Doorzoek volledige site
17 december 2014 | JEROEN SCHREURS

De Vibe-infodag over milieuverklaringen op bouwmaterialen: wat u moet onthouden

De infodag van Vibe, het Vlaams Instituut voor Bio-ecologisch bouwen en Wonen over de verschillende erkenningen van duurzame bouwmaterialen lokte veel geëngageerde bezoekers, dat bleek tijdens het afsluitend vragenrondje. Een statement over belangrijkheid van het thema, maar ook over de vraagtekens die nog rond het onderwerp hangen. Architectura neemt er voor u enkele weg.

Wat zijn LCA’s en EPD’s, en wat zeggen ze over een bouwproduct?

Een levenscyclusanalyse (LCA) van een bouwproduct is nog altijd de meest uitgebreide methode om de milieu-impact van een product te berekenen. Zo’n LCA probeert zoveel mogelijk gegevens over die impact van het bouwmateriaal te kwantificeren. Het gaat dus veel verder dan alleen disolatiewaarde. LCA’s steunen op het ‘cradle to grave’-idee: ontginning, transport, verwerking, gebruik, onderhoud, afbraak en recyclage worden allemaal mee in de berekening genomen.

Een EPD is de vastgelegde vorm om de resultaten van zo’n LCA te communiceren. Die vorm verschilt nog van land tot land en zijn dus niet vergelijkbaar. Daarnaast zijn de rekenmethodes anders en verschillen de systeemgrenzen voor iedere EPD (van de wieg tot aan de fabriekspoort in plaats van tot aan het graf, bijvoorbeeld).

Er zijn dus nog wel wat onzekerheden bij deze methodes, ook al zijn er al veel wetenschappelijke data voorhanden, naast regels over hoe gebruikers de resultaten moeten berekenen en interpreteren. Maar naast de discussie over de systeemgrenzen gaat het ook nog over andere dingen. Welke functionele eenheid gebruikt men om verschillende fases in het proces met elkaar te vergelijken? Hoe zet je bijvoorbeeld de impact van de ontginning van een product naast de milieukosten van de isolatiewaarde in een gebouw? Nog een twistpunt is de allocatie van bepaalde milieu-impacten. Peter Thoelen, directeur van Vibe, legt uit: “Wie met schapenwol isoleert, kan stellen dat die wol een bijproduct is van het kweken van schapen voor vlees en dus weinig milieu-impact heeft. Maar wat als fokkers schapen zouden kweken, speciaal voor de wol? Dan is de impact natuurlijk een stuk groter. Bij al deze discussies komt nog bij dat een kleine verandering in de data voor een groot verschil in het resultaat kan zorgen. We moeten dus hele duidelijke regels afspreken.”

 

Wat is het ECOplatform?

Een probleem is dus dat de berekeningswijze van EPD’s erg verschilt van land tot land. Het ECOplatform is een privaat netwerk dat die verschillen probeert weg te werken. Els Van de Moortel, medewerker van Vibe: “Wij proberen via dit netwerk om EPD’s te standaardiseren voor zoveel mogelijk Europese landen. Nu zijn EPD’s van het ene land niet geldig in het andere en moeten bedrijven in elk land een nieuwe procedure starten. Wij willen een centralisatie van die EPD’s op een Europees platform, zodat de kosten voor EPD’s zakken en handelsbarrières voor die bedrijven naar omlaag gaan. We hebben al een grote stap gezet met het akkoord over een “core EPD”. Dat standaardiseert de cyclus vanaf de ontginning van grondstof tot aan de productie van het materiaal. Toch moeten we nog een lange weg afleggen, want de discussies gaan tot de kern. Er is bijvoorbeeld nog geen akkoord over een algemene definitie van wat een bouwmateriaal nu precies is."

 

Wat houdt het PEF-systeem, een initiatief van de Europese Commissie, in?

Ondertussen komen er naast EPD’s en LCA’s ook nieuwe initiatieven , die volgens Carolin Spirincks van het VITO, het Vlaamse Instituut voor Technologie, niet  onafhankelijk naast de al bestaande methodes zullen komen. “PEF, of Product Environmental Footprint, wil de levenscyclusanalyse opentrekken naar alle producten op de markt, niet enkel bouwmaterialen. Dit gebeurt momenteel voor een groep testproducten, zoals T-shirts, koper, IT-benodigdheden, maar ook verven en thermische isolatie. De bedoeling is om met deze PEF-aanduiding de hele markt voor de groene producten te uniformiseren, ook voor bouwmaterialen.”

 

Is dit allemaal bruikbaar voor architecten?

Hoewel verschillende labels nuttig zijn om een algemeen beeld te schetsen van een product is de informatie uit EPD’s en LCA’s nog moeilijk toe te passen in de praktijk. Een gigantische hoeveelheid data kan in zo’n analyse bijvoorbeeld worden samengevat in één ingewikkeld kengetal dat moeilijk te lezen is. Daarom zijn de verschillende instanties ook bezig met het ontwikkelen van instrumenten die architecten en andere voorschrijvers kunnen hanteren. OVAM, bijvoorbeeld, is bezig met een MMG (Milieugerelateerde Materiaalprestatie van Gebouwelementen)-classificatie die basiselementen van de woningbouw identificeert en mogelijke keuzes ter vergelijking naast elkaar zet. Zo kan een gebruiker zien wat een keuze voor een bepaald product met zich meebrengt qua milieu-impact, maar ook welke fase van de levenscyclus van dat product de grootste impact heeft en wat voor impact dat juist is. Hieronder ziet u een voorbeeld voor het element ‘de verdiepingsvloer’. Meer zulke tabellen vindt u hier.

Wat zijn de gevolgen van het Koninklijk Besluit (KB) Milieuverklaringen dat vanaf 1 januari in voege treedt?

De Federale Overheidsdienst Leefmilieu ontwierp dit KB om het fenomeen ‘green washing’ tegen te gaan. Dieter De Lathauwer van de FOD Leefmilieu: “Veel producenten slaan de consument rond de oren met ‘duurzame’, ‘groene’ en ‘milieuvriendelijke’ producten. Meestal is dat niet meer dan een groen marketinglaagje over het product, maar maken ze hun claims niet waar. Dit KB wil zulke praktijken inperken door alle milieuboodschappen die een producent aanvoert op zijn product aan enkele eisen te laten voldoen. Vage termen zoals ‘duurzaam’ mogen bijvoorbeeld niet meer en alle relevante aspecten van de levenscyclus van een product moeten in aanmerking worden genomen. Cherry picking is dus uit den boze. Vergelijkingen moeten duidelijk aantonen waarmee men het product vergelijkt en de milieuboodschap moet ook helder zijn: gaat die boodschap over het product, de verpakking, of beide?”

Zo’n milieuboodschap zal ook moeten steunen op Europese normen en een EPD dat te raadplegen is in een databank van de FOD. Die zal klaar zijn tegen maart 2015. “Dat is een eerste stap naar een juistere milieubeoordeling van bouwmaterialen,” aldus De Lathauwer.

GERELATEERDE DOSSIERS

GERELATEERDE ARTIKELS