Doorzoek volledige site
26 november 2014 | KEVIN MOENS

Terugblik panelgesprek The Competition Antwerpen: deel 2

Illustratie | Stefan Eerlingen
Illustratie | © Stefan Eerlingen
Wim Boydens. Illustratie | © Stefan Eerlingen
Peter Leroy Illustratie | © Stefan Eerlingen
Robbrecht Daem Illustratie | © Stefan Eerlingen

Op 6 november organiseerde Architectura.be de Belgische filmpremière van The Competition, in samenwerking met Eternit, Vandersanden Group, ROCKWOOL en Reynaers Aluminium. Na de vertoning gingen Peter Leroy, Bart Lens, Koen Van Bockstal, Wim Boydens en Johannes Robbrecht onder leiding van Kristiaan Borret in debat over de Belgische wedstrijdcultuur. In de tweede episode komen Wim Boydens, Johannes Robbrecht en Peter Leroy aan bod.

Heb je het gevoel als ingenieur als je in een team zit, dat je mee kan denken en dat je de architect kan drijven tot iets nieuw? Hoe verloopt die wisselwerking?

Wim Boydens: Dat is bij ons niet noodzakelijk hetzelfde zijn als bij collega’s. Dat is afhankelijk van verschillende factoren zoals de tijd, de omschrijving en de architect waarmee je samenwerkt.

Ten opzichte van vroeger zijn we meer geëvolueerd naar geïntegreerd ontwerpen, elkaar beter begrijpen als multidisciplinair team waarbij de architectuur als rode draad doorheen het verhaal loopt. We zijn beter getraind en halen zo meer uit het proces. Ik ga niet pretenderen dat ik als ingenieur door deel te nemen aan wedstrijden architecten ook nog eens na hun opleiding extra opleid. Je raakt echter wel beter op elkaar ingespeeld. Vroeger werd architectuur ontworpen en nadien mochten wij er de techniek op loslaten. Geïntegreerd ontwerpen daarentegen vraagt communicatie die allen rijker maakt, maar iedereen moet uiteraard zijn eigen vakgebied blijven bewaken. Los daarvan mag techniek niet wegen op het creatief proces van de architect.

Daarnaast werken we te hard en te zeer in detail en daarmee doen we onszelf de duivel aan. De kern van de beoordeling moet kijken naar het conceptuele en de vraag of het een geïntegreerd concept is. Zoals met in sommige wedstrijden ziet waar men zegt: een beperkt aantal pagina’s en een beperkt aantal schetsen.

Wat zijn de grote verschillen tussen de wedstrijdcultuur hier en die in het buitenland?

Johannes Robbrecht: We hebben deelgenomen aan de wedstrijd voor de White Chapel Gallery in Londen. Het was een heel beperkte wedstrijd. We werden drie weken op voorhand gecontacteerd en moesten een dossier samenstellen met slechts enkele referenties en een korte visie. Op basis daarvan werden we tot laureaat gekozen. In Frankrijk is het wedstrijdverloop wel uitgebreider. Je hebt dan een uitgebreider team nodig, maar daar staat wel een wedstrijdvergoeding tegenover die een veelvoud is van wat er in Vlaanderen betaald wordt. Niet tegenstaande dat er in Vlaanderen ook uitgebreide vragen en eisen gesteld worden bij wedstrijden.

Welke inspanning te leveren voor welke vergoeding…?

Peter Leroy: We hebben geen wedstrijden nodig om geïntegreerd te werken. Dergelijke manier van werken is nu veel belangrijker dan vroeger en dat is positief. De eerste lijn van een project wordt tegenwoordig niet zelden door een ingenieur op papier gezet.

Een wedstrijd is vanzelfsprekend een uitdaging voor een bureau. Je voelt de adrenaline en de pizza’s worden in de late uurtjes geleverd. Het is een fantastische ervaring die schwung brengt in een bureau. Maar je moet een project niet tot in de kleinste details uitwerken als het waarschijnlijk toch niet bekeken gaat worden. Daar hou je een bureau niet leefbaar mee en dan ontgaat mij het plezier. Wij proberen altijd, en dat zijn ook de wedstrijden die we winnen, alles op een bierkaartje te krijgen. Meestal kan je met een bierkaartje de opdrachtgever overtuigen. Daar moeten we voor gaan: een minimaal idee en niet een lijvig dossier waar 60 à 70.000 euro is ingekropen. Energie beperken, plezier behouden: dat is mijn motto. Versta me niet verkeerd, ik heb geen probleem met een volledig voorontwerpdossier, maar laat het dan ook correct betaald worden. Dan kan iedereen deelnemen aan wedstrijden en houden we de sector leefbaar. Maar zoals het er nu aan toegaat, is het niet vol te houden.

Zou je de manier van vergoeding graag veranderd zien inde wedstrijdsystematiek in Vlaanderen?

Peter Leroy: Zeker niet. Je moet beginnen bij het begin: de projectdefinitie. Hoeveel definities zijn er goed? Weinig. Ze zijn zelden of nooit opgesteld in samenwerking met een architect die kan beoordelen of dergelijke definitie haalbaar is.

Het loopt al fout tijdens de eerste fase: de kandidatuurstelling. Tegenwoordig zijn er gemiddeld 44 à 50 kandidaten. Hoe kunnen ambtenaren daar een selectie in doorvoeren? Ze zijn er niet voor opgeleid. Misschien moeten we naar een systeem zoeken dat van in het begin duidelijke regels en oplossingen voorstelt. Laat ons dan uiteindelijk komen tot drie kanshebbers die je correct betaalt. Dan gaat de bouwheer of de opdrachtgever al goed nadenken of hij krijgt wat hij wil, aangezien ze er goed voor moeten betalen. Nu kunnen ze quasi gratis zoveel ideeën krijgen als ze willen, die achteraf nog eens allemaal gemengd worden, om dan aan de uiteindelijk winnaar te vragen om al die elementen ook in zijn ontwerp te verwerken.