Doorzoek volledige site
22 januari 2015

Opinie: b0b van Reeth en Christoph Grafe over een doorstart voor de Antwerpse stadsbouwmeester

Illustratie | het Nieuwsblad
Illustratie | Google Images
Illustratie | Google Images

Het Antwerps stadsbestuur maakte onlangs bekend dat bOb Van Reeth en Christoph Grafe worden aangesteld als tijdelijke voorzitters van respectievelijk de welstandscommissie en van de nieuwe A-commissie van de stad Antwerpen. Voor het VAi penden zij een bijdrage neer over hun tijdelijk mandaat. 

"Antwerpen heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot één van de toonaangevende steden op het gebied van een intelligente en consistente stadsontwikkeling. De projecten in de voormalige havengebieden, het Park Spoor Noord, het Schipperskwartier en het MAS – maar ook veel kleine verbeterprojecten in de oude stadswijken – hebben ervoor gezorgd dat de stad een voortrekkersrol in Vlaanderen heeft genomen in de ontwikkeling van een duurzame stedenbouw en daarbij ook internationaal als een voorbeeld wordt gezien. Het is niet overdreven om te zeggen dat Antwerpen mee de kiem heeft gelegd voor de huidige ‘Vlaamse golf’ van architecten die niet alleen binnen kleine kring aandacht krijgen, maar ook steeds meer worden uitgenodigd voor prestigieuze internationale opdrachten. Antwerpen, zo veel kan gezegd worden, wordt door velen beschouwd als dé architectuurstad in de Lage Landen. Geen architecturale zoo met gebouwen die alle aandacht opeisen, maar een stad waar het nieuwe in evenwicht met het bestaande tot stand komt. 

De opkomst van de Antwerpse stedenbouw en architectuur is niet komen aanwaaien. De kiem hiervan ligt in het begin van de jaren 90 wanneer met de prijsvraag ‘Stad aan de Stroom’ de eerste ruimtelijke concepten en ideeën voor Antwerpen werden ontwikkeld. Het was het startschot van een nieuwe aanpak van stedelijke ontwikkeling. In 1996 werd een Architectuurnota goedgekeurd (op initiatief van de onlangs overleden Eric Anthonis) waarbij het beleid besliste een geheel nieuwe richting in te slaan. Stedelijke ontwikkeling in Antwerpen gaat sindsdien hand in hand met een gesprek over de stedelijke ruimte. En daarmee over de kwaliteit van het publieke domein.

Het gesprek over de kwaliteit van de stad is geen zaak van experten. Bouwprojecten zijn altijd verbonden met allerlei overwegingen, maatschappelijke belangen en economische verwachtingen. Om de dynamiek van de stad goed te gebruiken, in het algemene belang en dat van de individuele spelers, heeft Antwerpen zichzelf  een regisseur gegeven die ervoor moet zorgen dat het gesprek tussen de partijen gevoerd wordt: de stadsbouwmeester. De stadsbouwmeester ontwerpt zelf niet, maar is soms moderator, soms dompteur, altijd ook inspirator. Hij (of zij, al moet de eerste vrouw nog benoemd worden) krijgt de autoriteit om tussen het bestuur en de vele belangen te bemiddelen die een claim op de stad leggen. En ook om alle betrokkenen – drukkingsgroepen, ontwikkelaars èn politiek ¬– zo nu en dan weer eens eraan te herinneren dat een gezamenlijke visie op de stad nodig en mogelijk is. Dat het ambt een lange geschiedenis heeft – de eerste stadsbouwmeester werd in 1794 benoemd – is wellicht ook een aanwijzing voor de kern van de functie: de afweging tussen noodzakelijke verandering en de continuïteit, en het onderscheid tussen de waan van de dag en de identiteit van de stad.

Het vertrek van de vorige stadsbouwmeester Kristiaan Borret ging gepaard met een breed debat over richting die het instituut in de toekomst moet krijgen. Het stadsbestuur heeft altijd benadrukt dat het belang hecht aan het ambt van de stadsbouwmeester. Er werd dan ook snel een procedure op gang gezet om geschikte kandidaten voor een opvolging te vinden. Een moeilijk proces met als uitkomst dat uiteindelijk slechts één kandidaat overbleef. Het stadsbestuur komt tot de conclusie dat de tijd nog niet rijp is voor een blijvende oplossing. Het college heeft daarom de politieke beslissing genomen om de lopende procedure tot aanstelling van een stadsbouwmeester stop te zetten. Tegelijk zijn wij gevraagd om als curatoren om elk een van de commissies voor te zitten die het college adviseren over de ruimtelijke en architecturale kwaliteiten van bouwprojecten – de Welstandscommissie en de zogenaamde A-commissie waarin grote projecten worden behandeld die oplossingen op maat vergen.

Is dit het einde van de Antwerpse stadsbouwmeester? Neen. Wij nemen de opdracht als curatoren op ons vanuit de overtuiging dat een goede invulling van het instituut stadsbouwmeester fundamenteel voor de stad is. We willen meehelpen om een goede, duurzame oplossing voor dit ambt te vinden. Voor één jaar zullen we ons als voorzitters van de twee commissies inzetten om, in nauwe onderlinge samenwerking èn met onafhankelijkheid, het gesprek over de kwalitatieve ontwikkeling van de stad op gang te houden. En, waar nodig, vlot te trekken. We doen dit vanuit het vertrouwen in het bestuur van de stad. We gaan ervan uit het dat het stadsbestuur zeer serieus hierin is en dat er binnen een jaar de stadsbouwmeester gevonden kan worden die Antwerpen nodig heeft: onafhankelijk, met gezag en transversaal werkend aan een visie op de stad. Het succesvolle verhaal van de Antwerpse stadsbouwmeesters zal worden voortgezet – in het belang van een goed bestuur en de toekomst van de stad."

bOb van Reeth
Christoph Grafe

GERELATEERDE DOSSIERS

GERELATEERDE ARTIKELS