Doorzoek volledige site
23 januari 2015 | VALENTINE GRUWEZ

Opinie: Kan architectuur de leefbaarheid verbeteren in een Palestijns vluchtelingenkamp?

Momenteel leven in het kamp zo'n twintigduizend vluchtelingen op een kleine vierkante kilometer. Illustratie | KU Leuven
Tom Lanclus, Valentine Gruwez, Jasper Aerts en Charlotte Dhollander. Illustratie | Vlaamse Scriptieprijs
Illustratie | KU Leuven

Op 18 december 2014 werd de Vlaamse Scriptieprijs uitgereikt. Juriste Alexandra ging met de prestigieuze titel aan de haal. Bij de genomineerden zat echter ook een architectuurkwartet. Valentine Gruwez, Tom Lanclus, Jasper Aerts en Charlotte Dhollander onderzochten in hun thesis het belang van architectuur in vluchtelingenkampen in Gaza. Valentine, intussen aan de slag bij JDS Architects, licht de scriptie toe. 

"Kan architectuur de leefbaarheid verbeteren in de erbarmelijke omstandigheden van een Palestijns vluchtelingenkamp? Op deze vraag zochten we een antwoord in onze master-scriptie Gaza©Jordan die in december de shortlist haalde van de Vlaamse Scriptieprijs. De tegenstrijdigheid van zijn bestaan maakt het verbeteren van een vluchtelingenkamp vele malen complexer dan op het eerste zicht lijkt. Een ongebruikelijke architecturale invalshoek opent nieuwe perspectieven.

Bij de term vluchtelingenkamp denkt men steevast aan stoffige aardwegen, omheiningen met prikkeldraad en eindeloze rijen tenten. Niets is minder waar voor de Palestijnse kampen. Gedurende 66 jaar hebben de vluchtelingen hun kampen uitgebouwd tot de dichtbevolkte vluchtelingensteden die ze vandaag zijn. De levensomstandigheden zijn er helaas nog steeds schrijnend en verre van ontwikkeld. Zo ook in Gaza kamp, een vluchtelingenkamp in Jordanië dat met zijn 0,75 vierkante kilometer een thuis biedt aan zo’n 20 000 Palestijnen. Hier onderzochten wij of en hoe deze vluchtelingen kunnen worden geholpen met architecturale en stedenbouwkundige ingrepen.

Een compacte stad temidden de Jordaanse olijfgaarden. Waar betonnen muren, golfplaten daken en hier en daar een tweede verdieping vindingrijk op elkaar zijn geplaatst. Waar open rioleringen het straatbeeld domineren en de opengebroken wegen zo smal zijn dat erdoor rijden een kunst is. Dat is Gaza kamp. De beperking van de officiële grens en de rijzende bevolkingsgroei doen het kamp vandaag uit zijn voegen barsten. Abominabele hygiëne, verwaarloosde publieke ruimte, moeizame bereikbaarheid, dodelijke wegen, onveilige bouwsels en illegale uitbreiding zijn de betreurenswaardige gevolgen. De problemen in de vluchtelingenkampen zijn glashelder. Waarom is ingrijpen dan zo moeilijk?

Palestijnse vluchtelingenkampen hebben een uitzonderlijk statuut. Enerzijds zijn zij de plek van verbanning. Ze belichamen de onmogelijkheid tot terugkeer. Het etiket kampbewoner lokt daarenboven stigmatisering en uitsluiting uit in het gastland. Anderzijds is het kamp de belangrijkste connectie met het thuisland Palestina. Het houdt de Palestijnse gemeenschap bruisend en intact. Het kamp belichaamt het recht op de terugkeer, de right of return, dat door jong en oud wordt gekoesterd.

Het is deze right of return die een verbetering van de erbarmelijke omstandigheden in de weg staat. Wanneer NGO’s nieuwe infrastructuur, een school of hospitaal financieren, vrezen de vluchtelingen dat hun situatie geaccepteerd en dus definitief wordt. Het kamp verliest steeds meer zijn tijdelijke karakter en de right of return gaat verloren. Maar is dat wel per definitie zo? Impliceert een verbetering van het tijdelijke leven vanzelfsprekend het verlies van die tijdelijkheid?

Onze masterscriptie tracht die vraag te beantwoorden aan de hand van concrete ontwerpvoorstellen en een ruimere toekomstvisie voor Gaza kamp. 

In tegenstelling tot voorgaande studies in het kamp zijn wij (samen met UNRWA) een andere weg ingeslagen. We kijken niet langer uitsluitend naar dwingende socio-economische noden, maar trachten daarnaast een ruimtelijke invalshoek te introduceren. Vanuit de historische groei van het kamp, zijn dominante stedelijke figuren, de innesteling in zijn omgeving en de relatie met zijn uitbreiding komen we tot een dieper ruimtelijk inzicht. Vele problemen in Gaza kamp blijken vervolgens beter verklaarbaar.

Vanuit dat inzicht vormen zich ruimtelijke strategieën die putten uit de troeven van het kamp. Ze willen de Palestijnse identiteit benadrukken en toch op gevoelige wijze mediëren tussen kamp en gastland, tijdelijkheid en permanentie. Een toekomstvisie moet de NGO-initiatieven, UNRWA-projecten en overheidsingrepen richting geven. Het opzet is niet zozeer de projecten vast te leggen, als wel het kader waarbinnen toekomstige projecten kunnen passen.

Enkele concrete ontwerpen krijgen van ons een plaats binnen dat kader, ter illustratie. We willen er vooral een debat mee opstarten tussen de verschillende belanghebbenden in het kamp. Hoe ontwerpen we degelijke ruimten en plekken voor een tijdelijke stedelijkheid? Hoe kunnen nieuwe ingrepen de Palestijnse identiteit benadrukken en tegelijkertijd mediëren tussen kamp en gastland? Hoe verhoudt het kamp zich tegenover zijn context? Met welke ontwerptools gaan we aan de slag? Hoe kunnen de vluchtelingen maximaal betrokken worden bij nieuwe initiatieven?

Er bestaat geen kant-en-klare oplossing voor de problematiek in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Als alwetend architect generische ontwerpen uittekenen helpt de vluchtelingen alvast geen stap vooruit. Wel lijkt architectuur de potentie te hebben een dialoog op gang te brengen waarin problemen vanuit een nieuwe hoek worden aangekaart. Ze lijkt een vat aan ideeën te kunnen opentrekken en nieuwe mogelijkheden bloot te leggen. Architectuur, niet als doel maar als middel. Misschien ligt daar de toekomst van de Palestijnse kampen?"