Doorzoek volledige site
27 januari 2015 | KEVIN MOENS

De Praatstoel: David Dhooge en Saar Meganck (DHOOGE & MEGANCK ARCHITECTUUR)

Saar Meganck & David Dhooge. Illustratie | Copyright: Jules August
De Kleine Prins (maquette).
Our House (maquette).
noAarchitecten: museum Plantin Moretus.
Rem Koolhaas: Delirious New York.
David Chipperfield: Cottage Place.
Lacaton Vassal: Museum Dunkerque (1).
Ricardo Bofill: hervormde cementfabriek (1).
Ricardo Bofill: hervormde cementfabriek (2).
De Pearl River Tower van Skidmore, Owings en Merrill.

Liefde voor/in architectuur. David Dhooge en Saar Meganck zijn partners, zowel op professioneel als op echtelijk vlak. David verdiende zijn sporen bij Stéphane Beel Architects, Saar leerde het klappen van de zweep bij Prof. Dr .Ir.- Arch. Firmin Mees. Medio 2014 beslisten David en Saar om samen uitsluitend verder te gaan onder eigen naam. Reden genoeg om onze Praatstoel om te toveren tot een duozit! 

Over welk eigen gerealiseerde projecten zijn jullie het meest fier en waarom?

‘De kleine prins’ is een verbouwing van een rijwoning op een zeer specifiek perceel, met even bijzondere randvoorwaarden. Het huis staat letterlijk met zijn ene schouder te leunen tegen een gigantisch appartementsblok uit de jaren zeventig terwijl zijn andere schouder neergedrukt wordt door de lage tuinmuur van de buur.  Het hoofd van het huis kijkt zijdelings op straat en door een sterke knik in het plan ligt het met zijn rug kronkelend over de grond. Die schijnbare, fysisch sterk voelbare moeilijkheden zagen wij als opportuniteiten die het concept bijna natuurlijk hebben doen ontstaan. Het samenbrengen van de verschillende randvoorwaarden van de site, het programma en de oriëntatie hebben gezorgd voor een zeer specifiek gebouw. Het is allesbehalve generiek, maar zeer genereus. De context en de manier waarop we wilden dat het licht de ruimte binnenvalt, heeft onze structuur bepaald en de zeer specifieke vorm van de houten (kerto) spanten vormgegeven. Het geheel is een bijna absolute vertaling van de inherente kwaliteiten van de site, een tot uiting brengen van de ware aard van de plek.

 

‘Our house’, een oerwoning in een typisch Vlaamse straat, zoals in het liedje van Madness. Wonen is veel meer dan enkel mensen huisvesten, het is ook en vooral een thuis maken, een plek waar je leeft. Als architect kan je daarvoor alleen de ruimte maken, de rest maken de mensen zelf. We geloven in het creëren van kansen die daartoe leiden, maar net door niet te veel te willen doen. 

Het huis ‘Our house’ is daar een voorbeeld van: een aantal kamers, vier muren en een dak. Een oerhuis met een ingebakken orde, zonder enige pretentie of scrupules. Een abstractie van een klassiek plan dat resulteert in een grid van zes evenwaardige kamers. Geen nadruk, enkel evenwicht. Een rust in de vorm van een uitgeblazen adem.

Beneden de klassieke driedeling van een herenhuis naast een centrale traphal; de zes kamers volgen het licht van de zon. Boven vier ruime slaapkamers, een grote polyvalente traphal en centrale badkamer met twee deuren. Een grid van zes vakken, zes vierkanten waar acht deuren nodig zijn. Twee cilindrische tussenkamers van amper twee vierkante meter geven een kortsluiting en zorgen ervoor dat drie ruimtes plots samenwerken.  Looplijnen worden minimaal en spannender (het snelle geluid van deuren die open en dichtgaan zonder iemand te zien, enkel kaarslicht of een schaduw...’Dangerous Liaisons’ in gedachten ). De architectuur van de achtergrond, het wonen in kamers heruitgevonden.

 

Van welk project in uitvoering of in voorbereiding koesteren jullie hoge verwachtingen?

‘Camp’s’, een ambachtelijke mosterd- en picklesfabriek volgens een innovatief, hedendaags abdijprincipe. Dit is een project waar we al geruime tijd mee bezig zijn en waar we de grenzen van de taak van de architect elke dag doorbreken. Om het productieproces beter te doorgronden, zijn we zelf arbeider en productie-ingenieur geworden en hebben we meegewerkt op de werkvloer, met als uiteindelijk doel in nauw overleg met de bouwheer over te schakelen op een verticaal, pomploos productieproces. 

Het wordt een project dat symbool zal staan voor een geïntegreerd werk- en productieproces, een bedrijfsfilosofie waarbij iedereen zich één voelt met het bedrijf. Het is belangrijk dat mensen zich kunnen vereenzelvigen met hun werkomgeving en het gevoel hebben te streven naar een gemeenschappelijk doel. Een aangepaste werkomgeving kan hiervoor zorgen en zelfs stimuleren. 

Onze ambitie is om Camp’s uit te bouwen tot een hedendaagse abdij op de rand van een natuurgebied, een plek waar je naartoe gaat en de magie van het productieproces ervaart, een eiland in een industriezone die je naar een andere wereld brengt. 

Een bijna religieuze ervaring. 

 

Welk project van een andere Belgische architect is volgens jullie een schot in de roos? 

noAarchitecten: de nog niet gerealiseerde uitbreiding van het museum Plantin Moretus. Hun intuïtieve, associatieve benadering tijdens het ontwerpproces klinkt ons heel verwant. We hebben zeer veel respect voor hun oeuvre en hun continue zoektocht.

 

Welke buitenlandse architecten vormen voor jullie een grote bron van inspiratie?

We spreken eigenlijk liever over gebouwen dan over architecten. Architecten staan ons inziens ten dienste van het absolute idee ‘Architectuur’, een bijna abstract, platonisch, onmogelijk te bereiken ideaal. Het is een hedendaags fenomeen dat de architect als persoon op de voorgrond wordt geplaatst, soms op een groteske schaal in de vorm van de ‘starchitecten’. De meest fenomenale gebouwen uit de geschiedenis zijn vaak gebouwen waarvan de architect volledig onbekend was. De ware kracht van architectuur is voor ons het reflecteren van en het ontstaan uit de tijdsgeest, een fenomeen waar we veel belang aan hechten. Kijk maar naar het oude Rome. Architecten zijn gewone mensen maar kunnen door hun verbeelding gebouwen maken voor de eeuwigheid. De kracht en het onmetelijke van de menselijke geest. Een architect kan alleen maar zijn best doen en iets aanbieden dat poogt Architectuur te zijn. Bovenaan een onbestaande lijst van mensen die ons elke dag inspireren, zou zonder twijfel Louis Kahn staan, voor ons de meester der oude meesters, omdat alles in en rond hem getuigde van een bijna onmenselijk, religieuze opvatting over het leven en de plaats van architectuur daarin.

  Daarnaast zeker Rem Koolhaas, die een ware revolutie ontketende met zijn boek “Delirious New York”. Zijn oeuvre blijft boeien en op grote schaal belangrijke invloed uitoefenen op de bebouwde wereld rondom ons, niet in het minst door nieuwe generaties te inspireren en te doen blijven geloven in de kracht van architectuur.

 

Wat zijn volgens jullie de meest geslaagde recente bouwprojecten in het buitenland?

We hebben zopas een penthouse project afgewerkt op Hong Kong Island, een stad waar we ons zeer snel comfortabel in voelden, ondanks de gigantische schaal. We nemen de term ‘bouwproject’ hier ruim en zouden willen stellen dat de stad HK voor ons een zeer geslaagd bouwproject is, een voorbeeld van een megametropool die functioneert als een bijna autonoom levend wezen en waar de leefbaarheid voor de kleine mens toch groot blijft.  Alles voelt daar zeer natuurlijk en bruisend. Je voelt de stad ademen, bewegen, kronkelen. De stad geeft je als mens bijna fysieke energie. Mensen wonen en leven er met miljoenen zeer dichtbij elkaar als een collectief, vlakbij een woeste natuur die de stad binnenstroomt van op de berg. De natuur en de stad versterken elkaar door zichzelf te blijven. De meeste Chinese megasteden zijn allesbehalve voorbeelden op vlak van mobiliteit en leefbaarheid, maar HK is een wereld op zich. Dergelijke steden groeien vanuit een bijna oncontroleerbare, onzichtbare kracht. In ons klassiek westers denken over stedenbouw hanteren we nog veel te vaak de term masterplanning, een term die doet vermoeden dat er een connaisseur is die weet hoe steden moet gebouwd worden en dan een masterplan tekent, terwijl de geschiedenis ons de laatste honderd jaar het tegendeel heeft bewezen. We moeten dringend anders nadenken over onze steden, welke processen en participatietrajecten we hanteren, niet in minst in het kader van mobiliteit, nieuwe woonvormen en energie. 

 

Dichter bij huis getuigen de residentiële projecten van David Chipperfield van een zeer overtuigd eigengeloof en grote voeling met de kleine schaal van het wonen. Zowel zijn private als zijn collectieve gebouwen zijn vaak rechttoe rechtaan, repetitief en daardoor op een bepaalde manier schatplichtig aan Sullivan. En hij is waarschijnlijk een van de eerste sinds Rossi die terug dikke, ronde kolommen durft te bouwen.

 

Het museum in Dunkerque van Lacaton & Vasal. Het achterliggend verhaal is simpel maar geniaal.

 

De Pearl River tower van Skidmore, Owings en Merrill spreekt op een bepaalde manier tot de verbeelding. Er zijn nog dergelijke voorbeelden, maar in dit geval gaat het om een energieneutrale kantoortoren die energie haalt uit de fantastische kracht van de wind, net één van de meest bepaalde randvoorwaarden bij hoogbouw. Op een aantal verdiepingen is er een kantoorvloer uitgehaald en is er plaats gemaakt voor ingebouwde, horizontale windmolens die de toren zijn specifieke vorm geven. De vorm mag dan wel vrij typisch en braaf blijven in dit geval, de ingenieurskunst om de natuurkrachten de aard van een gebouw dermate te laten bepalen, spreekt ons erg aan.

 

Als laatste: de hervormde cementfabriek van Ricardo Bofill in Barcelona is een prachtig voorbeeld van het intelligent omvormen van oud industrieel erfgoed tot een nieuwe ruïne.

 

Welke jonge architect in Vlaanderen maakt momenteel veel indruk op jullie?

BLAF architecten. Ze bruisen van innovatieve, rebelse energie, een zin om dingen te exploreren waar mensen dachten de limiet bereikt te hebben. Een bureau dat durft grenzen te verleggen en steeds met nieuwe concepten op de proppen komt. Alleen zo kan je de wereld veranderen.

 

Wat vinden jullie zo boeiend aan jullie job als architect? Zouden jullie jullie kinderen aanmoedigen om in uw voetsporen te treden?

Architectuur is voor ons al heel lang een duidelijke roeping, clichématig de moeder van alle kunsten. Na al die jaren voelen we ons elke dag meer bevrijd in ons denken door meer en meer alle vaste, normale paden los te laten. Het kan een zoektocht zijn die leidt naar de ware aard der dingen, een ontdekking van de mogelijkheden van het leven. Door het leren kijken met een traag oog zie je alles in zijn ware, onmetelijke en tijdloze vorm. Het zelfstandig zijn is voor ons een onvoorwaardelijkheid in ons leven, de enige onbetaalbare vrijheid van de geest. Het stimuleert je om jouw talenten in te zetten voor een hoger doel, een maatschappelijk nut als het ware. Als we dat kunnen doorgeven aan onze kinderen, in welke vorm dan ook, zouden we gelukkig zijn. Volg je hart, gebruik je talenten en eert de kleine dingen des levens.

 

Welke ontmoeting is bepalend geweest voor jullie verdere architecturale ontplooiing ?

 David: Mijn leven is een ware aaneenschakeling van toevalligheden. Op zevenjarige leeftijd ben ik mijn vader door ziekte verloren. Van toen af ben ik samen met mijn broer door mijn alleenstaande moeder opgevoed. Ik heb alles, in het bijzonder mijn studies, aan haar te danken. Na mijn studies aan de Ugent kwam ik op een dag door een onverwachte, nachtelijke ontmoeting met oude vrienden, in contact met het bureau van Patrick Lefebure. Daar mocht ik direct beginnen en heb ik mijn stage voltrokken. De beste stageplaats ooit. Patrick is vandaag nog steeds een goede vriend en een waar voorbeeld voor mij op menselijk vlak. Warm en ontvankelijk. Ik ben echt blij dat ik hem heb leren kennen. Jaren later werkte ik kort ergens anders en had ik een licht motorongeluk (Ducati rules!), nog wel voor de deur van het bureau van Patrick, toen plots Stéphane Beel uit de ander richting kwam en spontaan stopte om te helpen. Het begin van het belangrijkste deel van mijn architecturale ontplooiing. Stéphane en ik hebben meer dan twaalf jaar zeer intensief en persoonlijk samengewerkt. Daar hebben we samen ongelooflijke tijden meegemaakt. We hebben woningen gebouwd, gevangenissen, kantoren, vooruitstrevende stadsontwikkelingen op de been gebracht, te veel om op te noemen. Samen gedreven met het oog op een gemeenschappelijk doel. Die jaren zijn onvergetelijk en meer dan goud waard, maar tegelijk ben ik blij dat ze achter de rug zijn omdat ik heb beslist dat het tijd is voor iets anders. Ik kijk uit naar een nieuwe fase in mijn leven. Want vroeg geleerd is oud gedaan: je leeft maar één keer. Dat is mijn grootste overtuiging.

 

Saar : Boven alles de inbreng van mijn ouders : ze hebben me van in mijn kindertijd doen ervaren waar schoonheid in ligt in elke betekenis van het woord. Talloze steden, gebouwen, pleinen, muziekstukken, schilderijen, … hebben ze met ons ontdekt en bewonderd. Niet enkel door ze samen te bezoeken maar ook door me steeds te wijzen op het uitzonderlijke, het magische, het aparte van de dingen. Omrijden in Frankrijk op zoek naar een bijna onvindbaar, klein onbekend kerkje waar een prachtige fresco in aanwezig is. Daar samen op het heetst van de dag in de koelte en stilte van deze ruimte tot rust komen. Samen kijken naar opnames van Vladimir Horowitz die piano speelt terwijl we ons verwonderen over zijn vreemde ‘platte’ vingerzetting en de uitzonderlijke klanken en virtuositeit die hij kan creëren. Tijdens het opgroeien zo een ‘toolset’ meekrijgen om naar de wereld te kijken en te beleven is onmiskenbaar meest bepalend geweest voor mijn architecturale ontplooiing.

 

Herkent jullie zichzelf nog in de ambitieuze jonge studenten die jullie ooit zelf waren ? Komen droom en werkelijkheid sterk overeen?

We zijn ambitieuzer, meer gefocust en tegelijk nuchterder dan ooit. We komen elke dag tot de vaststelling dat architectuur onbevattelijk is. Er is geen absolute waarheid. Het besef daarvan kan beklemmend en zelfs remmend zijn maar we voelen dit dermate bevrijdend aan dat we er energie uit halen. De realiteit van de bouwwereld is natuurlijk zeer concreet en soms frustrerend maar we concentreren ons op de positieve zaken. De rest klasseren we en wenden we aan als een beginpunt van iets nieuws. Want dat is voor ons de zin van het leven: een tak breken om er iets van te maken. 

 

 

Faits divers

 

Welke job zou u nu uitoefenen als u geen architect was?

David: zonder twijfel muzikant. Architectuur probeert muziek te zijn. Niets is mooier en overstijgt meer de tijd en ruimte van het leven dan muziek. Alles valt daarbij in het niets.

Saar: iets in de sociale sector. Een thuis / rustplek creëren voor mensen maar op een andere manier dan door te bouwen. 

 

Waar hebt u uw architectuuropleiding gevolgd?

Allebei Universiteit Gent, vakgroep Architectuur en Stedenbouw. Mensen als Charles Vermeersch, Firmin Mees, Guy Chatel, Mil De Koninck, Bart Verschaffel, Maarten Delbeke en vele andere hebben ons toen onbewust gevormd en geïnspireerd.

 

Bij wie hebt u stage gelopen?

David: bij Patrick Lefebure

Saar: bij Prof.dr.ir.arch.Firmin Mees

 

Wat was de titel van uw eindwerk?

David: Ontwerpthesis voor het huidige UFO-gebouw in de Sint-Pietersnieuwstraat in Gent (Universiteitsforum).

Saar: Ontwerpthesis voor een nieuw gemeenschapscentrum te Avelgem. 

 

Favoriet architectuurboek

David: Silence and Light (The Shakers)

Saar: The Fountainhead (Ayn Rand)

 

Favoriet ander boek

David: Mijn broer Bavo is auteur. Als ik één van zijn boeken zou kiezen, dan is het wel Styxmata, het vervolg op Styx, dat nog moet uitkomen. Voor de rest ben ik een verknochte fan van het werk van wijlen Herman De Coninck.

Saar: “ Het geluid van de nacht”, Maria Duenas

 

Favoriete film

David: La Double Vie de Véronique (K. Kieslowski)

Saar: Dogville (Lars Von Trier)

 

Favoriet tv-programma

David: True Detective

Saar: Mad Men, Louis Theroux

 

Favoriete muziek

David: gevarieerd, vooral jazz en klassiek (van Sonic Youth tot Keith Jarret en Bach)

Saar: zeer vrij : van opera ( Maria Callas ), naar klassiek ( zeer sterk meegekregen van mijn ouders) naar The National, ….

 

Hebt u veel vrije tijd en hoe brengt u die het liefst door

We werken veel, maar het weekeinde is heilig : dan concentreren we ons volledig op gezin, familie, vrienden en samen nieuwe ervaringen opdoen.

 

Favoriete Belgische stad

David: Gent, zonder twijfel. Als geboren en getogen Gentenaar ben ik uitzonderlijk fier op mijn stad. Vooral ’s nachts flaneren, als er niemand anders is.

Saar: Gent, een ‘thuis’ die gekend genoeg is om rust te geven en vernieuwend genoeg is om te inspireren en te blijven boeien.

 

Favoriete Europese stad

David: Parijs

Saar: Parijs

 

In welk land zou u het liefst geboren en opgegroeid zijn?

David: Het land van Björk (Ijsland)

Saar:  Ik heb niet meteen het verlangen om ergens anders opgegroeid te zijn, maar wel een drang om andere culturen en landen te ervaren om denkpatronen open te breken.

 

Actief of passief sportbeoefenaar? Welke sport?

David: vroeger zeer actief en professioneel tennis, nu lopen en fietsen

Saar: lopen en pilates

 

Favoriete architectuursite?

David: ondanks de onwaarschijnlijk ongebruiksvriendelijke interface, de website van onze vrienden van dvvt, een uiting van een dwarse, rebelse mentaliteit die me wel ligt. Een beetje moeilijk doen mag wel.

Saar: GENTCEMENT en SOGENT omdat het boeiend is om het groeien en muteren van onze thuisstad, met bijhorende mogelijke sociale evoluties en verschuivingen op wijkniveau, in het oog te houden. 

 

Favoriete andere website?

David: IMDB. Mijn broer is van opleiding regisseur, we hebben samen talloze films gekeken en nagespeeld in onze jeugd. Films zijn voor mij een onuitputtelijke bron van inspiratie. Een venster op de wereld, op reis gaan zonder op reis te gaan. Zo ben ik de hele wereld al afgereisd en heb ik al talloze levens geleid.

Saar: National Geographic . We zijn slechts een heel erg klein korreltje op een wereld die kan uitblinken in schoonheid, complexiteit en kracht.