Doorzoek volledige site
02 december 2014 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): Oh La La c’est magnifique!

Filip Canfyn.
"Oostende heeft én de zee én het zand én het wellicht mooiste stadspark van Vlaanderen én vooral een verborgen groene gordel rond en aan de rand van de stad, die zelfs voor een halve Oostende-kenner een verrassing moet zijn." Illustratie | Canvas
Illustratie | www.screenflanders.be

Tweewekelijks kruipt huiscolumnist Filip Canfyn in zijn pen voor Architectura.be en onderwerpt hij het architecturale reilen en zeilen aan een kritische blik in zijn column Steen&Been. Canfyn liep niet echt warm voor de reeks Atelier De Stad op Canvas, maar de laatste aflevering over Oostende was volgens hem wel een schot in de roos. 

"De reeks ‘Atelier De Stad’ op Canvas, op zondagavond, heeft nog niet echt gevonkt maar de aflevering over Oostende van 23 november zat er wel ‘boenk’ op.

Laat mij duidelijk zijn, ik hou van Oostende. Ik hou van die milde melting pot van armoede en toerisme, van marginaliteit en koningsego, van stad en zee, van verval en passie, van duisternis en temperament. Hier heersen de warrige geesten van Ensor, Spilliaert en Arno nog elke dag, samen met de rode oligarchie, de mercantiele anarchie en de schuifelende vergrijzing. Hier wonen kwetsbare loners in achterflats telkens ze een maand huur vooraf kunnen betalen, hier ontvangen ex-Oostblokse dames met zeezicht en hand- en spandiensten tijdens de daluren van de winter, hier paraderen zoekers en zieners aan de rand van land en leven. Oostende is moeilijk, complex, enigmatisch maar o zo boeiend.

Deze overvloedige liefde voor Oostende maakte mij wel wat wantrouwig. Wat zouden de Canvassers hier van bakken? Eerlijk gezegd, de intro met het pompeus maar leeg dansescapisme in duin en strand deed het ergste vrezen tot het verhaal van het ‘Groen Lint’ aangesneden werd. Toen werd het prachtig en prettig.

Oostende heeft én de zee én het zand én het wellicht mooiste stadspark van Vlaanderen én vooral een verborgen groene gordel rond en aan de rand van de stad, die zelfs voor een halve Oostende-kenner een verrassing moet zijn. Die vele natuurfragmenten wil dat Groen Lint nu verbinden en letterlijk openen voor fietsers, voetgangers, hun benen en hun ogen.

De plaatselijke projectleider legt glashelder en efficiënt de duidelijke doelstellingen van het Groen Lint uit maar zijn pittig proza effent vooral het pad voor de onvolprezen poëzie van de al even onvolprezen (landschaps)architect Georges Descombes. Wat een openbaring! De bezieling, de klaarheid, de bezorgdheid, de vastberadenheid, de focus van deze internationale denker en doener spatten van het scherm. Iemand, die zich in zijn concreet leven laat inspireren door Marcel Proust, John Cage en Jean-Luc Godard zonder zich in genante pedantie te verliezen, wel integendeel, moét uit het goede polderhout gesneden zijn.

Hij laat zich inderdaad leiden door een niet verkeerd te begrijpen credo van Godard: “faire ce qu’on peut et ne pas faire ce qu’on veut, faire ce qu’on veut à partir de ce qu’on peut”. Deze zin mag boven iedere bedsponde hangen. Descombes stelt dat een landschap vertelt maar niet liegt en dat een bescheiden ontwerper zich daarom moet beperken tot laconieke interventies, die versterken wat is, articuleren en zichtbaar maken en die voor mens en natuur het geheugen vormen van de veranderingen, van verleden en toekomst.

Hij werkt met platformen (waar men bewust kan staan tussen stad en landschap om te kijken), met waterboorden (waar men tactiel kan worden met kreken, plassen en beken) of met dreven (waar men gestuurd kan verblijven tussen richtinggevende bomen).

Descombes begrijpt goed het absurdisme van Oostende als hij aan het Duinenkerkje, waar bijna naast de Atlantic Wall Ensor begraven ligt en waar op amper honderd meter strand over duin en kerkhof overgaat in polder, een tuin wil maken, die deze potpourri zowel kalmeert als accentueert.

Descombes begrijpt goed de potentie van Oostende als hij achter een platvloerse winkelboulevard landbouw wil ontwikkelen als een lokale versie van de ‘Hortillonages’ van Amiens, een miraculeus dooraderd stedelijk netwerk van volkstuinen.

Descombes begrijpt goed de beschaving buiten Oostende als hij oppert dat kinderen meer als doelgroep van een ontwerper moeten gehanteerd worden omdat hun omgaan met mens en natuur veel relevanter is dan dure conceptie en intellectuele vormgeving. Zo laakt hij spitant de degoutante speeltuigen voor kinderen in nieuw aangelegde landschappen, parken en pleinen. “Die speeltuigen zijn niet voor de kinderen. Ze zijn voor de volwassenen: ces trucs sont faits pour se débarrasser des enfants!”

Georges Descombes kan Oostende royaal Leopold II doen vergeten."