaalbaarheid zelfs om niet te moeten samenleven in de stad. Ik stel vast dat het bestedingspatroon voor buiten de stad wonen veel hoger ligt en dat men zichzelf bedriegt door de kosten voor mobiliteit niet in rekening te brengen. Wie buiten de stad woont, moet zich nu eenmaal veel vaker en verder verplaatsen. Het enige voordeel ten opzichte van in de stad wonen is dat deze mensen meer grond, meer cocoon, meer ‘ik’ krijgen voor hun geld. Zeggen dat de stad onbetaalbaar is, is een leugen!"

 

U stelt in uw boek dat het beleid in sociale woningbouw bijsturen langer zal duren dan een tanker van koers laten veranderen in volle zee. Waarom?

“Het is een schande dat we er als samenleving amper in slagen om het magische cijfer van 6 procent sociale woningen te realiseren. Er zijn 15.000 huurpremies toegekend sinds 2010. De SVK’s realiseerden 7.025 bijkomende huurwoningen. Sinds 2009 zijn er 7.135 sociale huurwoningen bijgekomen en 2.737 koopwoningen gerealiseerd. Daar zijn we dan fier op. Maar wat betekenen die cijfers op 2,5 miljoen huishoudens?”

“Als men publiek spreekt over sociale huur, dan duikt onmiddellijk het doelgroepfetisjisme op waarbij men bij voorkeur woningen wil voor ex-psychiatrische patiënten, ex-gedetineerden, rolstoelgebruikers... Als we aandacht zouden hebben voor wonen voor iedereen, dan zouden we niet over die doelgroepen moèten spreken. We doen dat om onszelf sociaal cachet te geven en de schaarste te verdoezelen. Maar zo marginaliseren we sociaal wonen. Als we naar een gezonde maatschappij willen evolueren, moeten we naar 20 procent sociale woningen streven.”

 

U stelt dat er meer huizen in plaats van appartementen gebouwd moeten worden in de stad.

“Als tegengewicht! We hebben een beeld dat alles compacter moet worden, maar wat wordt er compacter? Eerst hebben we de seniorenmarkt uitgemolken, nu stort men zich op de studentenmarkt. Onder het mom van verdichting blijft men maar goedkope woningen produceren, die alleen maar goedkoop zijn omdat je minder vierkante meters krijgt.”

“Een dichtheid van honderd grondgebonden woningen per hectare is mogelijk, ik heb zoiets al gerealiseerd in de wijk Pandreitje in Brugge. Met een grondgebonden woning bedoel ik een eigen voordeur, overdag beneden leven, ’s nachts boven slapen. Ik wil discussiëren over maatvoering en materialen, maar niet over dichtheid. Een vierde privétuinen, de helft open ruimte en een vierde wonen, met honderd woningen per hectare, dat kan perfect zonder appartementen.”

Hebt u beleidsmatige suggesties om meer mensen in de stad te laten wonen?

"De stad heeft het vandaag moeilijk, niet omdat er te weinig middenklassers binnenkomen, maar omdat er veel middenklassers weggaan. Die beweging moeten we stoppen. Hoe? Door het antistedelijke gedrag niet langer te subsidiëren.”

“Neem de woonbonus. Dat is eigenlijk een suburbane subsidie, want ze verhoogt de mogelijkheid om buiten de stad te gaan wonen. Ik ben niet tegen de woonbonus, als die past in het algemene beleid, maar we hebben het geld niet. De woonbonus kost acht keer meer dan het huidige budget voor sociale huisvesting en heeft nefaste gevolgen voor mobiliteit, energie en ruimte. Om dezelfde reden moeten we ook bedrijfswagens en het fiscaliseren van woonwerkverkeer afschaffen.”

“De stad moet een prioritaire rol vervullen als woonstad en niet als winkelstad, cultuurstad of pretstad. ‘Wonen in de stad voor iedereen’, dat moet de slogan van de stad en het beleid worden.”