Doorzoek volledige site
29 april 2020 | MICHEL CHARLIER

De Praatstoel: David Roulin (Art & Build Architects)

David Roulin (linksboven), omringd door Christian Jadot (rechtsboven), Steven Ware (linksonder) en Bruno Caballé (rechtsonder): het directiecomité van Art & Build Architects. Illustratie | Art & Build Architects
Covent Garden was een mijlpaal in het bestaan van Art & Build Architects. Illustratie | Serge Brison
Covent Garden (binnen), een gebouw waarop de gebruikers tien jaar na de ingebruikname nog steeds erg fier zijn. Illustratie | Serge Brison
Dockx Bruxsel, een gebouw dat het concept 'winkelcentrum' een nieuwe dimensie geeft. Illustratie | Georges De Kinder
De glaskoepel van 10.000 m² is dé blikvanger van Dockx Bruxsel. Illustratie | Georges De Kinder
De toekomstige hoofdzetel van ENGIE in Parijs. Illustratie | Kreaction
De Silva-toren in Bordeaux. Illustratie | Quickit
Het internationaal kankeronderzoekscentrum in Lyon. Illustratie | ORBRS
Het Curie-instituut in Parijs. Illustratie | Quickit

Een mens is een product van zijn omgeving. Dit geldt zeker ook voor David Roulin, die al van jongs af aan werd ondergedompeld in het artistieke milieu – zijn vader was beeldhouwer, zijn geboortehuis is geïnspireerd op de Modulor van Le Corbusier … Hij koos ervoor het pad van de architectuur te bewandelen omdat hij het kon combineren met een aantal andere specialisaties die hem sterk fascineren (grafisch werk, design …). Met een diploma van het Institut Supérieur d’Architecture Victor Horta op zak begon Roulin aan een eerste avontuur, dat uiteindelijk zeven jaar zou duren: de oprichting van een eigen architectenbureau. In 2003 ging hij aan de slag bij Art & Build Architects, om er in 2008 op te klimmen tot vennoot. Het gaat hard voor Roulin, want anno 2020 staat hij aan het hoofd van het gerenommeerde Brusselse ontwerpcollectief. Hoog tijd voor een pitstop in onze Praatstoel!

 

Op welke eigen gerealiseerde projecten bent u het meest fier en waarom?

In de eerste plaats Covent Garden (Rogierplein - Brussel), een kantoorgebouw van 74.000 m² dat het directoraat-generaal van de dienst Onderzoek en Innovatie van de Europese Commissie huisvest. Dit project was een mijlpaal voor Art & Build Architects. Het stelde ons in staat om te bewijzen dat onze architectuur ook vanuit menselijk oogpunt een reële toegevoegde waarde kan creëren – het welzijn van de gebruikers stond dan ook bovenaan ons prioriteitenlijstje. De personen die er sedert tien jaar dag in, dag uit aan het werk zijn, zijn zeer fier op hun gebouw. Ook omdat we de ecologische footprint geoptimaliseerd hebben. Denk aan de recuperatie van al het water dat gebruikt wordt in het gebouw, de toepassing van circulaire principes (toen al!) … In economisch opzicht was het een van de grootste private vastgoedtransacties ooit in België.

Voorts ben ik erg trots op Docks Bruxsel (Werkhuizenkaai – Brussel), een hypermodern shoppingcenter van 56.000 m² dat de modaliteiten van een klassiek winkelcentrum herdefinieert. Het project vormt de aanzet voor de herontwikkeling van een industriële zone van 30 hectare langs het kanaal en herstelt de fysieke link tussen de naburige wijken. De aspecten die centraal stonden in het ontwerpproces waren de beleving van de klant (het moest een plek worden waar het aangenaam toeven is), de ecologische footprint (de circulatieruimte is overkapt met een glaskoepel van 10.000 m² en is niet geklimatiseerd en het winkelcentrum wordt gevoed met gerecupereerde restwarmte van het afvalsorteercentrum dat zich enkele honderden meters verderop bevindt) en respect voor de erfgoedwaarde van de locatie (de industriële site bood voordien plaats aan de fabrieken van kachelproducent Godin, dus op de verdieping van een van de gebouwen is een museumruimte ingericht die het verleden van de plek in herinnering brengt).

Beide projecten namen tien jaar van ons leven in beslag, maar zijn gezien de grote hoeveelheid stakeholders en betrokkenen een schoolvoorbeeld van collectieve intelligentie.

 

Van welk project in voorbereiding of uitvoering koestert u hoge verwachtingen?

Twee hotelprojecten in Parijs die het concept van ‘hotelbeleving’ opnieuw uitvinden, meer bepaald op het vlak van klantvriendelijkheid en gemengd gebruik. Daarnaast zitten er in België, Frankrijk en Luxemburg verschillende houtbouwprojecten in de pijplijn, die inzake CO2-impact een meer dan waardig alternatief vormen voor traditionele constructies. Het gaat onder meer om hoge tertiaire gebouwen (zoals de hoofdzetel van ENGIE in Parijs) en residentiële complexen (zoals de Silva-toren in Bordeaux). Qua zorgprojecten kijken we uit naar de realisatie van het universitair ziekenhuis op het Île de Nantes, het internationaal kankeronderzoekscentrum in Lyon en het Curie-instituut in het vijfde arrondissement van Parijs.

 

Welk project van een andere Belgische architect is voor u een schot in de roos?

Passiefschool Les Trèfles in Anderlecht (ÁRTER Architects) en de uitbreiding van de Muziekkapel Koningin Elisabeth (Synergy International, L’Escaut).

 

Welke buitenlandse architecten vormen voor u een grote bron van inspiratie?

Renzo Piano, Norman Foster, Tadao Ando, David Adjaye, Steven Holl, Studio Gang, Le Corbusier, Aalvar Aalto, Frank Lloyd Wright, Oscar Niemeyer.

 

Wat zijn volgens u de meest geslaagde recente bouwprojecten in het buitenland?

Het théâtre de Vidy in Lausanne (Yves Weinand) en het gebouw van de Fondation Jérôme Seydoux-Pathé in Parijs (Renzo Piano Building Workshop).

 

Wat vindt u zo boeiend aan de job van architect? 

De veelheid en veelzijdigheid van sectoren waarvoor we gebouwen ontwerpen. De verantwoordelijkheid die we als architecten hebben met betrekking tot de impact op het welzijn van het individu, de stad, de maatschappij, het milieu en de planeet.

 

Welke ontmoeting is bepalend geweest voor uw verdere architecturale ontplooiing?

Die met Miguel Ortiz Berrocal (1933-2006), een Spaanse beeldhouwer die in Firenze resideerde. Ik ontmoette hem in 1985 en hij vertelde me – na me te hebben uitgehoord over wat ik later wilde doen (design, grafisch werk, enzovoort) – dat architectuur letterlijk en figuurlijk mijn ogen zou openen en mijn blik zou verruimen.

 

Herkent u zichzelf nog in de ambitieuze jonge student die u ooit was? Komen droom en werkelijkheid overeen?

Nee, want ik heb niet meteen goede herinneringen aan mijn studententijd. Ik verkies bewustzijn, maturiteit en engagement: eigenschappen die ik pas ontwikkeld heb naarmate de jaren vorderden en de ervaringen zich opstapelden. En die vandaag nog steeds uitdijen door voortdurend in contact te komen met anderen.

 

Faits divers

Welke job zou u nu uitoefenen als u geen architect was? Schrijver.

Waar hebt u uw architectuuropleiding gevolgd? Aan l’Institut Supérieur d’Architecture Victor Horta in Brussel.

Bij wie hebt u stage gelopen? In 1987 bij Pierre Lallemand (medeoprichter van het bureau Art & Build in 1989) en in 1989 bij Patrice Neirinck (medeoprichter van het bureau A2RC in 1983).

Wat was de titel van uw eindwerk? Le Palimpseste Animé’.

Favoriet architectuurboek? ‘Vers une architecture’ van Le Corbusier.

Favoriet ander boek? ‘Une brève histoire de l’avenir’ van Jacques Attali.

Favoriete film? ‘La Grande Bellezza’ van Paolo Sorrentino.

Favoriet tv-programma? Geen enkel.

Favoriete muziek? Philip Glass, Ólafur Arnalds, James Blake, Laurent Garnier

Hoe brengt u uw vrije tijd het liefst door? Met lezen en schrijven.

Favoriete Belgische stad? Brussel.

Favoriete Europese stad? Parijs.

In welk land zou u het liefst geboren en opgegroeid zijn? Een land met een warmer klimaat.

Actief of passief sportbeoefenaar? Welke sport? Nee.

Favoriete architectuursite? Geen enkele.

Favoriete andere website? Pinterest