Doorzoek volledige site
19 december 2014 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): Noël-sur-Mer & Noyelles-sur-Mer

Voor de laatste keer in 20104 kruipt huiscolumnist Filip Canfyn in zijn pen voor zijn column Steen&Been. Al ettelijke jaren trekt hij met zijn wederhelft en zijn trouwe viervoeter richting noord-Frankrijk dichtbij Saint-Valéry-sur-Somme om er in alle rust het eindejaar door te brengen. Telkenmale brengen ze een bezoek aan het Chinezenkerkhof in de buurt. 

"Reeds enige tijd breng ik, samen met mijn montere geliefde en mijn oude hond, de laatste dagen van het jaar door dichtbij Saint-Valéry-sur-Somme en Le Crotoy, in een veredelde stal. Meer Christmassy kan het niet én moet het niet. Ik hou mij graag ver van de kartonnen oppervlakkigheid, die een stad verdichten tot verlichte winkelstraat en een mens tot verplichte consument. In mijn Noordfranse stal is het om vijf uur al donker en chambreert een fles landwijn, zonder bubbels.

Elk jaar gaan wij met een warm hart naar het Chinezenkerkhof in de buurt, in Noyelles-sur-Mer, een gehucht tussen de stal en de zee. Hier komen wij met ons drietjes wandelen en mijmeren. Zelfs mijn hond wordt er stil. Onderstaand relaas over de Chinezen van Noyelles is mijn kerstverhaal, dat volledig conform de tijdsgeest ook nog eens de boog met 14-18 maakt. We kunnen maar beter in vrede gaan …

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wil republiek China, dat zich eigenlijk neutraal opstelt en dus geen militaire hulp kan inbrengen, uit geopolitieke solidariteit arbeiders-werksoldaten aanbieden.

Medio 1916 laat het Franse leger een eerste lichting overkomen. In de winter van 1916 laat ook het Britse leger support aanvoeren voor de troepen in Frankrijk. Soldaten, die nu nog schepen lossen, kunnen door Chinezen vervangen en weer in de gewapende strijd ingezet worden terwijl bijkomende handen ook de broodnodige bevoorrading op peil moeten houden. Aanvankelijk vakbondsprotest wordt snel het zwijgen opgelegd door de immense verliezen aan de Somme.

Frankrijk laat in totaal 40.000 Chinese arbeiders overkomen. Zij moeten een contract voor vijf jaar ondertekenen en mogen daarna naar huis terugkeren of in Frankrijk blijven. Voor die laatste optie gaan 3.000 Chinezen, waarvan er velen trouwen met een lokale eega: er is een overschot aan dames omdat de mannen sneuvelen, de vrouwen niet aan het front mogen strijden en de soldaten weinig verlof krijgen. Het Britse leger geeft maar contracten van drie jaar en zendt de Chinezen daarna terug naar hun land van herkomst.

In totaal werken 175.000 Chinese arbeiders aan het westelijk front. De laatsten vertrekken in 1920.

Noyelles-sur-Mer is het Britse hoofdkwartier in Europa voor Chinese arbeiders, die daar dus voor het eerst vaste voet op vreemde bodem zetten. Ze komen met de boot via Japan, nemen de trein door Canada, steken in de laadruimte van een schip de Atlantische Oceaan over, worden in Boulogne weer op de trein gezet richting Parijs en moeten uitstappen in Noyelles-sur-Mer. Anderen komen langs het Panama- of Suezkanaal of ronden de Kaap de Goede Hoop maar het eindstation blijft altijd hetzelfde.

In Noyelles-sur-Mer, waar de arbeiders verdeeld worden over Noord-Frankrijk en de Westhoek (Poperinge is daar het transfercentrum), liggen het basiskamp, het belangrijkste hospitaal, het postkantoor voor de verbinding met China en, last but not least, de gevangenis.

De arbeiders zijn gemakkelijk herkenbaar aan hun uniforme werkkledij zonder militaire insignes: een jas zonder knopen maar met riem, een truitje mét knopen, een losse lange broek met buikband, kousen en bottines.

Ze worden in de mate van het mogelijke begeleid door tolken en officieren, die Chinees spreken of ervaring met China hebben. Franse Chinezen worden beter behandeld en betaald dan Engelse Chinezen, die wel vier keer meer dan thuis verdienen maar slechts de helft van een Engelse piot. Wie ziek is verdient niets, wie stout is moet een boete betalen. Om de pil te vergulden wordt het brood in het menu gaandeweg vervangen door meer rijst en meer noedels.

2.000 ongelukkigen worden begraven in Noord-Frankrijk en de Westhoek.

35 leden van het Chinese Labour Corps liggen op de Lyssenthoek in Poperinge.

De grootste Chinese begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog in Europa ligt ook in Noyelles-sur-Mer. Hier staan 841 zerken en worden 41 vermisten geëerd. De oorspronkelijke houten kruisen worden vanaf 1920 vervangen door uniforme grafstenen, gegraveerd en gebeiteld door weeral Chinese arbeiders.

Hoe komen die Chinezen hier om? De vele barakkendorpen voor Chinezen alleen, die achter prikkeldraad gehouden worden, en de havens Calais en Duinkerke, waar hard gearbeid wordt door Chinezen, worden meer dan eens aangevallen door Duitse vliegtuigbommen, die de Oosterse werkkracht willen saboteren.

Nog meer Chinezen vinden echter de dood nà de oorlog. In het begin moeten gebouwen opgetrokken, wegen aangelegd, loopgraven gedolven, zandzakken gevuld, materieel gereinigd, slagvelden opgeruimd, schepen gelost en treinen geladen worden, weliswaar dichtbij het front, maar na de Wapenstilstand wordt het écht gevaarlijk voor de werksoldaten. Niet alleen moeten gesneuvelden, die gevonden worden met snuffelhonden van het Rode Kruis, begraven worden maar vooral moet de niet-ontplofte munitie in de oorlogsgrond opgespoord worden. Hierbij vallen natuurlijk vele slachtoffers: kanonnenvlees après la lettre."