Doorzoek volledige site
09 februari 2015

Opinie Kati Lamens: Bouwmeestercollege moet onafhankelijk zijn

Kati Lamens Illustratie | © rv

Bij de persbelangstelling voor het ontslag van Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen dreigt men de grootste toekomstige uitdaging uit het oog te verliezen: de omvorming van het instituut tot een onafhankelijk Bouwmeestercollege. Hoe moet dat college er uitzien? En wordt de instelling daarmee vleugellam gemaakt? Laat ons hopen van niet.

Voor ons is het duidelijk. De handel en wandel van Peter Swinnen was niet onbesproken. Maar zijn ontslag mag geen vrijgeleide zijn om het kind met het badwater weg te gooien. Een Bouwmeester is niet nice to have, maar een regelrechte need to have. Een Bouwmeester is een noodzaak, geen luxe.

Architectuur is geen vrijblijvende game voor architecten, maar een krachtig instrument om het samenleven te bevorderen. Gebouwen bepalen in sterke mate mee ons leven. We worden er geboren, lopen er school, ontmoeten er elkaar, werken er, stichten er een gezin, wonen er, ontspannen er ons, worden er behandeld als we ziek zijn, slijten er onze laatste levensjaren. In goede gebouwen doen we dat alles met meer plezier, intensiteit, interactie, succes. Vandaar het belang van de Bouwmeester. Die instelling draagt ertoe bij dat openbare gebouwen kwaliteitsvoller zijn en een voortrekkersrol vervullen voor private bouwheren. Dat komt iedereen ten goede. Jammer genoeg leeft het onderwerp Bouwmeester vooral bij experts. Die hebben bovendien de neiging om eerder over het geslacht van de engelen te discussiëren dan over de vraag of die engelen vrij kunnen vliegen. Zo debatteerden experts de voorbije maanden vooral over het plan om de Bouwmeester te vervangen door een college. Terwijl de discussie natuurlijk niet moet handelen over de vorm van de instelling Bouwmeester, maar over haar expertise en over wat zij kan en mag doen. Sta me toe daar kort op in te gaan en de contouren van een geslaagd Bouwmeesterschap te schetsen.

 

Gezag

Het Bouwmeestercollege moet een versterking en verdieping vormen van het huidige Team Vlaams Bouwmeester. Het moet samengesteld worden met M/V’s uit verschillende disciplines die een rijke diversiteit aan expertise samenbrengen. Expertise betreffende architectuur, ruimtelijke planning, stads- en plattelandsontwikkeling, mobiliteit, erfgoed, leefmilieu, cultuur. Alleen zo kan het college kennis opbouwen en doorgeven. Alleen zo kan het college de vermaledijde verkokering tegengaan en de grenzen tussen de administraties en publieke agentschappen uitvlakken. Alleen zo kan het college weerstand tegen vernieuwing wegnemen.

Het Bouwmeestercollege moet onafhankelijk kunnen werken, anders kan het nooit de steun van alle betrokken partijen (overheden, publieke opdrachtgevers, bouwpartners, omwonenden, gebruikers) krijgen. Dat veronderstelt een duidelijk mandaat vanwege de Vlaamse regering. Momenteel is het college ondergebracht in het beleidsdomein ‘omgeving’. Valt het daarmee ook onder het toezicht van dat beleidsdomein? Zo ja, wat rest er dan van die onafhankelijkheid en hoe verwerf je dan de broodnodige autoriteit?

Het Bouwmeestercollege moet vele stemmen tot een harmonische samenzang bundelen. Autoriteit verwerf je niet door in gespreide slagorde naar buiten te komen. Een college heeft een voorzitter nodig die haar visie en standpunten uitdraagt en waar nodig verdedigt.

 

Toekomst

Zelfs de meest kritische waarnemer kan niet ontkennen dat ons bestand aan openbare gebouwen de voorbije jaren aan kwaliteit heeft gewonnen. Die weg moet de Bouwmeester blijven bewandelen. Dat moet gebeuren op basis van gezag, niet van macht. Het Bouwmeestercollege moet de publieke - en eventueel andere - opdrachtgevers en alle betrokkenen inspireren en motiveren, niet dirigeren. Het bouwt een kennisdatabank vol goede praktijken en nieuwe inzichten op en stelt die ter beschikking van de bouwheren.

De Bouwmeester zet ook de lijnen voor onze toekomst uit. Demografische ontwikkelingen, schaarse ruimte, krappe overheidsmiddelen en wereldwijde uitdagingen vragen om nieuwe visies en exploraties. Hoe vermijden we dat landbouw, industrie, wonen, werken, ontspanning, onderwijs, infrastructuur elkaar bestrijden in de zoektocht naar ruimte? Hoe organiseren we een zinvol en haalbaar zorgwonen? Hoe houden we wonen betaalbaar? In het verleden zette de Bouwmeester daarvoor al meerdere pilootprojecten op, met ruimte voor vernieuwende experimenten. Ook die inspanningen moeten een vervolg krijgen.

Is een Bouwmeester een overbodige luxe? De vraag stellen is ze beantwoorden. Een goede Bouwmeester is een maatschappelijke noodzaak die ons allen aanbelangt.