Doorzoek volledige site
15 januari 2015

Ziekenhuisarchitectuur ontwerpen op kindermaat

Huidige wandtekeningen in de kinderafdelingen van het UZ Leuven.
Huidige wandtekeningen in de kinderafdelingen van het UZ Leuven.

Hoe kan kindvriendelijke ziekenhuisarchitectuur ontworpen worden? En wat is kindvriendelijke architectuur dan? Studente Laure Verschoren onderzocht deze materie tijdens haar opleiding master in de ingenieurswetenschappen architectuur (optie architectuurontwerp) aan de KU Leuven en schreef er haar masterthesis over. In wat volgt licht ze de resultaten van haar onderzoek toe. 

“Opgenomen worden in een ziekenhuis is voor een kind een erg aangrijpende gebeurtenis. Wie vindt het immers leuk om plots te moeten verblijven in een ongekende omgeving wanneer je je niet goed voelt? Bovendien dateren de meeste Belgische ziekenhuizen uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, een periode waarin de aandacht eerder ging naar functionaliteit dan naar beleving van patiënten. Vandaag leven we echter in een maatschappij die steeds hogere verwachtingen stelt ten opzichte van de ziekenhuiszorg. Sinds enkele jaren is er steeds meer aandacht voor de patiënt en het kind als patiënt. Zowel ontwerpers, onderzoekers als professionele gebruikers hebben hun eigen mening over de omstandigheden waarin kinderen verzorgd zouden moeten worden. Een belangrijk perspectief wordt hierbij echter te vaak vergeten: het perspectief van de patiënt – het zieke kind – zelf. Het is dit perspectief, samen met dat van ouders en professionele gebruikers, dat ik in mijn masterproef onderzocht aan de hand van veldwerk op een afdeling kinderoncologie. Verder ging ik op zoek naar de mening van een opdrachtgever en ontwerper van een nieuw kinderziekenhuis.

 

Kindvriendelijke ziekenhuisarchitectuur vanuit kinderperspectief

Wat verwachten kinderen zelf van een ziekenhuisomgeving? In de literatuur kunnen we hierover wel al wat terugvinden. Toch blijkt dit niet altijd overeen te stemmen met wat kinderen zelf belangrijk vinden. Zo wordt in de literatuur bijvoorbeeld aangehaald dat het belangrijk is vanuit de patiëntenkamer een zicht te voorzien op een groene omgeving. Uit interviews met jonge patiënten ondervond ik echter dat kinderen vooral een zicht op ‘beweging’ en ‘leven’ belangrijk vinden. Groen blijkt daarbij eerder een mooi extraatje. Bovendien blijkt uit mijn onderzoek dat de beleving van ziekenhuisruimtes door kinderen erg persoonlijk is, terwijl er in de literatuur nogal snel veralgemeende concepten voorgesteld worden. Uiteraard blijft een ziekenhuis een publiek gebouw dat men niet zomaar kan aanpassen aan elk individu. Wel kan men een ziekenhuisomgeving zo ontwerpen dat patiënten de mogelijkheid krijgen om zich een eigen plekje in de ziekenhuisomgeving (de patiëntenkamer) toe te eigenen. Door ruimte te voorzien om de patiëntenkamer in te kleden naar eigen wens, met knuffels, kaartjes, eigen beddengoed,… zal een kind zich sneller thuis voelen.

Dit thuis voelen blijkt een cruciaal aspect te zijn. Een link met de thuisomgeving kan worden voorzien zowel op sociaal als ruimtelijk vlak. Op sociaal vlak blijkt dat een kind in contact wil blijven met de mensen waarmee het een nauwe band heeft. Blijkbaar willen zowel kinderen als adolescenten hun ouders op (bijna) elk moment bij zich hebben, zeker wanneer ze zich minder goed voelen. Verder spelen ook de rest van het gezin, vrienden en leeftijdsgenoten hierbij een rol. Ook de mogelijkheid om naar school te gaan in het ziekenhuis is een manier om een link met het dagelijkse leven te behouden. Tijdens het ontwerpen van een ziekenhuisomgeving moet er daarom aandacht gaan naar het voorzien van voldoende ruimte, zoals aangename zit-hoekjes en speelruimte, om op een aangename manier sociale interacties mogelijk te maken.

Op ruimtelijk vlak komt het erop neer dat kinderen een huiselijke sfeer verkiezen. Dit kan – zoals hierboven vermeld werd – in eerste instantie gerealiseerd worden door de inrichting van de patiëntenkamer deels over te laten aan de patiënt zelf, zodat deze er zijn of haar eigen plekje van kan maken. Bovendien blijkt het belangrijk dat er op de kinderafdelingen een ‘woonkamergevoel’ gecreëerd wordt met gezellige hoekjes en knusse zetels. Veel patiënten lijken immers op zoek te zijn naar dit ‘thuisgevoel’ om op een zo aangenaam mogelijke manier in het ziekenhuis te verblijven.

Iets anders dat voor kinderen tot slot erg belangrijk blijkt te zijn, is het afstemmen van de ziekenhuisomgeving op de verschillende leeftijdsgroepen in een kinderziekenhuis. Op een kinderafdeling komen patiënten tot 18 jaar terecht. Doordat kinderafdelingen vandaag voornamelijk gericht zijn op de jongere kinderen, komen deze al snel kinderachtig over voor pubers en adolescenten. Dit probleem kan men oplossen door bij de inrichting geen al te figuratieve thema’s, zoals tekenfilmfiguren, te gebruiken. Het werken met eerder abstracte thema’s, waaraan elke kind een eigen interpretatie kan geven, blijkt echter een meerwaarde te hebben. Zo kan er met het thema van natuur gewerkt worden, waarbij gebruik gemaakt wordt van kleuren en een abstracte vormgeving om het thema uit te drukken. Wat samengaat met de aandacht voor verschillende leeftijden, is het voorzien van aangepaste ruimtes voor spel en ontspanning. Ruimtes voor positieve afleiding, aangepast aan verschillende leeftijden, zijn een belangrijk aspect om sociale interacties in het ziekenhuis te bevorderen. Zo kunnen patiënten leeftijdsgenoten leren kennen tijdens hun ziekenhuisverblijf en kunnen ze de band met broers en zussen sterk houden.

We kunnen besluiten dat kinderen elk op hun eigen manier ongeveer naar hetzelfde op zoek zijn in een kindvriendelijk ziekenhuis. Kinderen willen deel blijven uitmaken van het gewone, alledaagse leven, ook in het ziekenhuis. Hiermee willen ze de isolatie van het ‘ziek zijn’ doorbreken. Zo willen ze verblijven in een omgeving die niet al te steriel overkomt zodat het ziekenhuisgevoel minder nadrukkelijk aanwezig is; ze willen een zicht op het leven buiten de ziekenhuismuren hebben om er zo mee in contact te blijven; ze willen dezelfde activiteiten kunnen doen als thuis: spelen, ontspannen, leeftijdsgenoten ontmoeten, naar school gaan, enzovoort; ze willen keuzes kunnen maken en een controle- en privacy-gevoel hebben om hun zelfstandigheid te behouden; en ze willen op mama en papa kunnen terugvallen wanneer ze daar behoefte aan hebben. Een ziekenhuis moet dus een omgeving voorstellen waar een kind zichzelf kan zijn en blijven, waar het uitgedaagd wordt en zin krijgt om uit bed te komen zodat het zijn of haar normale leven zo veel mogelijk kan voortzetten.

Tot slot mogen we ook de rol van het verplegend personeel niet vergeten. Zij bepalen in belangrijke mate of een kind zich kan thuis voelen in het ziekenhuis. Ook hierin speelt de architectuur een belangrijke rol. Een aangename en goed doordachte ziekenhuisomgeving draagt ertoe bij dat de personeelsleden met enthousiasme hun werk zullen uitvoeren.”