Doorzoek volledige site
02 februari 2015 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): De zoektocht van een zoon

"Ik heb die van Kahn gekocht en op menig onbewaakt moment loop ik met Louis fier op mijn borst."
Filip Canfyn.

Tweewekelijks kruipt huiscolumnist Filip Canfyn in zijn pen voor Architectura.be en onderwerpt hij het architecturale/actuele reilen en zeilen aan een kritische blik in zijn column Steen&Been. Ditmaal leren we Canfyns lievelingsdocumentarie kennen en komen we te weten dat hij op onbewaakte momenten als eens durft paraderen in een Louis Kahn-T-shirt. 

"Mag ik jullie het verhaal vertellen van mijn lievelingsdocumentaire, die niet toevallig over een architect gaat?

Ik zit jaren geleden op een comfortabele bus tussen San Francisco en San Diego in Californië. Samen met vijftig andere architecten maak ik een onvolprezen Archipelreis in dat deel van de States en we rijden uren heen plus uren terug voor één gebouw. Architecten doen soms gek. Een toeristische Michelingids noemt zo’n bestemming “vaut le voyage” en dit keer wordt dat epitheton zeker niet gestolen.

Om de tijd wat te breken speelt een dvd op de beeldschermen in de bus en ik laat mij inpalmen. Iets te veel en iets te ondoordacht want met een te korte nacht na te veel Nappa Valley in mijn lijf val ik in slaap tot de chauffeur zijn remmen gebruikt.

Een paar minuten later sta ik op het iconische binnenplein van het Salk Institute van Louis Kahn. Op slag klaarwakker maar ook ingetogen stil bekijk ik de schitterend omrande oneindigheid, vredigheid en helderheid, de essentie van architectuur in beton, glas en hout. Ik besef dat ik zo’n mystieke ervaring moet koesteren wegens zeldzaam, te zeldzaam. (Ik heb in mijn hoofd een denkbeeldig schrijn, waarin het De Young-museum van Herzog & de Meuron in San Francisco, het Paola Rego-museum van Souto de Moura in Cascais en de Pelgrimskapel van bOb Van Reeth in Westvleteren staan, naast het Salk Institute.)  Een boeiend bezoek en een plezante picknick op de trappen van Kahn met zicht op zijn horizon suggereren wat de hemel voor mij mag zijn.

Twee dagen verder, in Los Angeles, bekijk ik op mijn laptop nu toch de verslapen dvd, “My Architect – A Son’s Journey” (2003) van Nathaniel Kahn, de zoon van Louis. Ik zal dat ritueel regelmatig herhalen. Vorige week nog. Architecten doen soms gek. Tuurlijk, “vaut le voyage visuel”.

Louis Kahn (1901-1974) kan bezwaarlijk een vlotte jongen genoemd worden: hij botst wat tegen de grens van het autisme aan, hij werkt keihard maar eist ook een onleefbare toewijding van zijn medewerkers en zijn door jeugdige brandwonden geschonden wangen maken hem op het eerste (ge)zicht niet sympathiek. Hij vindt moeilijk klanten en hij kan ze nog moeilijker houden. Slechts de laatste twintig jaren van zijn leven wordt hij geroemd en beroemd als architect terwijl zijn oeuvre indrukwekkend maar kwantitatief klein is.

Achter deze koppige en rechtlijnige gevel zit een rare mens verborgen. Louis blijkt één vrouw, twee minnaressen en drie kinderen te hebben, die van elkaars bestaan niet weten tot op de begrafenis van de collectieve man-vader. Dag en nacht werken, constant reizen, in drie gezinnen de man in huis spelen en voor drie kinderen de vaderrol invullen, het is weinigen gegeven …

Louis Kahn valt in 1974 moederziel alleen dood in de gang van een station, voor de laatste keer op weg maar nu naar zijn eeuwige huis. Hij heeft zijn papieren onleesbaar gemaakt, niemand weet waarom maar het duurt alvast een paar dagen voor hij geïdentificeerd wordt. Het nieuws van zijn dood bezorgt drie gezinnen de dubbele verrassing van hun leven.

Nathaniel maakt een sublieme film van 120 te korte minuten over zijn zoektocht naar de essentie van een vader, die hij maar soms en maar tot zijn elfde gekend heeft. Hij wil langs het betasten van het werk en het uitvragen van de medewerkers, de laatste getuigen, begrijpen hoe een heldere architectuur kan bestaan binnen een complex leven en omgekeerd. Hij maakt een wonderbaarlijke naïeve ontdekkingsreis.

De documentaire eindigt met wat wellicht een meesterwerk moet genoemd worden, de krachtige regeringsgebouwen in Dacca, in Bangladesh, en met een gesprek met een lokale architect, die voor globetrotter Kahn gewerkt heeft aan dat magistraal ontwerp. Die maakt een halfgod van zijn baas en laat Nathaniel wat verweesd achter. Wie was Louis Kahn? Een uniek architect, een afwezige vader, een twijfelende dakloze, een mentale beul, een dwarse zoeker, een knappe kunstenaar, een eenzaam wrak, een mysterieus mengsel van dit alles?

Nathaniel maakt een sublieme film van 120 te korte minuten, of heb ik dat al gezegd? “My Architect – A Son’s Journey”!!!"

 

 

Naschrift

Archipel heeft T-shirts met koppen van grote architecten gemaakt. Ik heb die van Kahn gekocht en op menig onbewaakt moment loop ik met Louis fier op mijn borst. Architecten doen soms gek. Tuurlijk, “vaut le voyeur”.